Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Een revolutie

Want allemaal bent u in Christus gedoopt, met Christus bekleed. Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus. Maar als u bij Christus hoort, dan bent u ook nageslacht van Abraham, erfgenamen overeenkomstig de belofte.
Ga 3, 27-29


Myriam Tonus

18-50

Paulus verlegt in zijn lofzang op de bevrijding zoveel mogelijk de grenzen. Het zijn niet langer alleen de religieuze verplichtingen waarvan we zijn bevrijd, maar ook van elke verdeeldheid die bestaat in alle samenlevingen die zonder meer de macht van sommige mensen over andere rechtvaardigen. In de tijd van de apostel wordt iedereen geacht zijn plaats in te nemen: mannen en vrouwen, slaven en vrije mannen, Joden en niet-Joden. De verhoudingen worden namelijk gekenmerkt door overheersing : de man is het hoofd van de vrouw (Paulus zal zich dit herinneren in zijn brief aan de Efeziërs), de meester heeft gezag over de slaaf, een Jood is superieur aan een niet-Jood. Dit kan niet ter discussie worden gesteld, en niemand denkt eraan om het aan te vechten. En hier lijkt Paul al deze verschillen met één woord te wissen! Betekent dit dat in Christus alle mensen hetzelfde zijn? Helemaal niet.

Paulus prijst herhaaldelijk de diversiteit in de gemeenschappen. Wat hij hier verkondigt is niets minder dan het einde van relaties van overheersing. Met andere woorden, hij zet gelijkheid aan de horizon. Nog geen gelijkheid van rechten: in de eerste eeuw zijn we nog steeds in zeer hiërarchische vormen van de samenleving. Maar om te beweren dat ongelijkheden in status niet langer het gedrag van macht en overheersing kunnen rechtvaardigen is echt revolutionair!  Dat agape - die onvoorwaardelijke liefde gebracht door Christus - circuleert tussen man en vrouw, meester en slaaf, Jood en heiden, dat is zoveel als de orde van de wereld omver werpen. En dit is wat Paulus zelf in praktijk brengt in zijn leven: hij zet zijn vrouwelijke medewerkers op het voorplan (jawel !); hij beschouwt Onesimus, een weggelopen slaaf, als zijn broer; zijn dierbare gemeenschappen bestaan uit bekeerde heidenen. Zelf bevrijd door Christus, verkondigt hij nu de bevrijding onder de mensen. De ongehoorde aard van deze verkondiging blijft brandend actueel !.

Myriam Tonus
Dampremy

Une révolution

Nous suivre

Nous suivre sur YOuTube

0
Shares