Inleiding tot de brief aan de galaten
  • Inleiding 1 : De galaten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Genade en vrede

Ik , Paulus, apostel, niet vanwege mensen en ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader die Hem uit de dood heeft opgewekt, en alle broeders die bij mij zijn, aan de gemeenten van Galatië: genade voor u en vrede vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus, die zich heeft gegeven voor onze zonden, om ons te ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, volgens de wil van onze God en Vader, aan wie de heerlijkheid zij tot in alle eeuwigheid. Amen.
Ga 1,1-5


Patrick Lens

1-50

Dit jaar verloopt Pasen in mineur.  “De broeders die bij mij zijn”: niet iedereen  kan dit zeggen vandaag. “Ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld”: dat zouden we vorig jaar misschien niet graag gehoord hebben. Maar ondertussen kunnen we ons er wel iets bij voorstellen. We leven echt in moeilijke situatie en daarom kunnen we het misschien wel beter verstaan. Maar welke houding moet je daarin aannemen? Paulus is apostel, niet vanwege een mens, zelfs niet vanwege zichzelf. Paulus is gegrepen door een Verrezene. Dat was misschien het laatste waaraan hij zich had verwacht. Voor christenen is Pasen zo vanzelfsprekend geworden. Maar limietervaringen kunnen ons helpen om na te denken over wat heel fundamenteel is: welke toekomst kunnen wij verwachten? Jezus is heel eenzaam de weg voorgegaan, de nauwe doorgang, het niets. En zijn Vader heeft Hem uit de dood opgewekt. Eigenlijk een onmogelijke boodschap. Maar misschien ook de enige die er nu rest.

Er zullen paaseieren zijn, geen eucharistie. Sommigen onder ons zullen vandaag alleen blijven. Gelukkig is er internet. We kunnen elkaar vandaag alleen maar genade en vrede toewensen. Maar misschien is het precies dit wat we nu nodig hebben: genade, de kracht om door te zetten en moed te houden, de weldoende nabijheid van God. De vrede volgt daaruit: het heeft te maken met aanvaarding van wat er zich hier en nu aandient, maar ook met de gedachte dat God niet anders kan dan het goede voor ons willen. Dat heeft Hij laten zien in zijn Zoon, die zich heeft gegeven voor onze zonden, maar die door de Vader is opgewekt en in kracht gesteld, ook vandaag! Na het duister van de dood is Hij opnieuw bereikbaar.

Zalig Pasen!

Patrick Lens
Brussel

Persévérer et garder courage

 

Er is geen ander evangelie

 

Ik sta er verbaasd over dat u zo spoedig afvalt van hem die u riep tot de genade van Christus, en overgaat naar een ander evangelie; maar er ís geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar al zouden wijzelf of een engel uit de hemel u een ander evangelie verkondigen dan het evangelie dat wij u verkondigd hebben: hij zij vervloekt! Wat wij vroeger hebben gezegd zeg ik nu opnieuw: als iemand u een ander evangelie verkondigt dan u ontvangen hebt: hij zij vervloekt!
Ga 1,6-9


Raphaël Devillers

2-50

Gewoonlijk laat Paulus zijn openingsgroet volgen door een woord van dank. Hier pakt hij de Galaten echter meteen hard aan, door een ironische toon aan te slaan die zijn boosheid doet doorschemeren. ‘Ik sta er verbaasd over dat u zo spoedig afvalt van hem die u riep tot de genade van Christus, en overgaat naar een ander evangelie.’ De zaak is dus bijzonder ernstig.

Na het vertrek van Paulus zijn er mannen langsgekomen die de gemeenschap ondersteboven hebben gehaald, door – tegen Paulus in – te verkondigen dat men absoluut moest teruggrijpen naar de besnijdenis en de voorschriften van de Thora. Paulus is woest, niet zozeer omdat deze boodschap ingaat tegen zijn persoonlijke ideeën, maar wel omdat ze ingaat tegen het hart van het geloof zoals dit hem op weg naar Damascus werd geopenbaard, en dat hij aan het begin van zijn brief als volgt samenvat: Jezus is de gezalfde, de Zoon van God, hij heeft zich aan de dood overgeleverd om ons vergeving van zonden te schenken en zijn Vader heeft hem doen verrijzen. Door de gave van de Geest staan we in een nieuwe wereld. Geen verdere toevoeging nodig. Dit is het Evangelie. Het échte Goede Nieuws.

Blind vertrouwen op enkele handelingen, goede werken opstapelen om ‘z’n hemel te verdienen’… dit is gewoonweg een omdraaiing van de logica van het Evangelie. In het geval van de Galaten is het gevaar des te groter, omdat de verkondigers na Paulus hebben ingespeeld op hun vroomheid en oude religieuze praktijken.

In zijn woede uit Paulus een verschrikkelijke bedreiging. Hij zegt: indien een mens, of een engel, of indien zelfs ik u ooit een andere boodschap zou verkondigen dan dit Evangelie, hij weze vervloekt. Dit wil zeggen dat Gods verdoemenis over hem zou komen en dat hij uitgesloten zou worden uit de gemeenschap. Paulus overdrijft niet: het gaat per slot van rekening om het Evangelie. Wat zou Paulus vandaag zeggen tot de menigte die de vervulling van onmiddellijke verlangens, luxe, reisjes, zelfontplooiingsmethodes of esoterische leerstellingen tot Evangelie heeft genomen?

De brief aan de Galaten stelt de focus van ons geloof in op het essentiële.

Raphaël Devillers
Luik

Il n’y a qu’un Évangile

Zoek ik soms de gunst van de mensen?

Tracht ik nu de mensen te winnen of God? Zoek ik soms de gunst van de mensen? Als ik die zocht, zou ik geen dienaar vanChristus zijn. Ik verzeker u, broeders en zusters, het evangelie dat door mij is verkondigd, is niet door mensen uitgedacht. Wantook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus.
Ga 1,10-12


Antoinette Van Mossevelde

3-50

‘Hoe kun je, nog volhouden dat het mij te doen is om de gunst van de mensen? Ik heb toch iedereen die een ander evangelie verkondigt, vervloekt!’ 

Het evangelie dat Paulus brengt is toegankelijk voor mensen zonder dat ze hiermee de Thora van wetsgetrouwe joden moeten volgen. De besnijdenis noch de voedselwetten zijn voorwaarden om een mens van de weg van Jezus van Nazareth te worden.     Niet omdat het  daardoor ‘gemakkelijk’ zou zijn om die weg te gaan. De Jezusbeweging heeft niets te maken met het zoeken naar goedkoop succes.  De smadelijke kruisdood moge dat duidelijk stellen.  Het gaat erom dat die vrijheid behoort tot het wezen van het evangelie van Jezus Christus.      

De gerechtigheid die de Thora beoogt wordt uiteindelijk niet bereikt met het strikte opvolgen van de voorschriften. Het door God beloofde heil komt niet door de farizeese wetsvervulling.  Jezus’ optreden legde voortdurend bloot hoe een rigide wetsvervulling discriminerend kon zijn en onderdrukkend. Hoe wetten verkeren in het tegendeel van wat ze beogen.   Door Gods genade wordt de mens gerechtvaardigd, niet door zijn eigen prestaties. Dit vertrouwen in God is belangrijker dan alle werken waarop wij ons kunnen beroepen. Slechts in dit geloof kan de mens echt vrij worden. Vrij van alles wat hem bindt aan zichzelf en aan zijn afgoden, vrij van alles wat niet God is. Die vrijheid heeft Paulus in Christus ontdekt. Een vrijheid die ons vrijmoedig tegenover God leert te staan.   Toch hebben deze vrijheid en vrijmoedigheid niets vandoen met vrijblijvendheid. Integendeel. Ze staan in dienst van een solidaire liefde die zich onvoorwaardelijk richt tot elke mens, zonder onderscheid. Geen wetgeving, geen voorschriften, geen regels staan in de weg om wie in nood is bij te staan.      

In dienst treden van Christus is bevrijd worden van de drang om mensen te behagen. Die vrijheid ontdekte Paulus in Jezus Christus en hij zal haar onvermoeibaar blijven bepleiten, hoeveel kritiek en verwijten hij daarmee ook over zich heen haalt.

Antoinette Van Mossevelde
Gent

Est-ce à des hommes que je cherche à plaire ?

 

Alle wegen leiden naar... Damascus

U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorouders. Maar toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen
Ga 1,13-16a


Marianne Goffoël

4-50

Het ontbrak de catechisten van weleer - en misschien zelfs nu nog - niet aan verbeeldingskracht om ons deze plotselinge ommekeer van Paulus op de weg naar Damascus, waarop hij zinspeelt in de passage van zijn brief aan de Galaten, te doen begrijpen.  Hij was zo van streek dat hij van zijn paard viel! 

Schilders, vanaf de 12e eeuw, plaatsten zich ook in dit kielzog om deze oogverblindende bekering af te beelden... Het verslag over Saul - dat was zijn naam "vroeger" - vertelt ons : "Een licht uit de hemel omhulde hem plotseling in zijn helderheid. Hij viel op de grond" (Handelingen 9). 

Het beeld dat de catechisten van vroeger naar voren brachten, spreekt voor zich. De verklaring ligt natuurlijk niet in een fysieke val, maar in een zeer spirituele, zeer innerlijke val. Van je paard vallen is van hoog af vallen! Alleen de grote heren reden vroeger op zulke paarden... Saul werd daarom in zijn trots neergeslagen en viel van heel hoog af dankzij dat licht dat hem omhulde in zijn helderheid, deze persoonlijke ontmoeting met God.  

Hij valt van zijn zekerheden - die verbrijzeld zijn. Hij, die de tradities van zijn vaders in ere moest houden door de Kerk van God te vervolgen, valt in de nederigheid die God groot maakt. Hij gaat een andere soort relatie aan. Hij gaat van vechten tegen anderen naar vechten tegen zichzelf. Hij gaat van de dood naar het leven, hij staat weer op, net als Christus.  Saul was de naam van een koning... Hij zal binnenkort, als hij aan zijn nieuwe missie begint, "Paulus" heten, wat betekent "klein, nederig, zwak". We zijn allemaal geroepen om deze ervaring te ondergaan, op de een of andere dag... En deze ervaring, hoe donderend of stil ook, zal voor altijd een stichtingsmoment zijn, dat ons nu - onweerstaanbaar - zal aanzetten tot het verkondigen van het Evangelie van Christus om ons heen.

Marianne Goffoël
Bruxelles
Beeld : Caravaggio : La Conversion de saint Paul - Santa Maria del Popolo (Rome) - © Wikipédia

Tous les chemins mènent... à Damas

 

God is mijn getuige

Maar toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mijheeft geroepen door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen,toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen,  zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar naar Damascus teruggekeerd. Pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven. Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer. Ik schrijf u de zuivere waarheid. God is mijn getuige. Daarna ben ik naar het gebied van Syrië en Cilicië gegaan, zonder dat de christengemeenten van Judea mij persoonlijk hadden leren kennen.  Zij wisten alleen van horen zeggen: degene die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij vroeger wilde uitroeien.  En zij verheerlijkten God om mij.
Ga 1,15-24


Marcel Braekers

5-50

We vinden het tegenwoordig heel gewoon dat mensen hun intimiteit zomaar publiek maken. Dat was zo niet in de Oudheid, er was veel meer schroom om zijn gevoelens te tonen en zeker om zichzelf te kijk te zetten. Paulus moest daarom wel een heel ernstige reden hebben om zichzelf voor te stellen zoals hij in dit fragment doet. Die heeft hij wel degelijk: hij beschrijft hoe hij meer dan de meeste van zijn volksgenoten een gepassioneerde aanhanger van de Wet was en daarin zover ging dat hij tot het christendom bekeerde volksgenoten aangaf en ze de dood injoeg. Zo beschrijft hij heel concreet en persoonlijk wat het strikt navolgen van de Wet kan teweeg brengen. Schijnbaar gevoelloos maar daarom des te aangrijpender. Daarbij vermeldt hij dat hij vanaf de moederschoot door God was uitverkoren en stelt hij zich in de lijn van de grote profeten die dat ook zegden. Het maakt zijn gedrag alleen nog verschrikkelijker. En toch schrijft hij dit alles in een sober relaas dat daarom des te sterker treft.

Maar Paulus heeft er een bedoeling mee: hij wil zo scherp in het licht plaatsen wat het verschil is tussen de Wet volgen en leven vanuit de Geest. Overrompeld door de liefde en kracht van de verrezen Christus is hij een ander mens geworden. Elke bladzijde van zijn brieven getuigt ervan: voortaan zijn alle mensen gelijk, alles zal voorbij gaan maar alleen de liefde blijft overeind, leven en sterven worden relatief in dit perspectief, enz. God, die mij reeds in de moederschoot heeft geroepen, heeft mij met zijn genade getroffen via de persoon van Jezus de Christus. Het maakte een even radicale houding los als in zijn Wettische periode. Paulus gaat niet naar Jeruzalem en sluit zich niet aan bij de gegroeide geloofsgemeenschap, maar vertrekt naar Arabië waar hij begint te missioneren. Veel later begint hij te beseffen dat een gemeenschap en ordening belangrijk zijn en keert hij terug naar Jeruzalem. Of had hij ook nood aan informatie en wilde hij van Petrus horen hoe die aardse Jezus wel had geleefd?

Marcel Braekers
Heverlee

Je le déclare devant Dieu


 

De waarheid van het Evangelie behouden blijft...

Daarna, na verloop van veertien jaar, ben ik weer naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas, en ik heb ook Titus meegenomen. Ik ging op grond van een openbaring. En ik heb aan hen het evangelie voorgelegd dat ik aan de heidenvolken verkondig, aan hen, dat wil zeggen: in besloten kring aan de mannen van aanzien. Ik wilde er zeker van zijn dat ik niet voor niets werk of had gewerkt. Maar zelfs mijn metgezel Titus, een Griek, werd niet gedwongen om zich te laten besnijden. Maar wegens het feit dat er valse broeders binnengedrongen waren, die onze vrijheid wilden bespieden, die wij hebben in Christus Jezus, om ons in slavernij te brengen… Maar wij zijn geen moment voor hun druk opzij gegaan, om de waarheid van het evangelie bij u behouden te laten blijven.
Ga 2,1-5


Claude Sélis

6-50

Beste broeders,            

Zoals u zich wellicht herinnert, was ik al in Jeruzalem geweest om de leiders van de Gemeenschap te ontmoeten. Ik ben daar onlangs teruggekomen, met Barnabas en Titus, na jaren van prediking onder de heidenen. In Jeruzalem, ten overstaan van de Gemeenschap en opnieuw afzonderlijk ten overstaan van de notabelen, heb ik het Evangelie opnieuw verkondigd zoals ik het verkondigde aan al die nieuwe volkeren, zoals u. Ze waren een beetje verbaasd dat ik predikte voor mensen die niet uit het jodendom kwamen en ze vroegen zich af hoe deze mensen er iets van konden begrijpen. Hun grootste zorg was of deze mensen alle gebruiken en manieren van bidden van het Jodendom hadden overgenomen. Maar ik heb hen uitgelegd dat de boodschap van Jezus Christus onafhankelijk is van deze gewoonten, dat het Evangelie een boodschap is die voor iedereen kan aanspreken en heilzaam kan zijn voor iedereen. Uiteindelijk gingen ze akkoord en eisten ze bijvoorbeeld niet dat Titus, die jonge Griekse bekeerling die bij mij was, zou worden besneden. Dit kleine incident moet ons eraan herinneren, beste broeders, dat we moeten vasthouden aan het wezenlijke, aan de ware waarden van het Evangelie, en ons niet moeten laten insluiten in de menselijke gewoonten die eigen zijn aan dit of dat volk of aan een bepaald tijdperk. Het Evangelie bevrijdt ons van dit alles en het is deze vrijheid die we moeten behouden om ons te laten uitdagen, buiten al deze gewoontes en routines om, door wat het diepste van het Evangelie is.

Claude Sélis
Bruxelles

Afin que demeure la vérité de l'Evangile

 

Een moeilijke vrijheid ?


Mark Butaye
Inleiding op Paulus’ brief aan de Galaten
Hoofdstuk 1


We leven vandaag, erg voelbaar, onder “de wet”. Onze vrijheid wordt nu zwaar beperkt : thuisblijven, afzien van aanrakingen, arbeid, ontmoetingen. Een wet met veel onaangename en onvoorziene gevolgen: depressie, verveling,  eenzaamheid, financieel verlies. En de doden die moederziel alleen sterven.  De lock down wet verplicht. Daar mogen we nu niet onderuit. Zij vraagt een persoonlijk offer en omwille van deze uitzonderlijke virussituatie zijn wij daartoe - redelijk - bereid.  Haar gebod en verbod begrijpen wij als zinvol. Want zij wil ieders leven maximaal beschermen. Die zinvolheid helpt ons verantwoordelijk te zijn. De wet is er niet om de wet zelf. Niet haar ‘wettelijkheid’ of verplichting geeft haar betekenis. Zij ontleent haar redelijkheid aan het doel dat zij beoogt.  De radicale wet die ons vandaag beschermt en thuis gekluisterd houdt, mogen we gerust ‘heilig’ noemen. Dat is geen exclusief christelijke term. Heilig is niet wat zich in of boven de wolken afspeelt. Heilig gaat terug op ‘helen, genezen’ en preventie hoort daar toe. We kunnen die wet ook ‘heilig’ benoemen in de religieuze betekenis van het woord ‘religare’ : zij verbindt ons tot een gezamenlijke opdracht en zij ‘heelt-ons-aan-elkaar’. Zij is dus transcenderend, reikt verder, over mijzelf heen, schept toekomst en maakt dat nieuwe mensen geboren kunnen worden. 

“Tot vrijheid zijt gij geroepen” schrijft Paulus aan de Galaten. Hij doet het met aandrang en maakt zich kwaad. Hij kan namelijk niet begrijpen dat mensen, christenen, hun identiteit ophangen aan de Wet, aan de Thora die hij zelf vroeg zo hardhandig heeft verdedigd. De christen kan in zijn ogen niet de mens zijn die zijn identiteit verantwoordt door vast te houden aan de voorschriften van, in casu, de Joodse Wet – vooral gesymboliseerd in de verplichting tot besnijdenis en in het nauwgezet onderhouden van reinheidswetten. Paulus verdedigt dit standpunt zo hevig, dat hij lijkt in te gaan tegen Jezus’ uitspraak : ‘ Ik ben niet gekomen om Wet en Profeten op te heffen’  (Mt. 5,17-37)  Met zijn oproep tot vrijheid stelt Paulus wel een heel pertinente vraag. En het is erg verwonderlijk dat de Galaten – en bij uitbreiding veel gelovigen vandaag – die grote aanzegging van vrijheid, dat aanbod, niet aangrijpen en koesteren als een weldaad.  Is Paulus’ vrijheid wellicht te moeilijk ?  Vraagt zij misschien inventiviteit, het durven aangaan van risico’s, leven met vragen die geen duidelijk antwoord bieden? Of biedt, daarentegen, het volgen van de wet een grote zekerheid, rust aan het gemoed, de geruststelling dat ‘men in orde is’. Ontslaat het navolgen van de Wet – met zijn vele bepalingen – de mens van de inspanning om te peilen naar zijn geweten, om het te vormen, en om dan de consequenties te dragen van vrij genomen beslissingen ? Vrijheid leven is een harde dobber. Het vereist inzicht en niet weten, durf en voorzichtigheid, ruimte en inperking, engagement en vertrouwen. 

Staan vrijheid en gehoor geven aan de Wet wel tegenover elkaar ? Paulus’ vrijheid is niet de ‘keuzevrijheid’ die onze tijd zo promoot, aanbidt en verslaaft. Hij bedoelt niet het ‘liberale’ dat vooral gunstig is voor wie het zich kan veroorloven – intellectueel, economisch, cultureel,... . Voor Paulus is vrijheid een goed, maar – net zoals de Wet – geen doel op zich dat de mens moet nastreven. Vrijheid, met al haar consequenties is voor Paulus in wezen een gevolg van iets.  Hij had er niet om gevraagd. Vrijheid is hem overkomen, als een indringende menselijke en religieuze ervaring. Hij is nu zodanig vrij, dat hij naar Iemand toe kan leven. Iemand nieuw leren kennen, maakt vrij. “Christus heeft ons vrijgemaakt” ( Gal.5,1). Of zoals Johannes schrijf : ‘De waarheid zal u vrijmaken’.  Zoals een grote liefde een mens de lucht in gooit. Maar niet zonder consequenties.

Mark Butaye
Brussel

Een diepe verbondenheid met Jezus

Maar de mannen van aanzien – hoe belangrijk zij precies waren interesseert mij niet, voor God telt menselijk aanzien niet – hoe dan ook, mij hebben de mannen van aanzien niets opgelegd. Integendeel, omdat zij inzagen dat aan mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals dat voor de besnedenen aan Petrus – want Hij die Petrus kracht had gegeven voor de zending onder de besnedenen had mij kracht gegeven voor de heidenvolken
Ga 2,6-8


Tommy Vandendriessche

7-50

Paulus spreekt rechttoe rechtaan.  Niet als een bedaarde diplomaat maar onstuimig, passioneel, overtuigd van zijn zaak. Hij laat zich niet intimideren door maatschappelijk of religieus aanzien. Zijn gedrevenheid komt niet voort uit een gezwollen ego. Paulus’ ego is niet opgeblazen, maar opgevuld door God. Welke God? De God die is in het slachtoffer Jezus, de vervolgde, de gekruisigde, de zondebok. Je kunt wat Paulus schrijft niet los zien van zijn gegrepenheid door de persoon Jezus.

De ‘God van Jezus’ wordt door Paulus niet tegenover de ‘God van Israël’ gesteld. Eerder in de brief (1, 15-16) had hij al verwezen naar het roepingsverhaal van Jeremia: “Het woord van de HEER kwam tot mij: ‘Voordat ik u in de moederschoot vormde, koos ik u uit (…)’. De HEER: dat is de God van uittocht en bevrijding, ‘Ik zal er zijn’.

Je kunt Paulus’ vroegere leven niet omschrijven als Joods, in tegenstelling tot de manier waarop hij nu zou leven. De Jezusbeweging was toen nog geen zelfstandige godsdienst maar één van de stromingen binnen het Jodendom. Paulus bleef de God van zijn vaderen dienen, alleen op een andere manier.

Paulus beschrijft in de Galatenbrief een bijeenkomst in Jeruzalem met de vooraanstaande leiders van de christelijke gemeenschap. De Galatenbrief wordt beschouwd als de oudste schriftelijke bron van dit apostelconcilie. Op deze bijeenkomst wordt men het eens over een verdeling waarbij aan Paulus de verkondiging onder de heidenen (alle niet-joden) wordt toevertrouwd.

De teksten uit de beginperiode van het christendom schetsen een boeiend beeld van de grote diversiteit binnen de Jezusbeweging.

Is hier sprak van ‘eenheid in verscheidenheid’? Het is een eenheid die niet gebaseerd is op het diplomatische compromis  (hoe waardevol dit ook kan zijn) maar op een diepe verbondenheid met Jezus en met alle slachtoffers en zondebokken.

Tommy Vandendriessche
Roeselare

Un lien profond avec Jésus

 

De zorg voor kleinen

 

en omdat zij de mij gegeven genade hadden erkend, hebben zij, Jakobus en Kefas en Johannes, de mannen van aanzien die als steunpilaren gelden, mij en Barnabas de hand der gemeenschap gereikt: wij zouden naar de heidenen gaan en zij naar de besnedenen. Wij moesten alleen de armen gedenken, en ik heb daarvoor dan ook mijn best gedaan.
Ga 2,8-9


Myriam Tonus

8-50

Het is nooit eenvoudig voor een instelling om het ‘andere’ op te nemen. Dat was zo in Paulus’ tijd, en zo is het in de onze. Paulus moet er de tol voor betalen, daar hij ervan wordt beschuldigd geen echte apostel te zijn, niet het ware Evangelie te verkondingen. Ervan beschuldigd dissident te zijn, in zekere zin. Maar zijn hardnekkigheid, geworteld in geloof, doet hem volhouden tot hij erkend wordt door de zuilen van de kerk. Deze erkenning zal gevolgen hebben die Petrus, Jacobus en Johannes niet kunnen voorzien. Voortaan is Paulus diegene die het Evangelie aan de volkeren verkondigt, die de Blijde Boodschap over de grenzen van het Jodendom tilt. Dit moeten we in rekening brengen: indien Paulus zijn missie had opgegeven, waren wij hier nu niet om erover te praten! Zijn brandend verlangen geen enkele beperking aan de verkondiging op te leggen doet het Woord weerklinken in de uithoeken der aarde. Wij mogen ons dochters en zonen noemen van deze game changer. Nee, het is nooit makkelijk voor een instelling het ‘nieuwe’ op te nemen. Trappen we vandaag niet in dezelfde val wanneer we spreken over hen die zich in de ‘marge’ of aan de ‘grenzen’ van de kerkgemeenschap bevinden, of wanneer we trachten onverschillig geworden jongeren terug te halen? Paulus, bezield door de Geest, moedigt aan ons niet in beslotenheid terug te trekken. De zorg voor kleinen en armen is de enige onbreekbare band tussen alle vormen van toebehoren aan een gemeenschap. Verder ontsnapt deze Geest aan al onze denkcategorieën, want niemand weet vanwaar hij komt, noch waarheen hij gaat…

Myriam Tonus
Dampremy

Le souci des petits