Ontdek 50 meditaties van Pasen tot Pinksteren

Ik ben ook maar een mens

Bernard de Cock
Donderdag na de derde zondag van Pasen

Ik ben ook maar een mens
Hand, 10,23b-48

Daarop nodigde hij hen binnen en bood hun onderdak. De volgende dag ging hij met hen op reis en enkele broeders uit Joppe gingen met hem mee Daags daarna kwam hij in Caesarea aan. Cornelius verwachtte hen al en had zijn familieleden en zijn beste vrienden bijeengeroepen Toen Petrus aankwam, liep Cornelius hem tegemoet en viel hem te voet om hem te aanbidden. Maar Petrus richtte hem op en zei: ‘Sta op, ik ben ook maar een mens.’ Terwijl hij met hem sprak, ging hij naar binnen en vond daar veel mensen bijeen.  Hij zei tegen hen: ‘U weet dat het een Jood verboden is, om te gaan met iemand uit een ander volk of bij hem in huis te komen. Maar mij heeft God laten zien dat men geen mens ter wereld onrein of niet zuiver mag noemen Daarom ben ik ook zonder tegenspreken gekomen toen ik gehaald werd. Maar ik zou wel willen weten waarom u mij hebt laten roepen.’ Daarop zei Cornelius: ‘Vier dagen geleden op dezelfde tijd, het negende uur, was ik thuis aan het bidden toen er plotseling een man voor me stond in schitterende kleding. Hij zei: “Cornelius, uw gebed is verhoord en uw liefdadigheid is in Gods gedachten. Stuur iemand naar Joppe om Simon, ook Petrus genoemd, te gaan roepen; hij verblijft als gast in het huis van Simon de leerlooier, bij de zee.” Dus stuurde ik onmiddellijk enkele mensen naar u toe; u hebt er goed aan gedaan te komen. Wij allen zijn hier voor het aanschijn van God bijeen om alles te horen wat u door de Heer is opgedragen.’ Petrus opende zijn mond en zei: ‘Nu weet ik zeker dat God geen aanzien des persoons kent, maar dat iedereen, ongeacht het volk waartoe hij behoort, Hem welgevallig is als hij godvrezend is en gerechtigheid doet. U kent het woord dat Hij de Israëlieten heeft gezonden, de goede boodschap van vrede door Jezus Christus – deze is de Heer over allen. U weet wat er gebeurd is in heel het Joodse land, het eerst in Galilea, na de doop die Johannes verkondigde: dat God Jezus uit Nazaret zalfde met heilige Geest en kracht; Hij trok weldoende rond en genas allen die in de macht waren van de duivel, want God was met Hem. En wij zijn de getuigen van alles wat Hij gedaan heeft in het land van de Joden en in Jeruzalem. Zij hebben Hem gedood door Hem aan een kruis te slaan. Maar God heeft Hem opgewekt op de derde dag en Hem laten verschijnen, niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die tevoren door God waren aangewezen, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben na zijn opstanding uit de doden. Hij gebood ons tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij het is die door God is aangesteld tot rechter van levenden en doden. Van Hem getuigen alle profeten dat ieder die in Hem gelooft, door zijn naam vergeving van zonden verkrijgt.’ Petrus was nog aan het woord toen de heilige Geest neerdaalde op allen die naar zijn toespraak luisterden. De besneden gelovigen die met Petrus meegekomen waren, stonden versteld, omdat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgegoten; want zij hoorden hen in talen spreken en God verheerlijken. Daarop zei Petrus: ‘Niemand kan toch het doopwater weigeren aan deze mensen, die evenals wij de heilige Geest ontvangen hebben?’ Hij gaf opdracht hen te dopen in de naam van Jezus Christus. Daarna vroegen zij hem enkele dagen te blijven.
 

 

 

 

 

 

 

0
Shares