Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Een indrukwekkende epiloog

Zie met wat voor grote letters ik u nu eigenhandig heb geschreven. De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn.
Ga 6,11-13

Tommy Vandendriessche
47-50

In een indrukwekkende epiloog herneemt Paulus nog eens alle thema’s uit de brief maar nu met nóg meer nadruk. Een dergelijke brief was bedoeld om te worden voorgedragen. Paulus zal die dus hebben gedicteerd alsof hij zijn toespraak, in levende lijve, tot een publiek richtte. Hij maakt hier gebruik van alle technieken van de overredingskunst (retorica). In de eerste eeuw was het niet ongewoon dat dergelijke toespraken een polemisch karakter hadden. Het is wel eerder ongewoon dat Paulus hier de hele verdere brief (een krachtige herneming van de kern van zijn betoog) eigenhandig afwerkt. Het zegt iets over zijn gedrevenheid.

Paulus was ongetwijfeld iemand met een groot organisatorisch talent. Hij stichtte tal van gemeentes. Hij bemoedigde en vermaande, structureerde en adviseerde. En daarna trok hij verder … misschien was dit maar goed ook? Hij was misschien teveel profeet om alleen maar manager te zijn? Paulus was ook teveel ‘gegrepene’ om op zijn uitspraken een leerstelsel te bouwen.

Iedere beweging die niet wil verschrompelen en betekenisloos worden heeft, af en toe,  Paulussen nodig: vrouwen en mannen die onbevreesd durven spreken, vanuit een grote innerlijke vrijheid. Die eigenzinnig de ‘rand’ durven opzoeken. Die het ook wat scherper durven formuleren en vragen durven stellen: ‘Wat is de ‘kern van de zaak’?’  “Wat moeten we durven loslaten?”  “Wat moet worden behouden en verder ontwikkeld?

In zijn recent toespraak ‘Christen-zijn in de 21e eeuw’ stelt Thomas Halik de vraag of het niet simplistisch is om mensen op te delen in ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ op basis van hun antwoord op de vraag of ze al dan niet in God geloven en tot welke religie of kerk ze beweren te geloven. “Vergeten we niet dat er velen zijn die geloven zonder ergens bij te horen, en velen die ergens bijhoren zonder te geloven.

Tommy Vandendriessche
Roeselare

Un épilogue impressionnant

Nous suivre

Nous suivre sur YOuTube

0
Shares