Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Wat een mens zaait zal hij ook oogsten

Wie onderricht ontvangt in het woord van God, moet zijn leermeester laten delen in alle goeds dat hij bezit. Maak u niets wijs: God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait zal hij ook oogsten. Wie zaait op de akker van zijn zondige natuur, zal van die natuur verderf oogsten; wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven oogsten.
Ga 6,5-8

Marcel Braekers
45-50

Dit laatste hoofdstuk is een wat rommelige aaneenschakeling van raadgevingen. Het geeft de indruk dat een latere auteur verspreide uitspraken van Paulus heeft samengebracht.

In vers 6 – 10 staat: Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij leert met zijn leermeester delen.  De Naardense Bijbel vertaalt precieser: Wie onderwezen wordt in het woord moet wie hem onderwijst laten delen in alle goede dingen. Diezelfde aanmaning staat ook in Romeinen 15, 27 en 1 Korinthiërs 9,11. Elke keer is het duidelijk dat Paulus met ‘goede dingen’ materiële steun bedoelt.

Het is toch vreemd dat hij dat steeds weer moet herhalen. Je zou denken dat het om een elementaire vorm van broederlijkheid gaat. De rondtrekkende predikanten waren enthousiaste maar ook kwetsbare figuren.  Sommigen waren goed opgeleid en bemiddeld, maar de meesten waren intellectueel kwetsbaar en hadden alles achtergelaten (wat dikwijls niet veel voorstelde). Dat waren de eerste verkondigers die de basis legden voor de latere Kerk. In de evangeliën die veel later zijn geschreven wordt deze levenswijze als evangelische raad opgenomen. “Neem niets mee voor onderweg, geen stok,  geen reistas, geen brood en geen geld, ook geen kleren.”

Paulus neemt het voor deze kwetsbaren op, terwijl hij het voor zichzelf niet nodig had. Zijn beroep van tentenmaker was erg in trek en een gereedschapskist was gemakkelijk mee te nemen. En toch is het bevreemdend dat rijke gemeenten wel graag naar het onderricht kwamen luisteren en vervolgens deze predikanten aan hun lot overlieten. Wat hadden ze van de nieuwe mentaliteit begrepen? Wat had de Geest bij hen teweeg gebracht? Het onbekommerd, belangeloos enthousiasme stak schril af tegen de krenterige, egocentrische houding van de toehoorders. Want een geloof dat niet tegelijk solidair is zowel met gelijkgezinden als met de ‘anderen’ is een bedenkelijk ingekapseld geloof.

 

Marcel Braekers
Heverlee

Nous suivre

Nous suivre sur YOuTube

0
Shares