Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Hoe kan je nu zo stom zijn?

Domme Galaten, wie heeft u behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk voorgetekend als gekruisigd? 2 Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt u de Geest ontvangen door de wet te onderhouden of door gelovig te luisteren? 3 Hoe kunt u zo dom zijn! U bent begonnen in de Geest, wilt u nu eindigen met het vlees? 4 Hebt u zo veel meegemaakt voor niets? Inderdaad, het zou voor niets zijn.
Ga 3, 1-4


 Raphaël Devillers

12-50

“Stommelingen!” Er zullen maar weinig parochianen zijn die zich op zo’n manier door hun pastoor laten berispen. Maar Paulus is diep verontwaardigd, verbijsterd door de ommekeer van de gemeenschap. Terwijl hij er alles aan deed om hen het beeld voor te houden van Jezus, de gekruisigde Christus, die de volledige en definitieve rechtvaardiging brengt voor iedereen die in hem gelooft, zijn er sommigen die teruggrijpen naar de oude praktijken van de Wet, de besnijdenis en andere gebruiken.

Ja, je moet werkelijk stom zijn om zo’n stap achteruit te zetten. Het brengt Paulus er zelfs toe zich af te vragen of de Galaten betoverd zijn geweest: “wie heeft u behekst?”

Ze zijn stom, ze lijden aan een gebrek aan inzicht, ze hadden het moeten begrijpen.

Want wat gebeurde er toen Paulus hen de Blijde Boodschap verkondigde, toen ze geloofden dat het heil een genadegave was van de gekruisigde én levende Christus? Dat was een geheel nieuwe ervaring: ze stelden vast dat dit geloof de deur opende voor de kracht van Gods Geest. Niet langer vroegen ze zich af of ze de Wet wel hadden nageleefd in al z’n details, niet langer trachtten ze hun hemel te verdienen door hun eigen prestaties, maar eindelijk ondervonden ze de werking van de Geest. Het geloof in Jezus wekte in hen een onverwachte vreugde op, die hen toestond nieuwe initiatieven te ondernemen. Bovendien maakte dit geloof komaf met de grenzen tussen Joden en heidenen: in Jezus konden allen samenleven als een volmaakte gemeenschap. In plaats van zelf iets te doen, moesten ze het gewoon aan zich laten gebeuren.

Paulus hamert er twee keer op: de Geest wordt niet gegeven door de werken van de Wet maar door het “gelovig luisteren” (ex akouès pisteôs). Het geloof wordt geboren en ontwikkelt zich door het beluisteren van het Evangelie en door het gelovige antwoord hierop. Dit maakt het essentiële belang van de verkondiging duidelijk, vóór de catechese.

Jezus rechtvaardigt ons, vergeeft ons, geeft ons zijn Geest, maakt ons tot kinderen van de Vader: dat is de Blijde Boodschap. Ze wordt het hart van ons bestaan.

Raphaël Devillers
Luik

Comment être stupides à ce point ?


 

Nous suivre

Nous suivre sur YOuTube

0
Shares