Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Abba

En dit is het bewijs dat u zonen bent: God heeft de geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader! U bent dus geen slaaf meer, maar zoon; en als u zoon bent, dan ook erfgenaam, door toedoen van God. Vroeger echter, toen u God niet kende, hebt u goden gediend die geen echte goden zijn. Nu echter, nu u God hebt leren kennen, of liever, door God bent gekend, hoe kunt u zich nu weer keren tot die zwakke en armzalige machten? Wilt u nogmaals hun slaven worden? U houdt zich aan bepaalde dagen en maanden, tijden en jaren … Ik ben bang dat ik me tevergeefs voor u heb afgetobd.
Ga 4, 6-11


Pierre-Paul Boulanger

20-50

In dit fragment brengt Paulus ons in herinnering dat we kinderen van God zijn. Bestaat iets ongelooflijkers dan zich kinderen van God te noemen?!

Zoals met elk kind-zijn verloopt ook het goddelijke kind-zijn in etappes. Diegenen die ooit ouder werden, herinneren het zich misschien. Naar het beeld van Gods liefde ontplooit dit geluk zich in fases. Aanvankelijk heeft men een bepaald beeld van het kind dat nog geboren moet worden. Een projectie van onze persoonlijke verbeelding. Vervolgens voelt men het kind bewegen, eerst de moeder, dan de vader. Maar op dit moment kan van een echte relatie nog geen sprake zijn. Het kind zit ‘opgesloten’ in de baarmoeder.

Bij de geboorte gaat het er meteen anders aan toe: de ouders geven hun kind een naam, spreken over hem of haar als ‘zoon’ of ‘dochter’. Dit wordt zelfs met onuitwisbare inkt ingeschreven in het geboorteregister: de staat erkent het zoon- of dochterschap, de bevestiging van de relatie tussen de ouders en het kind.

Dit is een beetje wat Paulus zegt wanneer hij bedoelt dat God ons als eerste gekend heeft. Het gaat om een onuitwisbare erkenning van het kind als zoon of dochter.

Zo is het ook met de liefde van de ouders voor hun kind. In de loop van zijn kindertijd, na deze liefde gevoeld te hebben, komt het moment waarop het kind ‘abba’ of ‘mama’ zegt. In de taal, door het woord, wordt dit kind-zijn dus ingeschreven, met alle betekenissen die het oproept. Wederzijds vertrouwen, gegeven en ontvangen vrijheid. Het is de onophoudelijk en onmeetbaar gegeven liefde die het kind in staat stelt om liefde als erfdeel in ontvangst te nemen. Dat is wat Paulus bedoelt wanneer hij zegt dat we de Geest – de liefde van Christus – ontvangen hebben, die ons ‘Abba’ doet zeggen.

God heeft ons willen kennen. De eerste om ons vaderlijke liefde te schenken. De eerste om ons zoon of dochter te noemen. En in alle vrijheid mogen wij Hem ‘Abba’ noemen.

Pierre-Paul Boulanger
Luik

Abba 

Nous suivre

Nous suivre sur YOuTube

0
Shares