Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

De Apostel eerst verwelkom, daarna in de steek gelaten

U prees uzelf gelukkig; wat is daarvan overgebleven? Want het is een feit: als het mogelijk was geweest, had u uw ogen uitgerukt om ze mij te geven. En nu zou ik uw vijand geworden zijn omdat ik u de waarheid zei? Zij ijverenvoor u, maar niet met goede bedoelingen. Zij willen u van mij vervreemden opdat u ijvert voor hen. Het is mooi als men altijd ijvert voor een goede zaak, maar dan ook altijd, en niet alleen als ik bij u ben.
Ga 4, 15-18


Raphaël Devillers

22-50

In deze passage kunnen we Paulus’ verdriet raden. Hij liet zich zeker zover meeslepen dat hij die Galaten "dom" noemde die het geloof dat hij hen had aangekondigd, opgaven. Maar diep van binnen heeft hij nog steeds zijn genegenheid voor hen: hij noemt ze "broers" en binnenkort zal hij ze herkennen als "zijn kinderen".   

Hij lijdt aan hun verlies van genegenheid jegens hem. Hij herinnert hen aan zijn eerste bezoek aan hun huis tijdens zijn tweede reis na het Concilie van Jeruzalem (Handelingen 16:6). Terwijl hij van plan was naar het Westen te gaan, werd hij door een ziekte geïmmobiliseerd in het land der Galaten. Hij roept met ontroering het welkom op dat ze hem gaven: "Je zou je ogen hebben uitgestoken om ze aan mij te geven". Is dit een beeld om hun radicale toewijding uit te drukken of had Paulus last van purulente oftalmie? In ieder geval hebben de Galaten hem prachtig ontvangen en verzorgd.   

Maar nadat hij vertrok, kwamen er enkele predikers die Paulus’ boodschap wilden rechtzetten. En ongetwijfeld hebben ze zijn persoon aangevallen, waarbij ze hem ervan beschuldigden geen deel uit te maken van de groep van Jezus' apostelen en dwalingen in het Evangelie in te hebben ingevoerd. Daarom herinnerde Paul vanaf de openingsaanspraak van zijn brief en verder nogmaals aan zijn titels.    Hier schrijft hij met emotie: Denk aan de vreugde waarmee je vervuld was toen ik langskwam, en de gretigheid die je me liet zien toen ik er weerzinwekkend uitzag. En hij uit deze bewonderenswaardige kreet: "Ben ik je vijand geworden omdat ik je de waarheid vertel? ».   

Veel apostelen en herders van onze gemeenschappen zouden in dezelfde geest kunnen zuchten. Ze worden gewaardeerd om hun vriendelijkheid, hun welsprekendheid, hun hulpvaardigheid. Maar als ze in naam van het Evangelie de inertie, het gebrek aan vrijgevigheid en inzet van de gemeenschap aan de kaak stellen, dan wordt er in de gelederen gemopperd. En sommigen besluiten zelfs om naar een andere dominee te gaan die hun slapheid zal strelen.    

Een christelijke gemeenschap is niet gebouwd op sympathie en identieke overtuigingen, maar "op de waarheid van het Evangelie". En het verplicht tot "broederschap".

Raphaël Devillers
Luik

L’Apôtre accueilli puis délaissé

 

Ik moet opnieuw weeën doorstaan vanwege u

Mijn kinderen, ik moet opnieuw weeën doorstaan vanwege u, totdat u de gestalte van Christus hebt aangenomen.  Graag zou ik op dit ogenblik bij u zijn en een andere toon tegen u aanslaan, want ik ben ten einde raad met u. Zeg me, u die zo graag onder de wet wilt staan, luistert u wel naar de wet?
Ga 4, 19-21


Antoinette Van Mossevelde

23-50

Wanneer een man spreekt over weeën die hij moet doorstaan dan kan hij ongetwijfeld op verscherpte aandacht rekenen. Het is wel heel merkwaardig dat Paulus binnen manifest patriarchale culturen hier een vrouwelijk beeld gebruikt om over zijn eigen relatie met de gemeenten in Galatië te spreken.  Vrouwen doorstaan weeën om nieuw leven te baren. Wanneer Paulus weeën doorstaan heeft en opnieuw moet doorstaan dan getuigt hij van de onverbrekelijke, vitale band tussen hemzelf en de gemeente van de Galaten. Hij herinnert hen eraan dat het door hem, door zijn arbeid is dat die gemeenschap het licht zag, dat zij het leven kregen. En net zoals de band moeder-kind onuitwisbaar is, zo is ook de relatie van Paulus met de Galaten. Wanneer hij tegen hen uitvaart, hen uitscheldt en furieus is over het pad dat ze zijn opgegaan, dan gebeurt dit mede dank zij de aard van hun relatie, die onverbreekbare verwantschap.   Evenwel, zoals een vrouw geen nieuw leven ‘maakt’ maar draagt en op de wereld zet, zo ‘maakt’ ook Paulus de gemeenschap in Christus niet. Hoe toegewijd hij er ook voor gewerkt heeft en hoezeer hij haar blijft dragen.   

Christelijke geloofsgemeenschappen blijven een wisselwerking van mensen onderling, van volgehouden engagement en van genade. Want het is Christus zelf die in de kring van gelovigen geboren wil worden. Het is Gods liefde die aan het licht wil komen in de wijze waarop we ons onderling tot mekaar verhouden. Een liefde die ons vrij maakt en die we leerden kennen  in de persoon van Jezus van Nazareth.   Dit gebeurt en kan elke tijd opnieuw gebeuren in de messiaanse gemeenten waarin iedereen meetelt. Gemeenschappen die geen onderscheid maken tussen Jood en Griek, besneden en niet besneden, slaaf en vrije,  man en vrouw. Dat zijn gemeenschappen die de gestalte van Christus aannemen.

Antoinette Van Mossevelde
Gent

Vous que j'enfante dans la douleur

 

Van slavenkinderen naar de vrijheid van de kinderen Gods

Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen kreeg, een van de slavin en een van de vrije vrouw. Maar de zoon van de slavin werd geboren uit de kracht van de natuur, die van de vrije vrouw uit de kracht van de belofte. Deze dingen zijn allegorisch bedoeld. Want de twee vrouwen zijn twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinai, brengt slaven voort, en dat is Hagar. De Sinai is namelijk een berg in Arabië. Zij beantwoordt aan het tegenwoordige Jeruzalem, datimmers met zijn kinderen in slavernij leeft. Maar het Jeruzalem van boven is vrij en dat is ónze moeder. Want er staat geschreven: Verheug u, onvruchtbare, die niet baart, jubel en juich, u die geen weeën kent. Want de kinderen van de eenzame zullen talrijker zijn dan de kinderen van haar die de man heeft?
Ga 4, 22-27


Marianne Goffoël

24-50

Op een dag wandelde ik met een boeddhistische vriendin door een abdijtuin. We spraken over onze uiteenlopende zienswijzen. Plotseling bevonden we ons voor een calvarieberg, die daarvoor onttrokken was aan onze blik. Een kruis gericht naar de hemel, met daaraan genageld Christus.

Voor mij, als christen, ging het hier om een gebruikelijke afbeelding. De reactie van mijn boeddhistische vriendin verbaasde me echter. Ze vroeg zich af hoe men ertoe kwam een kruis af te beelden, een marteltuig, met daaraan gehangen een persoon van wie christenen dan nog beweren dat hij God is!

Zo’n reactie tegenover een inderdaad erg wrede afbeelding is op zich begrijpelijk, wanneer de betekenis ervan compleet ontgaat aan wie het onder ogen krijgt. Nochtans had ze het hart van ons geloof eigenlijk goed samengevat.

De Paastijd doet in ons het hele mysterie herleven dat het kruis uitbeeldt. In de Paasnacht lazen we het boek Exodus, over hoe de Heer de roep van zijn volk hoorde en het bevrijdde uit Egyptische slavernij. Deze bevrijding voltrok zich echter niet zonder enige moeite. Het volk Israël zou nog heel wat beleven alvorens aan te komen in het Beloofde Land.

Op zijn beurt beleeft Christus de doortocht van de nacht voor zijn executie, in pijn, terwijl hij het gewicht van het kwaad en de zonde van de wereld draagt. Hij neemt ten volle de condition humaine op zich. Het kruis is teken van marteling, maar ook instrument van bevrijding. Er is geen bevrijding zonder doortocht van het lijden. Het kwaad en het lijden zijn er vandaag nog steeds… maar Christus heeft ze overwonnen. Hem navolgend, mogen we de doortocht maken van slavernij naar de vrijheid van de kinderen Gods.

Marianne Goffoël
Bruxelles

Du fils de l’esclave à la liberté d’enfant de Dieu

 

Het dwaze mensengelijk


Annemie Deckers
Het dwaze mensengelijk
Hoofdstuk 4

De kwade , weinig tactvolle toon waarmee Paulus zijn brief begonnen is,  maakt plaats voor zijn teleurstelling en verdriet. Die “domme Galaten” noemt hij nu “mijn kinderen”.

Paulus verstaat het niet: jullie waren goed begonnen,  eindelijk waren jullie bevrijd van die heidense krachten die jullie verknechtten. Je was niet langer slaaf maar kind van God, je bent nu door Hem gekend en je mag hem Abba, Vader, noemen. Maar zodra er roepers komen die menen het beter te weten, laat je je verleiden om je opnieuw te onderwerpen aan een verknechtende macht, de wet van de Joden.

Het is duidelijk: geloven is niet een voor eens en altijd verworven bezit. Geloven is een groeiproces dat niet voor iedereen op dezelfde wijze verloopt.

De eerste stappen in het christendom zijn misschien niet moeilijk maar als christen groeien tot volwassenheid, daar gaat het om. Daarom spreekt Paulus als een geestelijke vader over barensweeën.   Het doet hem pijn te zien dat de Galaten die al geboren  zijn in Christus de volheid van Christus nog niet bereikt hebben. En dat kan maar als ze de gestalte van Christus aannemen, als ze Christus in zich laten groeien en zich zo ontwikkelen tot wie ze werkelijk zijn.

Geloven is een groeiproces dat tijd en misschien ook wel pijn kost. Want leven volgens het evangelie is niet gemakkelijk en wie dat wel gemakkelijk vindt, maakt zichzelf iets wijs.

Het gaat er immers niet om wetten en regeltjes te volgen. Die kunnen ons misschien wel doen geloven dat we het doen zoals het moet maar vanuit wie leef ik dan? Bij Jesaja lezen we: “Dit volk eert Mij wel met de lippen maar zijn hart is ver van Mij. En zijn vrees voor Mij is niet  meer dan wet van mensen die door mensen wordt aangeleerd” (Jes.29, 13).

Dat is wat Paulus zijn Galaten en ons wil voorhouden: het gaat niet om regeltjes van mensen navolgen, het gaat over afstand nemen van mijn ego om Christus in mij te laten wonen en om vanuit Hem te leven. Niet ik maar Hij zal in mij werken.

En als ons dat lukt,  zullen we elkaar vinden in het hemelse Jeruzalem, onze moeder. Geen toekomstige ideale stad maar een gemeenschap waarin we hier en nu als vrije mensen kunnen samen leven als kinderen van één Vader.

Niet eenvoudig maar ik vertrouw in Gods woord:  “Ik geef je mijn Geest die je zal leiden als je onzeker bent en je overeind houden als je struikelt”.

Annemie Deckers
Genk

Kinderen van de vrije vrouw

Welnu, broeders en zusters, u bent evenals Isaak kinderen van de belofte. Maar zoals indertijd het kind van de natuur het kind van de geest vervolgde, zo gaat het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? Verjaag de slavin en haar zoon, want de zoon van de slavin hoort de erfenis niet te delen met de zoon van de vrije vrouw. Dus broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw.
Ga 4, 28-31


Marcel Braekers

25-50

Auw, auw, wat moet het pijn hebben gedaan toen Paulus dit schreef over Abraham en de twee vrouwen. Iedereen kende de geschiedenis. Hoe Sarah kinderloos bleef en daarom aan haar man vroeg een kind te verwekken bij haar slavin. Zo kon zij delen in het belangrijke gevoel dat het leven verder ging. Maar na de geboorte van het kind begon alles fout te lopen. De spanning liep zo hoog op dat Sarah Abraham verplichtte om Hagar en haar zoontje weg te sturen. Een vreselijk gebeuren voor iedereen. Hagar bleef met haar kind in de wildernis achter. Ismaël werd een man van de natuur. Enige tijd later kreeg ook Sarah een kind, Isaak, de vader van Jakob, de stamvader van het volk. Alle Joden kenden deze geschiedenis en noemden hen hun voorvaderen. 

Paulus schrijft nu iets ongehoord, iets om alle volksgenoten mee in de gordijnen te jagen. Het Joodse volk stamt niet af van Jakob maar van Ismaël, de man van de natuur. Israël is daarom het volk dat op de Sinaï de decaloog ontving, het volk van de onvrijen. Isaak daarentegen is een kind van de Belofte en van de vrijheid. U, Galaten, en allen die zich tot Christus bekeren, bent kinderen van de vrijheid en van de belofte, kinderen van Sarah. Paulus zet zo radicaal en ongehoord de geschiedenis op zijn kop. Ook geschiedschrijving is een vorm van interpretatie, maar Paulus gaat heel ver zodat een gesprek tussen de twee geloven nog moeilijker zou worden.

Marcel Braekers
Heverlee

Enfants de la femme libre 

 

Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt

Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt. Houd dus stand en laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen. Let op mijn woorden. Ik, Paulus, zeg u: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. Nogmaals verzeker ik ieder die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden.
Ga 5, 1-3


Claude Sélis

26-50

Ik was volop bezig, beste broeders en zusters, jullie te onderhouden over de rol van de Wet en de rol van het geloof in jullie nieuwe leven als gedoopten in Jezus Christus. De boodschap van die Jezus heeft een aantrekkingskracht op jullie uitgeoefend, ook al behoorden jullie nog tot de Joodse traditie. In Jezus hebben jullie “Hem die komt” herkent, zoals Hij was aangekondigd door de profeten, de nieuwe Adam, de nieuwe Mozes, de nieuwe David, Elia zelve. Jullie waren tot het inzicht gekomen dat deze nieuwe figuur eigenlijk de vervulling is van al die oude figuren. Vervullen heeft een tweevoudige betekenis: het oorspronkelijke doel is eindelijk bereikt (joepie!), en het oude regime is voorbij (eindelijk!). Het doel, zo is het sinds de tijd van Mozes, is zich te bevrijden uit Egypte. Zoals jullie weten is Egypte – waar eerst echte slavernij heerste – uitgegroeid tot symbool voor alle vormen van slavenbestaan. Mozes’ ingrijpen regelde niet alles. Het volk Israël herviel in andere vormen van slavernij, waaronder een letterlijk verstaan van de voorschriften. Jullie zien waar ik op aanstuur: de besnijdenis is een van die voorschriften. Aanvankelijk met een rijke betekenisinhoud: het ging erom het menselijke toebehoren aan God ook lichamelijk aan te duiden. Maar als zelfs deze geste een routine wordt, wat rest dan nog van de betekenis? Bevrijd jullie zelf van de inhoudsloze regelmaat, om de ware betekenis van het toebehoren aan God te herontdekken. Keer niet terug op jullie schreden! Blijf niet in spreidstand staan! Maar zie de verandering die heeft plaatsgegrepen. Voortaan moeten jullie ofwel de weg gaan van het vormelijk naleven van de voorschriften (maar volg deze dan ook ten einde; in elk geval zal de boodschap van Christus zo totaal aan jullie voorbijgaan), ofwel gaan leven van de steeds nieuwe vraag tot trouw aan Diegene, die jullie ten diepste heeft bevrijd. ​

Claude Sélis
Brussel

C'est pour que nous restions libres que le Christ nous a libérés 

 

Wij verwachten door de Geest de verhoopte gerechtigheid van het geloof

Als u door de wet gerechtvaardigd wilt worden, hebt u met Christus gebroken; dan hebt u de genade verbeurd. Want wij verwachten door de Geest de verhoopte gerechtigheid van het geloof. Want in Christus Jezus is niet de besnijdenis of de onbesnedenheid van belang, maar het geloof dat werkzaam is door de liefde.
Ga 5, 4-6


Tommy Vandendriessche

27-50

In het Eerste Testament staan Gods goedheid en barmhartigheid centraal. Gods Wet wordt bezongen als een geschenk, als ‘genade’. Toch werden Paulus’ woorden vaak geïnterpreteerd alsof er een tegenstelling is tussen ‘Thora’ en ‘Genade’. Toch is er geen reden om aan te nemen dat het jodendom in de eerste eeuw de neiging had legalistisch te worden. ‘Thora’ kun je ook vertalen als ‘weg ten leven’, misschien wel als  ‘liefdesweg’.  Liefde kan niet zonder vertaling in daden en rechtvaardige structuren. Dat zou, zoals Dietrich Bonhoeffer het formuleerde, ‘goedkope genade’ zijn. Als Paulus het heeft over ‘genade’ kan je hem er zeker niet van verdenken dat hij uitgaat van een magisch automatisme van Gods goedheid.  Maar Paulus heeft ook begrepen dat wij de neiging hebben om onszelf te ‘rechtvaardigen’ door ons te beroepen op onze daden. Alsof wij, voor iets of iemand, een boekhouding kunnen of moeten bijhouden.

Paulus verwijt het zijn  geloofs- en tijdsgenoten. We mogen het gerust ook toepassen op onszelf.   Zelfrechtvaardiging kennen we ook in seculiere vormen: “ik heb mijn talenten ten dienste gesteld van ónze economie. Dus heb ik recht op  maatschappelijk aanzien”. Wij, die het neoliberalisme ongemerkt inademen, kunnen het moeilijk verdragen dat mensen zorg, genegenheid, een uitkering of sociale voorzieningen krijgen ‘om niet’. “Voor wat hoort wat”  hoor je vaak zeggen. We willen kwetsbare mensen (armen, vluchtelingen, psychisch kwetsbare mensen, …) wel helpen maar zij moeten dan wel beantwoorden aan het beeld van de ‘goede’ arme, zieke, …  De parabel van de werkers van het elfde uur is vandaag nog éven confronterend als in de eerste eeuw.  Paulus is categoriek: wie zichzelf wil rechtvaardigen heeft de genade verbeurd.  Het is niet gemakkelijk ons leven te zien als ‘zomaar geschenk’. Het veronderstelt een afdalen, een reële verbondenheid met wie of wat kwetsbaar is, ook met wat kwetsbaar is in onszelf. ​

Tommy Vandendriessche
Roeselare

 C’est par l’Esprit que nous attendons la justice

 

Woede van de liefde

U was zo goed op weg. Wie heeft u verhinderd naar de waarheid te blijven luisteren? Die ingeving kwam niet van Hem die u roept. ‘Een beetje zuurdesem maakt het hele deeg zuur.’ Ik vertrouw op u in de Heer, dat u er niet anders over denkt. Maar degene die u in verwarring brengt zal het vonnis moeten ondergaan, wie het ook is.
Ga 5, 7-10


Myriam Tonus

28-50

Paul, je kunt het voelen, is echt tot in zijn intiemste geraakt. Hij is teleurgesteld, zoals men kan zijn als men denkt dat men de ander het beste van zichzelf heeft gegeven, het beste voor hem... en dat hij een weg inslaat die hem nergens toe leidt. Want hoe kunnen we begrijpen dat we niet overweldigd kunnen worden, zoals Paulus was, door de boodschap van Christus die een buitengewone weg van bevrijding opent? Hoe kan men zich onderwerpen aan bindende menselijke regels als men geroepen wordt door een woord dat alleen het leven van de menselijke persoon wil, onder het teken van vrijheid en liefde? De vraag blijft: hoe kan men zijn geloof beperken tot rituele vormen, verplichtingen, blinde gehoorzaamheid, terwijl onze goddelijke filiatie ons zou moeten laten denken en handelen zoals Christus zelf? 

"Een beetje zuurdesem is genoeg om het hele deeg te laten gisten": Paulus bezit volmaakt de kunst om één ding te suggereren en het tegendeel daarvan! De zuurdesem doet het deeg inderdaad rijzen, maar als het niet goed is, maakt het het brood oneetbaar. Wat is het dan dat er in de Galaten aan het gisten is? En in ons hart? Veel dingen kunnen inwerken op mensen: holle speeches, illusies, een ego vol van zichzelf. Maar waarschijnlijk lijkt de zuurdesem waarover Paulus spreekt meer op die goede wind die de zeilen opblaast en ons in staat stelt de zee op te gaan. Het onthalen van de goddelijke adem in zichzelf is al beginnen afvaren. Wanneer hij dit zegt is het alsof de apostel de irritatie en teleurstelling laat vallen. Hier vindt hij weer zijn broederlijke welwillendheid, zijn liefde en zijn vertrouwen in de mens: "Ik ben ervan overtuigd dat u geen andere manier van denken zult aannemen". Agape wil het echte en soms moet je je geliefden wakker schudden. Maar uiteindelijk, verenigd in broederlijke tederheid, vermijden we de dwaalwegen. Wat betreft degenen die proberen het Evangelie terug te winnen om hun macht te vestigen, wel, het zal zich uiteindelijk tegen hen keren. Woord van een apostel..

Myriam Tonus
Dampremy

Colère d'amour