Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Het beeld van Petrus

 

Maar toen Kefas in Antiochië gekomen was, heb ik hem openlijk de waarheid gezegd, want hij bleek schuldig. Immers, voordat sommige mensen van Jakobus gekomen waren, at hij altijd samen met de heidenen, maar toen zij gekomen waren, begon hij zich terug te trekken en afzijdig te houden, bang voor de mannen van de besnijdenis. En ook de andere Joden waren net zo huichelachtig als hij, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen. Maar toen ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het evangelie afgingen, zei ik tegen Kefas waar ze allemaal bij waren: ‘Als jij, een geboren Jood, leeft als een heiden en niet als een Jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden?
Ga 2,11-14


Theresa Anne

9-50

Godzijdank voor het beeld van Petrus dat ons door de bladzijden van de Heilige Schrift getoond wordt! Wij mogen de door Jezus uitverkoren apostel leren kennen als een mens, net zoals wij, met alle onzekerheden, zwaktes en goede bedoelingen van dien.   Keer op keer wordt Petrus door angst bevangen en laat hij zijn handelen door vrees bepalen. In de Handelingen van de Apostelen (10,9-23) wordt ons verteld hoe Petrus een visioen kreeg van onreine dieren, zittend op een groot tafellaken dat naar beneden werd gelaten. Na dit visioen liet Petrus zijn oude gewoontes van koosjer eten achter zich. Inzake voedsel genoot hij voortaan van de “glorierijke vrijheid van de kinderen Gods” (Rom 8,21), totdat hij echter in Antiochië kwam, zoals we in Galaten 2,11-14 lezen. Strenge Joodse christenen liepen op hem toe en Petrus werd bang voor hen. “Wat zouden zij denken? Wordt wat ik doe als schandalig aanzien? Gaan de Joodse christenen door mijn gedrag de kerk verlaten?” Net als toen hij op het water liep, laat Petrus zijn focus afdwalen van Jezus (Mt 14,24-33). Zoals bij het kampvuur, toen hij zelfs verloochende Jezus te kennen, krijgen zijn angsten de bovenhand – maar niet het laatste woord! Paulus ziet dat Petrus door niet meer te willen eten met niet-Joodse christenen “niet recht op de waarheid van het Evangelie afging” (Gal 11,14). Door Petrus te vermanen, steekt Paulus zijn hand naar hem uit, zoals Christus op het meer. Petrus komt opnieuw tot inkeer: wat een bemoediging voor ons, te midden van onze eigen angsten en ons herhaaldelijk vallen! Door zijn eigen struikelen laat Petrus ons zien dat Jezus’ geduld met ons en ons strompelen oneindig is; Hij wil voor ons zorgen (1 Pe 5,7). Samen met Petrus kunnen we vertrouwen op de liefde en het grenzeloze geduld van Jezus (2 Pe 3,9).

Zr. Theresa Anne
Sittard (NL)

Le souci des petits


Geloof door daden van liefde

 
Michael-Dominique Magielse

Geloof door daden van liefde
Hoofdstuk 2

Het begin van het boek Handelingen dat doorheen de Paastijd gelezen wordt, leert ons dat de eerste christenen in Jeruzalem eensgezind waren in het belijden van hun geloof en het leven dat daarbij hoorde (Hand. 2, 45-46). In de brief aan de Galaten schetst de apostel Paulus een ander beeld. Er is verdeeldheid en onrust over de eisen waaraan je moet voldoen om een goed christen te zijn. Moeten heidenen besneden worden zoals de joden die het geloof in Christus hebben aangenomen?   

Verschil in inzicht over allerlei zaken kan al snel hoog oplopen. Mensen of groepen kunnen erdoor tegenover elkaar komen te staan. We zien dat in de politiek, in de samenleving, maar ook in de kerk. Dat is niet nieuw, maar eerder van alle tijden. Doorheen de geschiedenis heeft religie geleid tot conflicten en zelfs tot oorlogen. Ook in onze tijd zien we dat geloofsopvattingen stof kunnen bieden voor hevige discussies en zelfs ruzies, met name als deze gevoerd worden op internetfora of social media. Dan lijkt alle schroom en fatsoen weg te vallen.   

Van Paulus wordt gezegd dat ook hij een temperamentvolle man was, een vurig strijder voor het geloof. Hij laat hier ook een andere kant van hem zien. Hij probeert duidelijk een brug te slaan tussen besneden joden-christenen en de onbesneden heidenen, door samen met die laatste groep aan één tafel te zitten. Door deze handreiking laat Paulus zien dat hij ook niet-besneden gelovigen als volwaardige leden van de christelijke gemeenschap aanvaardt. “Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enig belang noch onbesnedenheid, maar geloof door liefde werkend” (Gal. 5,6, vgl. Gal 6,15), zegt Paulus verderop in de Galatenbrief.    Laten wij de boodschap van Paulus ter harte nemen en ons niet blindstaren op de verschillen waarin we ons van elkaar onderscheiden, maar streven naar eensgezind en verbroedering door daden van liefde waarin Christus ons heeft voorgeleefd.

Michaël-Dominique Magielse
Rotterdam

Buiten de wet staan

Zeker, wij zijn van geboorte Joden, geen zondaars uit de heidenen. Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden. Als wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder.
Ga 2, 15-18


 Michelle Lambrecht

10-50

Hoe kan ik me aanpassen aan het leven zoals het zich deze laatste maanden heeft aangediend, hoe kan ik mijn vrijheid beleven in deze opgelegde opsluiting? Mijn vrijheid waarvan ik placht te zeggen dat ze me doet beminnen wat ik moet beminnen, en dat ze me doet gaan waarheen ik moet gaan… Zoals elke goed burger respecteer ik de wetten, maar ik vraag me ook af op welke manier hier betekenis aan te geven. Sta ik wel in het plan van God? Deze vraag maakt het leven er niet duidelijker op, maar wel intenser in deze moeilijke tijden. Eerder dan overvallen te worden door angst vat ik moed en tracht ik me hiervan bewust te worden: alles is gerechtvaardigd. De stilte die me omringt – in tegenstelling tot de gebruikelijke herrie – wordt nu ook een innerlijke stilte die mijn geloof voedt. Ik tracht mijn leven levendig te maken, en deze Paastijd brengt me de vertroosting en het vertrouwen die ik nodig heb om voluit te leven overeenkomstig met wie ik ben, de Woorden van Christus volgend. Laat ons gepassioneerd zijn door Christus, in staat door te dringen tot de kern. Laten we alles achterwege wat ons verhindert ten volle samen te leven met Hem die betekenis geeft aan ons leven. We zijn Hem allemaal ergens op onze weg tegengekomen, op verschillende momenten, in verschillende omstandigheden, maar Hij heeft het bestaan van ieder van ons geheel veranderd, zelfs al werden we niet – zoals Paulus – op de grond geworpen. Velen onder ons kunnen het verschil aanduiden tussen het voor en het na van hun ontmoeting met Christus! Laat ons mateloos buiten de wet leven, dat wil zeggen buiten die wetten die ons misschien wel veilig houden maar die ons verstarren en een echte ontmoeting met Christus onmogelijk maken. De boodschap die de Apostel Paulus schreef aan de Galaten heeft ook twee millennia later nog actualiteitswaarde: laat ons doordringen tot het essentiële, ongehinderd, en laat ons vrij de vrijheid beleven van Hem die ons bevrijdt!


Michelle Lambrecht

Liège

Vivre au-dessus des lois


In orde zijn

Want staande onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd.  Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.  Ik doe de genade van God niet teniet: als de wet ons kon rechtvaardigen, dan zou Christus voor niets gestorven zijn.’
Ga 2, 19-21


 Patrick Lens

11-50

Voor heel wat mensen is geloven: in orde zijn, met alle geboden, met alle verplichtingen, niets verkeerd doen. De meeste mensen doen zo hun best, soms in heel moeilijke omstandigheden. Ze stellen soms ook hoge eisen aan zichzelf. Het is nooit goed genoeg. Soms zijn we tegenover onszelf strenger dan de wet zelf. Paulus zegt: ik ben gestorven voor de wet, om te leven voor God. Geloven gaat voor alles om een relatie met God, accepteren dat God van je houdt, dat Hij zelfs een onvoorwaardelijke liefde heeft voor jou. Daarom mag je “sterven voor de wet:” niet dat de wet niet belangrijk is, maar zij mag niet het zwaartepunt worden in onze relatie met God. Bij God kan je altijd terecht, wat er ook gebeurd is.  “Met Christus ben ik gekruisigd:” Jezus werd veroordeeld; volgens de wet was Hij zelfs vervloekt. Maar God heeft Hem gerechtvaardigd. Jezus heeft zich overgeleverd tot in de dood op het kruis, om te laten zien hoe ver de liefde van God kan gaan. Waarom zou je dan nog vrezen? Als God zo ver gegaan is in zijn liefde, dan kan Hij ook onze zonden vergeven. M.a.w: je behaagt God, niet omdat je nooit een fout hebt gedaan in je leven – wie onder ons zou dit kunnen zeggen – maar omdat je op Hem vertrouwt en zelfs met je fouten naar Hem durft toe gaan. Als het alleen meer om de wet zou gaan, doe je de genade teniet: het is niet omdat je een foutloos parcours gereden hebt, dat je door God aanvaard bent. Je bent dat al. Daarom mag je datzelfde vertrouwen op God hebben als Jezus zelf. Door zijn Geest helpt Hij ons van binnen uit om te doen zoals Hij, met zijn kracht, zodanig dat je kan zeggen: “Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij.”


Patrick Lens

Brussel

Etre en règle


Hoe kan je nu zo stom zijn?

Domme Galaten, wie heeft u behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk voorgetekend als gekruisigd? 2 Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt u de Geest ontvangen door de wet te onderhouden of door gelovig te luisteren? 3 Hoe kunt u zo dom zijn! U bent begonnen in de Geest, wilt u nu eindigen met het vlees? 4 Hebt u zo veel meegemaakt voor niets? Inderdaad, het zou voor niets zijn.
Ga 3, 1-4


 Raphaël Devillers

12-50

“Stommelingen!” Er zullen maar weinig parochianen zijn die zich op zo’n manier door hun pastoor laten berispen. Maar Paulus is diep verontwaardigd, verbijsterd door de ommekeer van de gemeenschap. Terwijl hij er alles aan deed om hen het beeld voor te houden van Jezus, de gekruisigde Christus, die de volledige en definitieve rechtvaardiging brengt voor iedereen die in hem gelooft, zijn er sommigen die teruggrijpen naar de oude praktijken van de Wet, de besnijdenis en andere gebruiken.

Ja, je moet werkelijk stom zijn om zo’n stap achteruit te zetten. Het brengt Paulus er zelfs toe zich af te vragen of de Galaten betoverd zijn geweest: “wie heeft u behekst?”

Ze zijn stom, ze lijden aan een gebrek aan inzicht, ze hadden het moeten begrijpen.

Want wat gebeurde er toen Paulus hen de Blijde Boodschap verkondigde, toen ze geloofden dat het heil een genadegave was van de gekruisigde én levende Christus? Dat was een geheel nieuwe ervaring: ze stelden vast dat dit geloof de deur opende voor de kracht van Gods Geest. Niet langer vroegen ze zich af of ze de Wet wel hadden nageleefd in al z’n details, niet langer trachtten ze hun hemel te verdienen door hun eigen prestaties, maar eindelijk ondervonden ze de werking van de Geest. Het geloof in Jezus wekte in hen een onverwachte vreugde op, die hen toestond nieuwe initiatieven te ondernemen. Bovendien maakte dit geloof komaf met de grenzen tussen Joden en heidenen: in Jezus konden allen samenleven als een volmaakte gemeenschap. In plaats van zelf iets te doen, moesten ze het gewoon aan zich laten gebeuren.

Paulus hamert er twee keer op: de Geest wordt niet gegeven door de werken van de Wet maar door het “gelovig luisteren” (ex akouès pisteôs). Het geloof wordt geboren en ontwikkelt zich door het beluisteren van het Evangelie en door het gelovige antwoord hierop. Dit maakt het essentiële belang van de verkondiging duidelijk, vóór de catechese.

Jezus rechtvaardigt ons, vergeeft ons, geeft ons zijn Geest, maakt ons tot kinderen van de Vader: dat is de Blijde Boodschap. Ze wordt het hart van ons bestaan.

Raphaël Devillers
Luik

Comment être stupides à ce point ?


 

Hij die u de Geest verleent

Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u machtige daden verricht, doet Hij dat omdat u de wet onderhoudt of omdat u gelovig luistert? Neem nu Abraham: Hij heeft God geloofd en het werd hem als gerechtigheid aangerekend.U ziet dus: mensen die geloven, dat zijn kinderen van Abraham. En aangezien de Schrift voorzag dat God de heidenvolken zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend, zodat de mensen die geloven gezegend worden, samen met Abraham, de gelovige. Want alle mensen die zich op de werken van de wet verlaten, hebben een vloek op zich geladen. Er staat immers geschreven: Vervloekt is ieder die zich niet houdt aan alle voorschriften in het boek van de Wet, en ze niet volbrengt.
Ga 3, 5-10


 Antoinette Van Mossevelde

13-50

In een bijzonder vrije interpretatie van de Schriften neemt Paulus zijn lezers mee naar de stamvader van de joodse geschiedenis, Abraham. Vanuit de actualiteit overweegt hij die geschiedenis als een doorlopende lijn van belofte en zegen vanaf de aartsvader van gelovigen, via de Thora tot en met het evangelie van Jezus Christus. Dit evangelie bevrijdt mensen van de onmogelijke eisen van de wet die hen altijd in de schuld stelt. 

Abraham liet al het bekende en vertrouwde achter en ging op weg, vertrouwend op de belofte van zegen en een talrijk nageslacht. Tot op hoge leeftijd blijft hij kinderloos maar zijn vertrouwen in Gods belofte wankelt niet. En dit vertrouwen wordt niet beschaamd. De man die zonder toekomst leek wordt aartsvader van nazaten, talrijk als de sterren aan de hemel… Het verbond van God met Abraham is een verbond van God met al wie gelooft. 

Maar wat betekent dan toch dit vertrouwen in een onzichtbare, onkenbare God?  We mogen hiervoor in de leer bij vele generaties gelovigen die ons tonen dat het zinnig is te vertrouwen in een liefdevol mysterie, dat mij in het leven gewenst heeft en telkens weer tot leven roept.  

Iemand die mij beter kent dan ik mezelf en mij bemint ondanks mezelf. Die een betrouwbare ruimte is en nabijheid waarin ik vrij en toch geborgen bewegen kan, die mij uitnodigt achter te laten alles wat mij bezet houdt, om open te komen voor eeuwig leven, nu en in de toekomst. Die mij niet voor ongeluk, pijn of verdriet behoedt maar mij in ongeluk, pijn en verdriet blijft dragen. Die mij aanmaant te gaan ook al overvalt onzekerheid mij en overzie ik niet wat komt.  Misschien leren we in deze bijzondere dagen van onzekerheid, lockdown en pandemie, ons leven afstemmen op deze belofte van heil, van genezing en heelwording van onszelf en onze wereld.

 

Antoinette Van Mossevelde
Gent

Comment être stupides à ce point ?


 

Hoe heerlijk de vrijheid van de liefde te herwinnen!

Trouwens, dat niemand door de wet bij God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk, want: De rechtvaardige zal door het geloof leven. Welnu, de wet gaat niet uit van het geloof, maar: Hij die deze dingen doet zal daardoor leven. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door zelf voor ons een vloek te worden – want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die hangt aan het hout – opdat in Christus Jezus de zegen van Abraham over de heidenvolken zou komen, opdat wij de beloofde Geest zouden ontvangen door het geloof.
Ga 3, 11-14


 Marianne Goffoël

14-50

Paulus behandelt hier opnieuw zijn favoriete thema: het contrast – of zelfs de onherleidbare tegenstelling – tussen Wet en geloof, een nogal categorieke manier om de zaak voor te stellen. Enkel het geloof brengt leven.

Deze twee begrippen, geloof en Wet, stellen elke gelovige voor een doortocht, een ‘Paasgebeuren’ dus, in zekere zin. Het gaat om de overgang van een uiterlijke houding, bepaald door de Wet, naar een innerlijke houding, bepaald door het geloof, een overgang van de ‘letter die doodt’ naar de ‘Geest die levend maakt’ (2 Kor 3,6).

Paulus maakt echter een onderscheid tussen wet en geboden, twee begrippen die dicht bij elkaar liggen. Waarom dit onderscheid? Dit is een duidelijke verwijzing naar het Evangelie, waar Jezus spreekt over ‘een nieuw gebod’ (Joh 13,34), namelijk het dubbelgebod van de liefde.

Wat is nu het verschil tussen wet en geboden? Het dubbelgebod van de liefde tot God én tot de naaste verbindt ons op innige wijze met Christus en met de anderen (Lc 10,26). En dit gebod is innerlijk, grift zich in ons hart.

Zoals de psalmist zingt: ‘Verhard uw hart niet, luister heden naar zijn stem’ (Ps 95,7-8). Laten we in ons hart plaats ruimen voor God, de tijd nemen Hem te beluisteren; laat ons de Messias verwelkomen door de ander te onthalen, onze broeder, door kleine, alledaagse gebaren van liefde. Laat ons de doortocht van dood naar leven maken, van een terugplooien op onszelf en onze eigen noden naar de openstelling voor anderen, en het zal niet aan gelegenheden ontbreken om de Gezalfde te ontmoeten.

Op dit pad zal de Geest ‘onze leidsman naar de volle waarheid’ zijn (Joh 16,13). Roepen we Hem aan gedurende deze hele Paastijd, onderweg naar het hoogfeest van Pinksteren.

Marianne Goffoël
 Brussel

Quel bonheur de recouvrer la liberté de l’Amour !