Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Een diepe verbondenheid met Jezus

Maar de mannen van aanzien – hoe belangrijk zij precies waren interesseert mij niet, voor God telt menselijk aanzien niet – hoe dan ook, mij hebben de mannen van aanzien niets opgelegd. Integendeel, omdat zij inzagen dat aan mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals dat voor de besnedenen aan Petrus – want Hij die Petrus kracht had gegeven voor de zending onder de besnedenen had mij kracht gegeven voor de heidenvolken
Ga 2,6-8


Tommy Vandendriessche

7-50

Paulus spreekt rechttoe rechtaan.  Niet als een bedaarde diplomaat maar onstuimig, passioneel, overtuigd van zijn zaak. Hij laat zich niet intimideren door maatschappelijk of religieus aanzien. Zijn gedrevenheid komt niet voort uit een gezwollen ego. Paulus’ ego is niet opgeblazen, maar opgevuld door God. Welke God? De God die is in het slachtoffer Jezus, de vervolgde, de gekruisigde, de zondebok. Je kunt wat Paulus schrijft niet los zien van zijn gegrepenheid door de persoon Jezus.

De ‘God van Jezus’ wordt door Paulus niet tegenover de ‘God van Israël’ gesteld. Eerder in de brief (1, 15-16) had hij al verwezen naar het roepingsverhaal van Jeremia: “Het woord van de HEER kwam tot mij: ‘Voordat ik u in de moederschoot vormde, koos ik u uit (…)’. De HEER: dat is de God van uittocht en bevrijding, ‘Ik zal er zijn’.

Je kunt Paulus’ vroegere leven niet omschrijven als Joods, in tegenstelling tot de manier waarop hij nu zou leven. De Jezusbeweging was toen nog geen zelfstandige godsdienst maar één van de stromingen binnen het Jodendom. Paulus bleef de God van zijn vaderen dienen, alleen op een andere manier.

Paulus beschrijft in de Galatenbrief een bijeenkomst in Jeruzalem met de vooraanstaande leiders van de christelijke gemeenschap. De Galatenbrief wordt beschouwd als de oudste schriftelijke bron van dit apostelconcilie. Op deze bijeenkomst wordt men het eens over een verdeling waarbij aan Paulus de verkondiging onder de heidenen (alle niet-joden) wordt toevertrouwd.

De teksten uit de beginperiode van het christendom schetsen een boeiend beeld van de grote diversiteit binnen de Jezusbeweging.

Is hier sprak van ‘eenheid in verscheidenheid’? Het is een eenheid die niet gebaseerd is op het diplomatische compromis  (hoe waardevol dit ook kan zijn) maar op een diepe verbondenheid met Jezus en met alle slachtoffers en zondebokken.

Tommy Vandendriessche
Roeselare

Un lien profond avec Jésus

 

Nous suivre

Nous suivre sur YOuTube

0
Shares