Geest, je zult ons van je vrijheid geven

Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam. 18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

Ga 6,17-18

Dominique Olivier
50-50

Geest als de wind, we weten niet waar je vandaan komt, Geest als de wind, we weten niet waar je naartoe gaat, je zult ons je vrijheid geven.

Deze lofzang op de Heilige Geest past in onze tijd: het pinksterfeest en de laatste meditatie van Paulus' brief aan de Galaten, een krachtige lofzang op de vrijheid. 

Vrijheid is subtiel. Ze heeft vele lagen. Op het diepste niveau is de innerlijke vrijheid misschien wel de vrijheid die ons in staat stelt om onze waarheid luid en duidelijk te spreken, in navolging van Paulus. Hij neemt zijn vrijheid om zijn lichamelijke gehechtheid aan Christus te bevestigen en deze passage door het lichaam verdraagt geen enkele tegenspraak. Het is het 'ik ben' van Paulus. Niemand kan mij dus beletten vragen te stellen over de zin van mijn bestaan. Dit is mijn innerlijke, fundamentele vrijheid en mijn geloof in Christus komt het niet beteugelen, maar versterken.

De innerlijke vrijheid wordt samen met de relationele vrijheid gebreid. We projecteren allemaal onze verlangens op anderen als touwen om onze emotionele boot aan te meren uit angst voor eenzaamheid, om de angst waarop we varen te overwinnen. We binden onszelf vast door anderen vast te binden. Toch zijn banden onmisbaar voor ons voortbestaan. Deze banden stellen ons in staat om samen aan te meren, voor verschillende duur, in de open zee, voor een navigatie in samenwerking, altijd ingewikkelder, onzekerder, maar rijker aan openheid, in één woord aan Leven. Het is deze subtiele dubbele vrijheid die Paulus gebruikt als hij in staat is om in dezelfde boodschap de Galaten "uit te kafferen" en tegelijk zijn brief te beëindigen door ze “broeders” te noemen. Hij probeert zijn broeders niet te binden. Hij probeert hen te verbinden aan de enige mogelijke vrijheid, die door de Geest van Christus is gegeven als aan kinderen van dezelfde Vader!

Zonder een goede dosis hoop is het onmogelijk om te navigeren in een onbekend land. Paulus herinnert ons eraan dat de enige mogelijke aanlegplaats de Geest van Christus zelf is, de liefde van de Vader die ieder van ons liefheeft, vrij en vreugdevol. Moge de Geest ons op deze Pinksterdag zijn vrijheid geven!

Dominique Olivier
Luik

Esprit, tu nous donneras de ta liberté

Een nieuwe schepping

Het gaat niet om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. Laat vrede en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël van God!

Ga 6,15-16

Zr Agnes Schreck
49-50

Elk jaar voor Pinksteren wachten we in de bovenzaal op de vervulling van Jezus’ belofte: ‘wanneer de heilige Geest over u komt, zult ge de kracht ontvangen en mijn getuige zijn… tot het uiteinde van de aarde’ (Hnd 1,8). Samen bidden we: ‘Kom, heilige Geest’. Verlangend stellen we ons open voor Gods belofte, en laten ons beperkt begrip, ons politiek groepje, onze eigen agenda los. Bij de Galaten werd die agenda gedomineerd door de categorieën ‘besneden’ en ‘onbesneden’. Paulus’ antwoord aan hen is nog steeds relevant voor ons vandaag: ‘leef als een nieuwe schepping!’

Paulus zag in dat de belofte van het Oude Verbond, waarvan de besnijdenis het teken was, tot vervulling was gekomen, en nu een nieuw teken was gegeven: ‘Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig, maar gelovig!’ (Joh 20,27) Elders schrijft Paulus dat ons nieuwe leven begint door de deelname aan dit teken, de dood en verrijzenis van Jezus Christus: ‘Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden gaan leiden’ (Rom 8,4). Door ons doopsel zijn wij een nieuwe schepping, als leden van zijn lichaam één in de dood én in de verrijzenis van Jezus. Deze gave wordt door Paulus beschreven als een beginsel om ons leven op te ijken. Dit is een uitnodiging voor iedereen. Op deze dag voor Pinksteren wensen we dat iedereen de vrede en barmhartigheid waarvan Paulus spreekt zou mogen ervaren. Kom, heilige Geest! Laat ons dag in, dag uit meer naar dit beginsel leven. ‘Geeft U uw adem, dan wordt alles geschapen: U maakt de aarde weer helemaal nieuw’ (Ps 104,30).

Zr Agnes Schreck
Sittard (NL)

Vrijgegeven, geleverd

Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben.

Ga 6,14

Myriam Tonus
48-50

Aan het einde van zijn brief aan de Galaten biedt Paulus hen het meest essentiële aan, datgene dat zijn leven op zijn kop heeft gezet: Christus de gekruisigde Messias. Heeft de apostel zich overgegeven aan een morbide fascinatie voor het lijden? Jammer genoeg is het zo dat sommige auteurs door de eeuwen heen de woorden van Paulus hebben verstaan... en tegelijkertijd een schuldige impasse teweeggebracht over alles heen wat zich in de loop van de brief heeft ontvouwd. Wat Paulus van vervolger tot apostel transformeerde was een intieme ervaring, gegraveerd in zijn vlees. Hij, een onverbiddelijke verdediger van de wet van zijn volk, « wiens ziedende woede nog steeds de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde » (Handelingen 9,1), ontvangt nu deze openbaring die zijn meest verankerde zekerheden omverwerpt: door zich vrijelijk afhankelijk te maken van het kruis legt Jezus de religieuze wet bloot die hem veroordeelt. Tegelijkertijd bevrijdt hij elke mens van de voorschriften van een wet die niet voor het leven is gemaakt, maar hem integendeel in zonde en dood opsluit.

Paulus' ervaring is die van de bekering. Niet wat men over het algemeen onder dit woord verstaat – de aansluiting bij een nieuwe leer - maar metanoia, die complete omwenteling die als een omkering van de polen is. Niet langer de plicht die de wet voorschrijft, maar de oneindige vrijheid die wordt gedragen door de adem van de liefde; niet langer de slaafse afhankelijkheid van God, maar de kentekenen van de waardigheid van de zoon; niet langer de menselijke natuur die is overgeleverd aan haar omzwervingen, maar de herschapen mens, bewoond door het leven zelf van God, die voor de wereld een icoon is geworden van Christus die erin leeft. Bevrijd, bevrijd, definitief vrijgevochten zonder enige schuld, zal Paulus voortaan het goede nieuws van een gekruisigde Messias prediken. Schandaal en waanzin in de oren van de rechtvaardigen. Buitengewone bevrijding die alles in ons kruisigt wat slaafs gebonden blijft aan de routines en krachten van de wereld. 

Myriam Tonus
Dampremy

Libéré, délivré

Een indrukwekkende epiloog

Zie met wat voor grote letters ik u nu eigenhandig heb geschreven. De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn.
Ga 6,11-13

Tommy Vandendriessche
47-50

In een indrukwekkende epiloog herneemt Paulus nog eens alle thema’s uit de brief maar nu met nóg meer nadruk. Een dergelijke brief was bedoeld om te worden voorgedragen. Paulus zal die dus hebben gedicteerd alsof hij zijn toespraak, in levende lijve, tot een publiek richtte. Hij maakt hier gebruik van alle technieken van de overredingskunst (retorica). In de eerste eeuw was het niet ongewoon dat dergelijke toespraken een polemisch karakter hadden. Het is wel eerder ongewoon dat Paulus hier de hele verdere brief (een krachtige herneming van de kern van zijn betoog) eigenhandig afwerkt. Het zegt iets over zijn gedrevenheid.

Paulus was ongetwijfeld iemand met een groot organisatorisch talent. Hij stichtte tal van gemeentes. Hij bemoedigde en vermaande, structureerde en adviseerde. En daarna trok hij verder … misschien was dit maar goed ook? Hij was misschien teveel profeet om alleen maar manager te zijn? Paulus was ook teveel ‘gegrepene’ om op zijn uitspraken een leerstelsel te bouwen.

Iedere beweging die niet wil verschrompelen en betekenisloos worden heeft, af en toe,  Paulussen nodig: vrouwen en mannen die onbevreesd durven spreken, vanuit een grote innerlijke vrijheid. Die eigenzinnig de ‘rand’ durven opzoeken. Die het ook wat scherper durven formuleren en vragen durven stellen: ‘Wat is de ‘kern van de zaak’?’  “Wat moeten we durven loslaten?”  “Wat moet worden behouden en verder ontwikkeld?

In zijn recent toespraak ‘Christen-zijn in de 21e eeuw’ stelt Thomas Halik de vraag of het niet simplistisch is om mensen op te delen in ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ op basis van hun antwoord op de vraag of ze al dan niet in God geloven en tot welke religie of kerk ze beweren te geloven. “Vergeten we niet dat er velen zijn die geloven zonder ergens bij te horen, en velen die ergens bijhoren zonder te geloven.

Tommy Vandendriessche
Roeselare

Un épilogue impressionnant

Raak niet ontmoedigd het goede te doen

Laten we onophoudelijk goed doen; want als we de moed niet opgeven, zullen we te zijner tijd de oogst binnenhalen. Laten we dus, zolang we tijd hebben, goed zijn voor allen, maar vooral voor onze geloofsgenoten.
Ga 6,9-10

Claude Sélis
46-50

Jullie weten wel, beste broeders, dat verknochtheid aan Jezus’ boodschap het goede doen impliceert, op heel concrete wijze, dag-in dag-uit, binnen de eigen gemeenschap én daarbuiten. Maar zoals ik jullie reeds eerder heb gezegd: Jezus’ boodschap kan daar niet toe herleid worden. Het kan er slechts een praktisch, normaal, vanzelfsprekend gevolg van zijn. Ik heb jullie nooit een ‘kleine moraal’ onderwezen, een levenswijsheid zoals zovelen die vandaag verkopen, met enkele richtlijnen om aangenamer in het leven te staan, of zelfs met een zekere berusting, fatalistisch en ongevoelig voor de wereld. Ik heb jullie daarentegen toewijding aan een persoon geleerd, een persoon die naar ons is toegekomen met een andere blik op de wereld, een andere manier om zich erin te situeren, met een wil om deze te transformeren. Binnen dit kader krijgt het goede doen een heel andere dimensie. Het gaat dan niet meer om een verstandige berekening van goed burgerschap, om balsem voor het individuele geweten; maar wel om getuigenis, aanvankelijk nog heel gewoontjes. Getuigenis van een levensloop die in bepaalde omstandigheden echter buitengewoon kan worden.

Het goede doen zo nu en dan, of wanneer iedereen het goede doet, is niet zo moeilijk. Maar het goede doen in een context van spanning, conflict, falen, teleurstelling, gebrek aan resultaten… dat is wat anders! Ziedaar de vijand: ontmoediging. Waar zal je in zo’n geval kracht uit putten? Uit nieuwe voorschriften? Door je een rad voor ogen te draaien? Ik heb kracht gevonden in Jezus Christus. Natuurlijk zou ik best graag de vruchten van mijn handelen bij leven willen zien, maar mijn volharding hangt daar niet van af. Ik weet dat voorbij mijn eigen persoon, mijn daden hun werkelijke vruchtbaarheid kennen in Jezus Christus. Het is zelfs zo dat mijn daden een lege doos zijn als ze niet in Hem tot vrucht komen. Het gaat dus niet om het moment, nu of later, maar te weten waar mijn daden tot werkelijke vruchtbaarheid komen. Wat echter wel gebonden is aan de tijd, is het menselijke handelen. Als mens kan ik het goede niet anders dan nù doen, tijdens mijn aardse leven. En dat is niet eeuwigdurend! Dus, mijn beste broeders, stel niet uit tot morgen, maar doe het goede in dit leven.

Claude Sélis
Brussel

Ne vous découragez pas de faire le bien

Wat een mens zaait zal hij ook oogsten

Wie onderricht ontvangt in het woord van God, moet zijn leermeester laten delen in alle goeds dat hij bezit. Maak u niets wijs: God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait zal hij ook oogsten. Wie zaait op de akker van zijn zondige natuur, zal van die natuur verderf oogsten; wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven oogsten.
Ga 6,5-8

Marcel Braekers
45-50

Dit laatste hoofdstuk is een wat rommelige aaneenschakeling van raadgevingen. Het geeft de indruk dat een latere auteur verspreide uitspraken van Paulus heeft samengebracht.

In vers 6 – 10 staat: Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij leert met zijn leermeester delen.  De Naardense Bijbel vertaalt precieser: Wie onderwezen wordt in het woord moet wie hem onderwijst laten delen in alle goede dingen. Diezelfde aanmaning staat ook in Romeinen 15, 27 en 1 Korinthiërs 9,11. Elke keer is het duidelijk dat Paulus met ‘goede dingen’ materiële steun bedoelt.

Het is toch vreemd dat hij dat steeds weer moet herhalen. Je zou denken dat het om een elementaire vorm van broederlijkheid gaat. De rondtrekkende predikanten waren enthousiaste maar ook kwetsbare figuren.  Sommigen waren goed opgeleid en bemiddeld, maar de meesten waren intellectueel kwetsbaar en hadden alles achtergelaten (wat dikwijls niet veel voorstelde). Dat waren de eerste verkondigers die de basis legden voor de latere Kerk. In de evangeliën die veel later zijn geschreven wordt deze levenswijze als evangelische raad opgenomen. “Neem niets mee voor onderweg, geen stok,  geen reistas, geen brood en geen geld, ook geen kleren.”

Paulus neemt het voor deze kwetsbaren op, terwijl hij het voor zichzelf niet nodig had. Zijn beroep van tentenmaker was erg in trek en een gereedschapskist was gemakkelijk mee te nemen. En toch is het bevreemdend dat rijke gemeenten wel graag naar het onderricht kwamen luisteren en vervolgens deze predikanten aan hun lot overlieten. Wat hadden ze van de nieuwe mentaliteit begrepen? Wat had de Geest bij hen teweeg gebracht? Het onbekommerd, belangeloos enthousiasme stak schril af tegen de krenterige, egocentrische houding van de toehoorders. Want een geloof dat niet tegelijk solidair is zowel met gelijkgezinden als met de ‘anderen’ is een bedenkelijk ingekapseld geloof.

 

Marcel Braekers
Heverlee

Zijn we bereid onze schort om te doen?

Want wie meent iets te betekenen, terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. Laat ieder zijn eigen gedrag onderzoeken, dan zal hij zijn roem wel vóór zich houden en er zijn naaste niet mee lastig vallen; want ieder heeft zijn eigen vracht te dragen.
Ga 6,3-5

Marianne Goffoël
44-50

‘Wie meent iets te betekenen, terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf.’ Harde woorden van Paulus om te incasseren, zowel voor de Galaten gisteren als voor ons vandaag. Paulus hamert op die ene onmisbare voorwaarde voor wie deel wil uitmaken van de christelijke gemeenschap: leven van de geest van het evangelie, leven van Christus zelf.

Vanaf onze vroegste kindertijd hoorden we zeggen dat we de beste moesten zijn, de eerste van de klas, de kei in alles… de slimste, de knapste, de rijkste… Dit ideaalbeeld van het ‘ik’, tjokvol ambitie, kan zich slechts realiseren ten koste van anderen, door een rivaliteit zonder genade. ‘Aut Caesar, aut nihil’, of niets of alles, de beste zijn of – zo goed als – een niemendal, in de ogen van anderen, in onze eigen ogen.

Hiertegen trekt Paulus ten strijde. Hij voert ons terug tot de essentie. Wat hij ons wil zeggen laat zich samenvatten in enkele woorden: ‘stop naar jezelf te staren, richt je blik en je hart op de ander’. Maar niet op eender welke manier. Dit vraagt om een ontlediging van onszelf, een afkering van onze natuurlijke neigingen. Christus is gekomen om ons bij de kern van het geloof te brengen: de liefde. De liefde voor God en voor de naaste. En gaat het hierbij niet om één gebod, zoals Jezus het zegt in zijn antwoord aan de farizeeën? (Mt 22,36) Zo is het ook dat Jezus ons wordt voorgehouden in het evangelie van Witte Donderdag, wanneer hij als dienaar de voeten wast van zijn leerlingen. Aan dit gebaar voegt Jezus deze woorden toe: ‘Wat ik voor jullie doe, doe evenzo’. Een oproep dus aan ieder van ons om onze schort om te doen. Zijn wij bereid te beminnen met die ene, enige liefde?

Marianne Goffoël
Brussel

Sommes-nous prêts à mettre notre tablier ?

In een geest van zachtmoedigheid

Broeders en zusters, als iemand op een misstap betrapt wordt, moet u, geestelijke mensen, zo iemand in een geest van zachtmoedigheid overeind helpen; let erop dat u niet ook zelf in verleiding komt. 2 Help elkaars lasten te dragen; op die manier zult u de wet van Christus vervullen.
Ga 6,1-2

Antoinette Van Mossevelde
43-50

In nauwelijks 2 verzen schetst Paulus een hele levenshouding.

Het gaat om gedrag gericht op herstel, op nieuwe kansen, op kracht van gemeenschap, op zoek naar wat verloren was. We horen hier een echo van Jezus’ woorden in het Lucas-evangelie:  ‘Zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. (Lucas 15,7)

Niet als kampioen van de liefdadigheid maar in een geest van zachtmoedigheid mekaar overeind helpen.

In het begrip zachtmoedigheid weergalmt psalm 37 en de 3de zaligspreking zoals Matteüs ze optekent: ‘Zalig de zachtmoedigen want zij zullen het land bezitten.’ (Matt. 5, 5)

De geest van zachtmoedigheid wordt vooral betekenisvol in ‘scheve situaties’, bij conflicten, bij onrecht en geweld. Het gaat er niet om lijdzaam misdaden te ondergaan of op zijn beloop te laten. Integendeel, het gaat om tedere daadkracht die haar houding niet laat dicteren door daden van de ander. Je weigert je houding te laten bepalen door de ander maar door die tedere daadkracht. Het gaat om geweldloos verzet en de moed om constructief betrokken te worden bij de miserie die een mens zichzelf en anderen over het hoofd trekt, Bij het onrecht dat gebeurt en waarvoor mensen verantwoordelijk zijn en blijven. Je laat hen daarmee niet alleen achter.

Zachtmoedigheid heeft weet van het verlangen én het onvermogen de mens te zijn die we zouden willen zijn. Ze gaat behoedzaam om met de kwetsbare en falende kanten van onszelf en anderen. Dergelijke draagkracht ontwikkelt zich wanneer ze kan verankeren in een genereuze, milde scheppingskracht, in de Adem van het begin, in de Geest die bijeenbrengt wat was verdeeld.

Van mens tot mens, gemeenschap opbouwen vraagt méér dan liefdadigheid. Dat veronderstelt dan ook de verdere uitbouw van onze sociale zekerheid, het kwijtschelden van de schuldenlast van zoveel tot derde wereld gemaakte landen, de inzet voor een rechtvaardig belastingstelsel, en eerlijke wereldhandel. Dit is tedere daadkracht waarin we helpen elkaars lasten te dragen.

Antoinette Van Mossevelde
Gent

Libérés pour aimer

Vrij gemaakt om lief te hebben

Zij die Christus Jezus toebehoren, hebben de zondige natuur gekruisigd, met zijn hartstochten en begeerten. Als wij leven door de Geest, laten we ons dan ook gedragen volgens de Geest. We moeten niet verwaand zijn en elkaar niet voortdurend uitdagen en benijden.
(...)
Ga 5,24-26

Raphaël Devillers
42-50

Hier besluit Paulus de kleine ontwikkeling die hij in vers 13 was begonnen door de Galaten te herinneren aan hun roeping tot vrijheid. Hij corrigeerde hun infantiele afwijking : deze vrijheid wordt niet geleefd op een loopband maar op een terrein van felle strijd tegen de impulsen van het vlees. Zonder zijn toevlucht te nemen tot abstracties, maakte hij het enorme verschil duidelijk tussen de daden die door het vlees worden geleid en die welke onder de werking van de Geest worden uitgevoerd. 

Nu concludeert hij: "Zij die van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en verlangens gekruisigd". Het is opvallend hoe Paulus de gedoopten noemt: "die van Christus zijn" (reeds in 5:2). Het nieuwe geloof is niet in de eerste plaats een registratie in een kerk, noch een moreel programma, maar de gave van de eigen persoon aan Christus.  Net als Paulus moet de gedoopte kunnen zeggen: "Ik leef, maar het is niet meer ik, maar Christus die in mij leeft" (2:20). Hij staat niet langer onder de richtlijn van de wet, maar is verenigd met een persoon "die van mij hield en zichzelf voor mij overleverde" (2:20). 

"Die van Christus" vechten tegen het vlees: "ze kruisigen het" omdat ze weten dat Christus heeft aanvaard om gekruisigd te worden uit liefde voor hen en omdat Hij er levend uit is gekomen. Het beteugelen van de hartstochten van het vlees is geen dood maar een opstanding. 

En hij herhaalt wat hij al in vers 16 had gezegd: "Als we door de Geest leven, laten we dan het impuls van de Geest ook volgen.” (Gal. 5,25) 

Dus onze vrijheid is zeker, maar ongeformatteerd: "Als..." De verlokkingen van de hartstochten kunnen ons altijd verleiden en we kunnen de ingevingen van de Geest weerstaan. Christus heeft ons niet bevrijd uit de gevangenis van de wet om ons tot robots te maken. 

En hij eindigt met een waarschuwing: "Niet rennen voor ijdele glorie, geen onderlinge rivaliteit, geen afgunst". Dat laat zien dat het uiteindelijk om de liefde van broeders gaat.

Raphaël Devillers
Luik

Libérés pour aimer

Groei

De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zulke dingen richt de wet zicht niet.
(...)
Ga 5,22

Patrick Lens
41-50

De vruchten van de Geest behoren niet tot het startkapitaal van het christelijk leven. Zij zijn er ook niet zomaar het gevolg van. Het gaat om meer dan ethiek. Het gaat over groei. Het gaat over de vrucht van een beweging van de Geest in ons. Het is in feite Gods werk. De Galatenbrief zegt dat de wet er niets mee te maken heeft. Liefde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid… zoiets kun je niet decreteren. Dat moet groeien van binnenuit. Het heeft iets te maken met het hart, maar ook met gevoelig worden.

Als laatste vrucht noemt Paulus de zelfbeheersing. Je zou je kunnen voorstellen dat dit eigenlijk aan het begin zou moeten komen. Het is toch een minimum aan kwaliteit die je zou mogen verwachten van ernstige mensen?
Zelfbeheersing zien we vaak als iets negatief: iemand die zich kan inhouden. Of iemand die heel erg op controle uit is. Maar bij Paulus komt de vrucht van de zelfbeheersing op het laatst. Het kan niet zijn dat zelfbeheersing het resultaat is van een ingehouden of krampachtig leven. Dat heeft met de vruchten van de Geest niets te maken. Zelfbeheersing is een vrucht van de liefde, de fijngevoeligheid om niemand te kwetsen, ook al ben je van nature opvliegend. Het is een vrucht van de vrede, als je in staat bent om niet alleen vanuit je eigen emoties te reageren. Zelfbeheersing heeft te maken met vriendelijkheid: het is de zorg om anderen te respecteren. Het heeft te maken met vertrouwen: ook moeilijke dingen raken uiteindelijk opgelost. De vruchten van de Geest veranderen een heel leven. Zij doen mensen groeien en bloeien. Ze worden gelukkiger, liefdevoller, en dus beter, ook in heel concrete gedragingen. De liefde is de energie die mensen spontaan kan doen veranderen, en liefde komt altijd van binnenuit.

Patrick Lens
Brussel

Wat als zachtaardigheid de ogen en oren van ons hart waren?

De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid
(...)
Ga 5,22

Elise Reul
40-50

Wat als zachtaardigheid de ogen en oren van ons hart waren? 

In de verschillende facetten van de ene Geest is er zachtaardigheid, zegt Paulus. 

Is dat niet verrassend? Toch is er diep in mijn geheugen een herinnering van zachtaardigheid die mijn leven heeft getekend. Misschien heb je de jouwe? Door deze herinnering nieuw leven in te blazen, kunnen we de kracht van zachtaardigheid met onze vingertoppen aanraken. Ik was acht jaar oud toen het verlies van mijn moeder mijn levenslust en elke lust zonder meer afsneed. Thuis weigerde ik maaltijden die door andere handen waren bereid. Op een dag, gevolgd door anderen, werd ik uitgenodigd aan een nabijgelegen tafel, de tafel van een rusthuis. Daar heb ik met plezier en geluk een maaltijd gedeeld met de jonge vrouwen die de bewoners bedienen. Ik voelde me omsloten in een zachte moederlijke warmte. Het wonder van de toewijding had zijn vruchten afgeworpen: zachtmoedigheid van het geven, zachtmoedigheid van het ontvangen. 

Jezus had zijn eigen manier om de mensen in zijn gebaren, zijn woorden, zijn houding, zonder oordeel aanwezig te zijn. Zijn blik was zachtaardig, medelevend, zonder verwijten, met een sterkte en kracht die het hart raakte. Een blik die de persoon die wordt bekeken doet begrijpen dat alles mogelijk is, dat er een vernieuwing kan plaatsvinden, een ommekeer, een hoop. Laten we niet vergeten hoe hij Maria Magdalena verwelkomde, die de voeten van haar Heer met een kostbare balsem waste. Daarmee geeft ze hem een grote zachtaardigheid betoond die Jezus voluit ontvangt.  Zullen we de nodige nederigheid hebben om de lieflijkheid van anderen te ontvangen, om haar te verwelkomen zoals een kind een streling op zijn wang aanneemt?

Zullen we een blik hebben die gevuld is met zachtheid en tederheid, een blik die een ommekeer, een vernieuwing, een hoop voor onze geliefden, onze buren en de wereld mogelijk maakt, vooral in deze bijzondere tijden waarin we leven? 

Laten we ons inspireren door de welwillende zachtmoedigheid van onze Meester en Heer, om van de zachtmoedigheid de ogen en oren van ons hart te maken.

Elise Reul
Luik

Et si la douceur était les yeux et les oreilles de notre cœur ?

Vertrouwen

De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid,
vetrouwen (...)
Ga 5,22

Zr Mary Amata Mueller
39-50

Jezus zei eens over de vrouw die bekend stond als zondares: ‘Haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze talrijk, want zij heeft veel liefde betoond. Aan wie weinig wordt vergeven, hij betoont weinig liefde’ (Lc 7,47). Sinte Catharina van Siëna leert ons: ‘Wanneer we ons realiseren dat we geliefd zijn, geven we ook liefde terug’.

God is zowel Gever als voorbeeld van de liefde, die de basis van vertrouwen vormt. Ons vertrouwen komt voort uit onze ervaring van Gods voorbeeld, vooral in het lijden, de kruisdood en de verrijzenis van zijn Zoon. Jezus was trouw aan de wil van zijn Vader. Jezus was trouw aan ons, Hij wil onze redding, en daarom mogen we op Hem vertrouwen. We kunnen trouw zijn aan onze dagelijkse bezigheden, ons werkterrein, onze eigen roeping en aan alle ingevingen van de Heilige Geest. God vertrouwt aan de mens het leven toe, alsook een onsterfelijke ziel – met eigen wil en verstand -, genade, gaven en vruchten van de Heilige Geest. Door dit alles veredelt Hij ons. Indien in ons de vrucht van vertrouwen groeit, stroomt deze over in het leven van de mensen om ons heen, ondanks onze eigen zonden en zwakte. Net omdat die zonden ons vergeven worden, kunnen we veel liefde betonen. Pas dan kunnen wij – net zoals de gekende zondares – tot voorbeeld en inspiratie zijn om anderen te helpen groeien in vertrouwen.

Zr Mary Amata Mueller
Sittard (NL)

Fidélité

 

Voorbij het goede

De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid (...)
Ga 5,22

Myriam Tonus
38-50

Het vervelende met vertalingen is dat ze te vaak de betekenis van een woord afzwakken… Dit is precies het geval met deze "welwillendheid" die Paulus tot de vruchten van een door de Geest gedragen vrijheid rekent. In onze gebruikelijke woordenschat is ‘welwillend zijn’ een open houding ten opzichte van anderen, zonder animositeit of vooroordelen, om het goede te zien in plaats van het kwade. Deze houding is ongetwijfeld te verkiezen boven alles wat de apostel afwijst in de menselijke natuur aan zichzelf overgelaten, maar dat slechts zwak de kracht van agathôsunè uitdrukt, een woord dat in de Griekse taal zeldzaam is en dat men zou kunnen weergeven door ‘feilloze vriendelijkheid’. Hoezo, ging het daarnet al niet over vriendelijkheid? Ja, maar het is alsof Paulus zijn standpunt nog meer wil versterken: uitgaande van een elementaire goedheid - zou men kunnen zeggen - die bestaat uit welwillendheid en aandacht voor de ander, gaat hij zo ver dat hij uitnodigt tot het goede voorbij het goede, tot een volkomen primaire goedheid, zonder dat daar iets tegenover staat. Deze goedheid is precies het tegenovergestelde van het kwaad, net zo goed als het licht het tegenovergestelde is van de duisternis. Het is geen kwestie van moraal - een andere vorm van de wet - maar van het wezen zelf van God, de God die vanaf het begin bevestigt dat de schepping goed is. Jezus zelf, als hij "goede leraar" wordt genoemd, antwoordt: "Waarom noem je mij goed? Niemand is goed, behalve God" (Mk 10:17).

In de opsomming van Paulus gaat deze goedheid vooraf aan het geloof. Een toevalligheid in de Schrift? Waarschijnlijk niet. Want als de Adem komt om ons wezen te bewonen, zal onze menselijke natuur volledig worden omgekeerd – bij zover dat we in iedere mens een broer, een zuster zien. Laten we erkennen dat dit geen vanzelfsprekende houding is... Hoe kunnen we in de mensheid blijven hopen ondanks alle ellende die ze heeft veroorzaakt als we niet, verankerd in onszelf, deze goedheid bezitten , die als de primaire uitdrukking is van onze goddelijke filiatie? 

"God hield zo van de wereld dat hij die zijn enige Zoon gaf," schreef de heilige Johannes. En houden we van de wereld? Wat Paulus betreft is het moeilijk te betwijfelen!

Myriam Tonus
Dampremy

Au-delà du bien

Vriendelijkheid

Maar de vrucht van de geest is (…) vriendelijkheid
Ga 5,22

Tommy Vandendriessche
37-50

Je zou gelukkig willen zijn, graag gezien worden. Wie niet? Maar wil je ook goed zijn, geduldig, vriendelijk?

Luther schreef (in zijn commentaar op de Galatenbrief) over de vriendelijkheid: “De christenen moeten geen ruwe en onaangename mensen zijn, zij behoren zacht, menselijk, aanspreekbaar en beminnelijk te zijn (…) De vriendelijkheid is één van de grootste deugden en noodzakelijk in alle omstandigheden van het leven.

Misschien geraakt dat verlangen om een goed en vriendelijk mens te zijn wel ondergesneeuwd? Maar iets of iemand blijft ons toefluisteren: “verhard je niet.”  

Je moet dat verlangen wel op één of andere manier blijven voeden. Moet? Màg! Een eenvoudige oefening die ik ooit leerde: iedere avond luidop uitspreken wat je dankbaar maakt. Geen omhaal van woorden maar slechts enkele zinnen of desnoods slechts één woord. We maken een kring en om elkaar uit te nodigen zegt iemand: “Willen we danken?” Géén moéten maar willen. Ja, we willen!

Maar was die ‘eigen wil’ niet net iets waar Paulus ons voor waarschuwde? Liefde, goedheid, blijdschap, vriendelijkheid … zijn vruchten van de geest. Het zijn geschenken, geen resultaten van onze morele inspanningen.  We kunnen een onderscheid maken tussen ‘willen’ en ‘afstemmen op ons verlangen’.

Wie zich van harte wil afstemmen op het verlangen naar verbinding ervaart echter vaak een ondragelijk gevoel van onvermogen. Zenleraar André Van der Braak noemt dit  (in TGL jrg. 75, nr.4) het ‘armoedebewustzijn’. Je hoeft hier niet tegen te vechten. Omarm dit maar. Wees ook vriendelijk voor jezelf! Doorheen dat onvermogen groeit de openheid om het leven als geschenk te ontvangen.

Dit kun je niet oefenen in de zin van ‘steeds beter worden in iets’. Dat zou te veel uitgaan van eigen verdienste. Je kunt het wel ‘beoefenen’.

Tommy Vandendriessche
Roeselare

Bonté

Leven volgens de Geest

De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, (...)
Ga 5,22

Claude Sélis
36-50

Beste broeders, ik heb jullie reeds onderhouden over de kwaadwillige gedragingen die het leven van de gemeenschap aantasten, jullie gedragingen misschien, maar meer algemeen bestaan ze in elke samenleving die leeft volgens de wetten van de ‘wereld’, of zoals ik ze ook dikwijls noem: de wetten van het ‘vlees’. Misschien vinden jullie dat ik altijd wel erg negatief ben, wanneer ik spreek over de ‘wereld’ en het ‘vlees’. Sta me toe mezelf nader te verklaren. Ik veroordeel niet deze wereld op zich, noch het vlees op zich, maar wel de wereld zonder God en het vlees zonder geest. Een wereld zonder God zal altijd een wereld zijn die God ontkent, die pretendeert aan zichzelf genoeg te hebben, die zichzelf tot norm verheft. De wereld noemt dit een bevrijding, maar het is niets anders dan een ver-slaving. Het vlees zonder geest, zonder de levensadem die God inblaast, is slechts een wandelend lijk, een pop met bewegende onderdelen. Is zo’n visie op het lichaam niet vernederender dan degene die ik vooropstel?

Laat ons nu de zaken eens op een positieve wijze voorstellen. Wat zouden goedwillige gedragingen kunnen zijn? Meteen zeg ik erbij: die gedragingen kunnen niet het fundament zijn van onze gehechtheid aan Christus’ boodschap, maar enkel de vruchten daarvan. Voorzeker zijn goede vruchten teken dat ook de boom goed is. Maar de boodschap van Jezus kan niet herleid worden tot een lijst van morele kwaliteiten. Een goede toepassing van deze morele principes zonder verbinding met hun fundament, zou niet lang houdbaar zijn voor jullie. Snel zouden jullie vervallen in een haast maniakaal respect voor verstarrende regels en er zou geen boodschap meer van uitgaan naar anderen, tenzij een van eenzelfde verstarring. Steeds moet er een verwijzing zijn naar de boom die ons draagt, naar Jezus Christus, naar de Geest die God in ons heeft gelegd. Ik zou jullie wel enkele voorbeelden van zulk goedwillig gedrag kunnen geven, maar mijn lijst zou nooit uitputtend zijn. Het komt jullie toe, in jullie eigen levensomstandigheden, om de juiste gedragingen te bepalen, om de ene of de andere te benadrukken, in grootste trouw aan de geest van Jezus Christus.

Claude Sélis
Brussel

Vivez sous la conduite de l'Esprit

 

Vrede

VREDE
Ga 5,22


Marcel Braekers
35-50

Paulus somt een hele reeks kwaliteiten op die je tezamen moet nemen om een idee te krijgen van wat hem voor de geest stond. Zijn stoïcijnse opleiding was blijkbaar niet tevergeefs geweest. Maar Paulus is een volgeling van Christus geworden en gaat nu veel verder, want hier beschrijft hij de nieuwe mens, degene in wie de Geest van God en van Jezus Christus werkzaam is. Mij werd gevraagd om er één kwaliteit uit te nemen: ‘vrede’.

Nu zou je denken dat als er één toestand of één levenskwaliteit bestaat die we zelf in handen hebben, dit toch wel de vrede is. Alle twisten, oorlogen, familievetes, burenruzies zijn het gevolg van jaloezie, hebzucht, dominantie, enz. Maak hiermee opruiming en mensen leven als vanzelf in vrede.

En toch denkt Paulus anders. Wat ik net beschreef is belangrijk, maar het is slechts de onderste laag van vrede. Het is de meest toegankelijke en hanteerbare vrede. Een diepere laag is voor hem de vrede als een geschenk van de Geest. Het is de vrede die we voelen als we ons verzoend hebben met onszelf, vrede omdat het leven altijd perspectief heeft wat er ook is gebeurd, de vrede omdat we ons bemind weten in het diepste van onszelf. Zouden we die diepe, spirituele vrede niet broodnodig hebben om de dagelijkse vrede van harte te stichten? Wie zich in zijn diepste zijn erkend en bemind weet, heeft een stevige basis om te verzoenen, om het grote gelijk op te geven, om een eerste gebaar van toenadering te stellen. Het geschenk van de Geest brengt een diepe omwenteling teweeg in wie zich bekeert tot Christus.

Marcel Braekers
Heverlee

 

 

Vreugde

VREUGDE
Ga 5,22


Marianne Goffoël
34-50

Vreugde is een van de vruchten van de Geest, zegt de heilige Paulus! Volgens het woordenboek is vreugde een aangename emotie, een gevoel van tevredenheid of plezier van beperkte duur... De vreugde waarvan de Apostel tot ons spreekt is heel anders, zozeer zelfs dat hij dit basiselement van zijn geloof in Christus stelt. Deze vreugde is geworteld in en wordt gevoed door die persoonlijke ontmoeting met Christus, die zijn leven op de weg naar Damascus overhoop haalde.

Voorbeelden van dergelijke vreugde zijn in overvloed aanwezig in het Evangelie. Zoals in het verhaal van Emmaüs, het Evangelie van Paasavond: "[...] En zij zeiden tegen elkaar: « Brandde ons hart niet in ons terwijl hij onderweg tot ons sprak en de Schriften voor ons opende » ?" (Lc 24,32). Er gebeurde iets in het diepst van hun hart, de ervaring van een ontmoeting, de ervaring van de aanwezigheid van God die zich openbaart in het hart van die ontmoeting.

Of nog : Maria, "die in haast vertrok (...). Ze ging het huis van Zacharias binnen en begroette haar nicht Elizabeth" (Lc 1:39-40). Een explosie van wederzijdse vreugde! "Toen Elizabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind in haar schoot op en Elizabeth was vervuld met de Heilige Geest" (Lucas 1:41) en Maria riep uit, "... mijn geest is vervuld van blijdschap omwille van God mijn Verlosser...". (Lk 1:47).

Deze drie voorbeelden roepen geenszins een voorbijgaand enthousiasme op, maar spreken ons over een vreugdevolle zekerheid, uiting van een ongelofelijke, buitengewone realiteit. Deze realiteit is de vrucht van de Geest, bron van communicatieve energie, sleutelmoment in een leven, onuitwisbare herinnering, oorsprongsmoment, vitale referentie in moeilijkere momenten.

Christus geeft ons zijn leven. Laten we leven vanuit zijn eigen leven, "Ik leef, maar het is niet meer ik, maar Christus die in mij leeft" (Gal 2:20).  In navolging van al deze personen, laten we vanuit onze eigen ervaring, bij elke gelegenheid "Hallelujah" zingen om deze vreugde uit te drukken.

Marianne Goffoël
Brussel

Alléluia ! alléluia ! alléluia ! 

 

Liefde

"Maar de vrucht van de Geest is liefde"
Ga 5,22


Antoinette Van Mossevelde
33-50

In voorgaande verzen brengt Paulus ons een opsomming van heilloos leven. In wat volgt een aanmoediging tot leven volgens de Geest..

De Geest, ijl, vreemd en ongrijpbaar, wordt zichtbaar en concreet in menselijk gedrag. De vrucht van de Geest is liefde.

Leven vanuit een scheppende liefde, die jou in het leven gewenst heeft en jou bemint. Die elk mens in het leven gewenst heeft en bemint. Die ons enkel vraagt om onszelf en elke andere zo te zien en te bejegenen: als gewenst en beminnenswaardig. Want elkeen is een uniek beeld van de Schepper volgens de choquerende woorden van Genesis. (Genesis 1,26)

Zo’n liefde toelaten en ten volle laten doorbreken in ons leven is allesbehalve vanzelfsprekend. Ze botst voortdurend op wat Paulus eerder de werken van het vlees noemt, de zondige natuur. De neiging van de mens om het onmiddellijk grijpbare, de instant bevrediging te zoeken.  De ambities van het ego die eigen projecten absoluut en op alles en iedereen voorrang geven. De angst van geen tel te zijn die tot het gemeenste kleinmenselijk gedrag leidt.

Toch kunnen mensen het leren: te vertrouwen op Gods creatieve liefde, begin van alle leven en elk nieuw leven. Ze kunnen zich stap na stap, gaandeweg overgeven aan God die zich in Jezus solidair met mensen toont. De man uit Nazareth die de belichaming is van dat ene gebod waarin de thora samengevat wordt: U zult uw naaste liefhebben als uzelf (Gal. 5,14 ;  Lev. 19,18)

God wordt mens in een uitnodigende liefde die iedereen zonder uitzondering omarmt. De levenscheppende Adem richt zich in het bijzonder naar allen die uitgesloten worden. Vuurt ons aan om niemand buiten deze liefde te laten vallen, zelfs een vijand niet. Daartoe zijn we vrijgemaakt: om te beminnen, om elkaar tot zegen te zijn.

Antoinette Van Mossevelde
Gent

Amour 

 

De verschrikkelijke krachten van het vlees

Maar als u zich door de Geest laat leiden, staat u niet onder de wet. 19 De uitingen van een zondig leven zijn bekend, zoals ontucht, onreinheid, losbandigheid, 20 afgodendienst, toverij, vijandschap, twist, afgunst, woede, intriges, ruzies, partijdigheid, 21 jaloersheden, drinkgelagen, orgieën en dergelijke dingen meer. Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen, zullen het koninkrijk van God niet erven.
Ga 5, 18-21


Raphaël Devillers
32-50

‘Het vlees en de geest’: het woordenpaar dat Paulus hier gebruikt is notoir maar dikwijls verkeerd begrepen. ‘Vlees en geest’ duiden niet op ‘lichaam en ziel’. Het vlees is niet zomaar seksualiteit (‘vleselijke zonden’) en de geest niet zomaar innerlijkheid of spiritualiteit.

Het vlees, dat is de menselijke natuur aan zichzelf overgelaten, een oncontroleerbare vulkaan van behoeftes en opvliegendheid. De Geest beduidt de goddelijke kracht die door Christus is gegeven en die de mens bevrijdt. De Galaten – in de wolken na van Paulus te hebben vernomen dat ze niet meer gebukt gaan onder de Wet maar vrij staan onder de Geest – hebben deze vrijheid verkeerd begrepen en de kracht van vleselijke verlangens onderschat. Aangezien Jezus toch bevrijdt van de Wet, kon men gewoon de eigen egoïstische neigingen navolgen, op zoek gaan naar z’n eigen geluk, vluchten en zich veilig wanen voor alle gevaar.

Paulus waarschuwt hen voor deze ontsporing en herinnert hen aan het kwaad dat het vlees kan teweegbrengen. Hij geeft een lijst met zestien handelingen van het vlees ‘aan zichzelf overgelaten’.

Vooreerst drie seksuele afwijkingen: ‘ontucht, onreinheid, losbandigheid’. Paulus wijdt hier echter niet over uit; hij is in niets de seksueel geobsedeerde die men soms van hem heeft willen maken. Vervolgens twee perversies van de goddelijke eredienst: ‘afgodendienst en tovenarij’. Z’n eigen goden creëren en ze voor eigen doeleinden inzetten. Dan de langste – dus belangrijkste – lijst, met acht zonden tegen de naastenliefde:  ‘vijandschap, twist, afgunst, uitbarstingen van woede, intriges, ruzies, partijschappen en jaloersheden’. Tot slot tafeluitspattingen: ‘drinkgelagen, orgieën en dergelijke’.

Dat men niet te gauw zegge: ‘het is allemaal niet zo ernstig’. Paulus herhaalt wat hij reeds onderwees: wie deze zonden begaat zal niet binnentreden in het Rijk Gods.

Het cruciale punt hier is de afwijzing van de ander. Heeft Paulus niet zojuist nog gezegd dat het hart van een geslaagd leven ‘je naaste beminnen zoals jezelf’ is ? Hij zal hierop verdergaan al sprekend over de ‘vrucht van de geest’.

De verkondiging van de vrijheid in de Geest is beangstigend, want deze vrijheid is maar écht in een bestaan gegeven voor anderen. Tot op het kruis… zo deed Jezus het ons voor.

Raphaël Devillers
Liège

Les forces terribles de la chair 

 

God staat aan onze kant

Ik bedoel dit: leef volgens de Geest, dan zult u niet toegeven aan uw zondige begeerte.  Want de zondige natuur begeert tegen de Geest in en de Geest tegen de zondige natuur in, want ze zijn elkaars tegenstanders, zodat u juist niet doet wat u zou willen doen.  Ga 5, 16-17


Patrick Lens

31-50

Het probleem is gekend: soms doen we dingen die we eigenlijk liever anders zouden willen doen. Het valt ons meestal slechts achteraf op. Of we doen de dingen niet die we in feite wel willen. Dan voelen we daarna meestal zoiets als ontmoediging en vermoeidheid. Komt daarbij nog een flinke dosis perfectionisme, of de gedachte: bij mij zou dit toch niet mogen gebeuren!

Dat Paulus soms zucht: “Rampzalige mens die ik ben,” is goed te begrijpen. Christen-zijn wordt door vele mensen gezien in termen van moraal of inzet. En dat is natuurlijk goed, maar deze visie heeft ook zijn blinde vlekken. De meeste christenen vergeten dat geloven ook iets te maken heeft met geestelijke strijd. Er is in ons niet alleen onmacht, maar ook een weerstand. Er is ook zwakte, innerlijke verdeelheid. De Bijbel noemt dit zonde.

Het gaat hierbij niet alleen om de vele dingen die je fout kunt doen, maar het gaat om een tendens, een zone van onvrijheid in ons. Jezus is gekomen om ons te bevrijden. Daartoe geeft Hij ons op Pasen en Pinksteren zijn Geest. Hij is onze medestander. Hij strijdt aan onze zijde, want zelf kunnen we het niet alleen. Dat is iets wat vele gelovigen vergeten, of zelfs helemaal niet weten. Maar daarom ook zijn ze zo vlug ontmoedigd. Zij denken volmaakt te moeten zijn om een goede christen te zijn, maar zij merken dat dit niet zo gemakkelijk is, en zij haken af.

Neen, een goed christen is iemand die bereid is te strijden, of liever: die bereid is om te aanvaarden dat hij of zij hulp nodig hebt. Het is de zonde in ons die ons belet om vrij te zijn, en die kan je enkel maar bestrijden met de hulp van de Geest. We denken zo vlug dat God niet tevreden is over ons omdat we fouten doen, maar we vergeten dat God, door zijn Geest, in feite aan onze kant staat.

Patrick Lens
Brussel

Dieu est à nos côtés 

 

Het pad van de liefde : de grootste uitdaging van onze mensheid

Want de hele wet is vervat in dit ene woord: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Maar als u elkaar blijft bijten en verscheuren, vrees ik dat u elkaar nog eens zult ombrengen.
Ga 5, 15-16


Blandine Vanderlinden
Dominique van Duyse

30-50

De boodschap van Jezus Christus, waar Paulus ons in zijn brief aan herinnert, gaat over twee essentiële en verwante waarden, vrijheid en liefde. Beide vormen een onafscheidelijk paar en vormen de basis van onze menselijkheid. We zijn vrij en verantwoordelijk voor onze keuzes, dus hoe die oriënteren? Hoe kunnen we ze betekenis geven? Het antwoord wordt ons gegeven door Jezus Christus in zijn hoogste gebod.  Laten we het bij de term liefde houden. Wat betekent het echt om lief te hebben? Wat is liefde?

Voor ons is liefde in wezen een daad van geloof, het is ook een beslissing, en er is geen liefde zonder vrijheid. Een daad van geloof. Je kunt niet zeggen waarom je van je partner houdt, je kinderen, je buurman.  Je houdt van je kind omdat het je kind is. Dat is alles wat je kunt zeggen. Zo is het, ... Er is geen andere verklaring, ...

Het is een sprong van het geloof. Het kan worden uitgedrukt als "Ik geloof in jou". Een beslissing, een houding. Liefhebben is besluiten om met een liefdevolle blik naar de ander te kijken, naar het leven.

Het is de beslissing dat mijn leven gericht is op, en door, de liefde. Het liefhebben van de naaste wordt uitgedrukt door vriendelijkheid, respect, door elke daad die hem of haar in staat stelt zichelf helemaal te ontwikkelen, een hoge vlucht te nemen. Er zijn talloze voorbeelden van liefdesdaden vandaag de dag: de medische beroepsgroep die zich wijdt aan het risico van hun eigen gezondheid, winkeliers die met hart en ziel werken in moeilijke omstandigheden, vrijwilligers die meerdere diensten verlenen, ... Ook op een nederiger vlak, maar net zo sterk en belangrijk, kunnen we goedkeuring en respect vinden voor de afscherming, het dragen van maskers om anderen te beschermen, of gewoonweg door vreugde om ons heen te brengen.

En vrijheid. Liefde is een impuls van het hart, een gratis gebaar zonder wederverwachting. Als we niet van elkaar houden, zijn onze binnendeuren gesloten. Door van onszelf te houden kunnen we ons bevrijden van al onze angsten en wonden en ons openstellen. Zich openstellen om van de ander te durven houden, de enige weg naar meer menselijkheid: een geweldige uitdaging!

Blandine Vanderlinden
Dominique Van Duyse
Liège

Le chemin de l’amour : le plus grand défi de notre humanité 

 

U werd geroepen tot vrijheid

Wat mij betreft, broeders en zusters, als ik de besnijdenis nog verkondig, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is het immers afgelopen met de ergernis van het kruis. Zij moesten zich meteen maar laten ontmannen, die opruiers! Broeders en zusters, u werd geroepen tot vrijheid. Alleen, misbruik de vrijheid niet als een voorwendsel voor een zondig leven, maar dien elkaar door de liefde..
Ga 5, 11-14


Mary Lucy

29-50

In deze moeilijke coronatijd worden allerlei beperkingen opgelegd aan onze dagdagelijkse activiteiten. We aanvaarden deze maatregelen om hun belang voor het algemeen welzijn… maar betekent dit eigenlijk dat we minder vrij zijn geworden?

Vrijheid is een van de meest gekoesterde menselijke rechten. Ook als christenen waarderen we vrijheid, als een grondtrek van ons mens-zijn, gegeven door God. Door het doopsel ontvangen wij een nieuwe innerlijke vrijheid. Sint Paulus herinnert ons hieraan: ‘U werd geroepen tot vrijheid’ (Gal 5,13).

Maar wat is die vrijheid eigenlijk? Om tot een goed begrip te komen, moeten we de ogen opslaan naar het kruis. Bekeken met de ogen van de wereld is de Gekruisigde geen beeld van kracht en overwinning, maar van zwakheid en nederlaag. Dit is de ‘ergernis van het kruis’. Ondanks zijn almachtige kracht heeft Jezus gekozen voor zwakheid: ‘Niemand neemt Mij het leven af, Ik geef het uit eigen vrije wil’ (Joh 10,18). Zo wordt het kruis het teken bij uitstek van vrijheid. Uit liefde voor ons en ter vervulling van de wil van de Vader nam Jezus zijn kruis op en gaf Hij zijn leven. Jezus geeft ons het voorbeeld van vrijheid door zelfgave, niet vrijheid door zelfzucht.

Als christenen hebben we reeds deel aan het eeuwig leven door de goddelijke kracht die in ons hart leeft. Door deze genade kunnen wij daden van liefde verrichten. De liefde roept ons op om verder te gaan dan beleefdheidsvoorschriften. Aandachtig voor de inspiratie van de Heilige Geest leren we hoe onze medemens te dienen naar het voorbeeld van Jezus. De echte innerlijke vrijheid groeit pas in ons wanneer we vol liefde ons eigen kruis omarmen en Jezus navolgen.

Zr. Mary Lucy Sundry
Sittard (NL)

Vous avez été appelés à la liberté

 

Woede van de liefde

U was zo goed op weg. Wie heeft u verhinderd naar de waarheid te blijven luisteren? Die ingeving kwam niet van Hem die u roept. ‘Een beetje zuurdesem maakt het hele deeg zuur.’ Ik vertrouw op u in de Heer, dat u er niet anders over denkt. Maar degene die u in verwarring brengt zal het vonnis moeten ondergaan, wie het ook is.
Ga 5, 7-10


Myriam Tonus

28-50

Paul, je kunt het voelen, is echt tot in zijn intiemste geraakt. Hij is teleurgesteld, zoals men kan zijn als men denkt dat men de ander het beste van zichzelf heeft gegeven, het beste voor hem... en dat hij een weg inslaat die hem nergens toe leidt. Want hoe kunnen we begrijpen dat we niet overweldigd kunnen worden, zoals Paulus was, door de boodschap van Christus die een buitengewone weg van bevrijding opent? Hoe kan men zich onderwerpen aan bindende menselijke regels als men geroepen wordt door een woord dat alleen het leven van de menselijke persoon wil, onder het teken van vrijheid en liefde? De vraag blijft: hoe kan men zijn geloof beperken tot rituele vormen, verplichtingen, blinde gehoorzaamheid, terwijl onze goddelijke filiatie ons zou moeten laten denken en handelen zoals Christus zelf? 

"Een beetje zuurdesem is genoeg om het hele deeg te laten gisten": Paulus bezit volmaakt de kunst om één ding te suggereren en het tegendeel daarvan! De zuurdesem doet het deeg inderdaad rijzen, maar als het niet goed is, maakt het het brood oneetbaar. Wat is het dan dat er in de Galaten aan het gisten is? En in ons hart? Veel dingen kunnen inwerken op mensen: holle speeches, illusies, een ego vol van zichzelf. Maar waarschijnlijk lijkt de zuurdesem waarover Paulus spreekt meer op die goede wind die de zeilen opblaast en ons in staat stelt de zee op te gaan. Het onthalen van de goddelijke adem in zichzelf is al beginnen afvaren. Wanneer hij dit zegt is het alsof de apostel de irritatie en teleurstelling laat vallen. Hier vindt hij weer zijn broederlijke welwillendheid, zijn liefde en zijn vertrouwen in de mens: "Ik ben ervan overtuigd dat u geen andere manier van denken zult aannemen". Agape wil het echte en soms moet je je geliefden wakker schudden. Maar uiteindelijk, verenigd in broederlijke tederheid, vermijden we de dwaalwegen. Wat betreft degenen die proberen het Evangelie terug te winnen om hun macht te vestigen, wel, het zal zich uiteindelijk tegen hen keren. Woord van een apostel..

Myriam Tonus
Dampremy

Colère d'amour 

 

Wij verwachten door de Geest de verhoopte gerechtigheid van het geloof

Als u door de wet gerechtvaardigd wilt worden, hebt u met Christus gebroken; dan hebt u de genade verbeurd. Want wij verwachten door de Geest de verhoopte gerechtigheid van het geloof. Want in Christus Jezus is niet de besnijdenis of de onbesnedenheid van belang, maar het geloof dat werkzaam is door de liefde.
Ga 5, 4-6


Tommy Vandendriessche

27-50

In het Eerste Testament staan Gods goedheid en barmhartigheid centraal. Gods Wet wordt bezongen als een geschenk, als ‘genade’. Toch werden Paulus’ woorden vaak geïnterpreteerd alsof er een tegenstelling is tussen ‘Thora’ en ‘Genade’. Toch is er geen reden om aan te nemen dat het jodendom in de eerste eeuw de neiging had legalistisch te worden. ‘Thora’ kun je ook vertalen als ‘weg ten leven’, misschien wel als  ‘liefdesweg’.  Liefde kan niet zonder vertaling in daden en rechtvaardige structuren. Dat zou, zoals Dietrich Bonhoeffer het formuleerde, ‘goedkope genade’ zijn. Als Paulus het heeft over ‘genade’ kan je hem er zeker niet van verdenken dat hij uitgaat van een magisch automatisme van Gods goedheid.  Maar Paulus heeft ook begrepen dat wij de neiging hebben om onszelf te ‘rechtvaardigen’ door ons te beroepen op onze daden. Alsof wij, voor iets of iemand, een boekhouding kunnen of moeten bijhouden.

Paulus verwijt het zijn  geloofs- en tijdsgenoten. We mogen het gerust ook toepassen op onszelf.   Zelfrechtvaardiging kennen we ook in seculiere vormen: “ik heb mijn talenten ten dienste gesteld van ónze economie. Dus heb ik recht op  maatschappelijk aanzien”. Wij, die het neoliberalisme ongemerkt inademen, kunnen het moeilijk verdragen dat mensen zorg, genegenheid, een uitkering of sociale voorzieningen krijgen ‘om niet’. “Voor wat hoort wat”  hoor je vaak zeggen. We willen kwetsbare mensen (armen, vluchtelingen, psychisch kwetsbare mensen, …) wel helpen maar zij moeten dan wel beantwoorden aan het beeld van de ‘goede’ arme, zieke, …  De parabel van de werkers van het elfde uur is vandaag nog éven confronterend als in de eerste eeuw.  Paulus is categoriek: wie zichzelf wil rechtvaardigen heeft de genade verbeurd.  Het is niet gemakkelijk ons leven te zien als ‘zomaar geschenk’. Het veronderstelt een afdalen, een reële verbondenheid met wie of wat kwetsbaar is, ook met wat kwetsbaar is in onszelf. ​

Tommy Vandendriessche
Roeselare

 C’est par l’Esprit que nous attendons la justice

 

Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt

Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt. Houd dus stand en laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen. Let op mijn woorden. Ik, Paulus, zeg u: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. Nogmaals verzeker ik ieder die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden.
Ga 5, 1-3


Claude Sélis

26-50

Ik was volop bezig, beste broeders en zusters, jullie te onderhouden over de rol van de Wet en de rol van het geloof in jullie nieuwe leven als gedoopten in Jezus Christus. De boodschap van die Jezus heeft een aantrekkingskracht op jullie uitgeoefend, ook al behoorden jullie nog tot de Joodse traditie. In Jezus hebben jullie “Hem die komt” herkent, zoals Hij was aangekondigd door de profeten, de nieuwe Adam, de nieuwe Mozes, de nieuwe David, Elia zelve. Jullie waren tot het inzicht gekomen dat deze nieuwe figuur eigenlijk de vervulling is van al die oude figuren. Vervullen heeft een tweevoudige betekenis: het oorspronkelijke doel is eindelijk bereikt (joepie!), en het oude regime is voorbij (eindelijk!). Het doel, zo is het sinds de tijd van Mozes, is zich te bevrijden uit Egypte. Zoals jullie weten is Egypte – waar eerst echte slavernij heerste – uitgegroeid tot symbool voor alle vormen van slavenbestaan. Mozes’ ingrijpen regelde niet alles. Het volk Israël herviel in andere vormen van slavernij, waaronder een letterlijk verstaan van de voorschriften. Jullie zien waar ik op aanstuur: de besnijdenis is een van die voorschriften. Aanvankelijk met een rijke betekenisinhoud: het ging erom het menselijke toebehoren aan God ook lichamelijk aan te duiden. Maar als zelfs deze geste een routine wordt, wat rest dan nog van de betekenis? Bevrijd jullie zelf van de inhoudsloze regelmaat, om de ware betekenis van het toebehoren aan God te herontdekken. Keer niet terug op jullie schreden! Blijf niet in spreidstand staan! Maar zie de verandering die heeft plaatsgegrepen. Voortaan moeten jullie ofwel de weg gaan van het vormelijk naleven van de voorschriften (maar volg deze dan ook ten einde; in elk geval zal de boodschap van Christus zo totaal aan jullie voorbijgaan), ofwel gaan leven van de steeds nieuwe vraag tot trouw aan Diegene, die jullie ten diepste heeft bevrijd. ​

Claude Sélis
Brussel

C'est pour que nous restions libres que le Christ nous a libérés 

 

Kinderen van de vrije vrouw

Welnu, broeders en zusters, u bent evenals Isaak kinderen van de belofte. Maar zoals indertijd het kind van de natuur het kind van de geest vervolgde, zo gaat het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? Verjaag de slavin en haar zoon, want de zoon van de slavin hoort de erfenis niet te delen met de zoon van de vrije vrouw. Dus broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw.
Ga 4, 28-31


Marcel Braekers

25-50

Auw, auw, wat moet het pijn hebben gedaan toen Paulus dit schreef over Abraham en de twee vrouwen. Iedereen kende de geschiedenis. Hoe Sarah kinderloos bleef en daarom aan haar man vroeg een kind te verwekken bij haar slavin. Zo kon zij delen in het belangrijke gevoel dat het leven verder ging. Maar na de geboorte van het kind begon alles fout te lopen. De spanning liep zo hoog op dat Sarah Abraham verplichtte om Hagar en haar zoontje weg te sturen. Een vreselijk gebeuren voor iedereen. Hagar bleef met haar kind in de wildernis achter. Ismaël werd een man van de natuur. Enige tijd later kreeg ook Sarah een kind, Isaak, de vader van Jakob, de stamvader van het volk. Alle Joden kenden deze geschiedenis en noemden hen hun voorvaderen. 

Paulus schrijft nu iets ongehoord, iets om alle volksgenoten mee in de gordijnen te jagen. Het Joodse volk stamt niet af van Jakob maar van Ismaël, de man van de natuur. Israël is daarom het volk dat op de Sinaï de decaloog ontving, het volk van de onvrijen. Isaak daarentegen is een kind van de Belofte en van de vrijheid. U, Galaten, en allen die zich tot Christus bekeren, bent kinderen van de vrijheid en van de belofte, kinderen van Sarah. Paulus zet zo radicaal en ongehoord de geschiedenis op zijn kop. Ook geschiedschrijving is een vorm van interpretatie, maar Paulus gaat heel ver zodat een gesprek tussen de twee geloven nog moeilijker zou worden.

Marcel Braekers
Heverlee

Enfants de la femme libre 

 

Van slavenkinderen naar de vrijheid van de kinderen Gods

Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen kreeg, een van de slavin en een van de vrije vrouw. Maar de zoon van de slavin werd geboren uit de kracht van de natuur, die van de vrije vrouw uit de kracht van de belofte. Deze dingen zijn allegorisch bedoeld. Want de twee vrouwen zijn twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinai, brengt slaven voort, en dat is Hagar. De Sinai is namelijk een berg in Arabië. Zij beantwoordt aan het tegenwoordige Jeruzalem, datimmers met zijn kinderen in slavernij leeft. Maar het Jeruzalem van boven is vrij en dat is ónze moeder. Want er staat geschreven: Verheug u, onvruchtbare, die niet baart, jubel en juich, u die geen weeën kent. Want de kinderen van de eenzame zullen talrijker zijn dan de kinderen van haar die de man heeft?
Ga 4, 22-27


Marianne Goffoël

24-50

Op een dag wandelde ik met een boeddhistische vriendin door een abdijtuin. We spraken over onze uiteenlopende zienswijzen. Plotseling bevonden we ons voor een calvarieberg, die daarvoor onttrokken was aan onze blik. Een kruis gericht naar de hemel, met daaraan genageld Christus.

Voor mij, als christen, ging het hier om een gebruikelijke afbeelding. De reactie van mijn boeddhistische vriendin verbaasde me echter. Ze vroeg zich af hoe men ertoe kwam een kruis af te beelden, een marteltuig, met daaraan gehangen een persoon van wie christenen dan nog beweren dat hij God is!

Zo’n reactie tegenover een inderdaad erg wrede afbeelding is op zich begrijpelijk, wanneer de betekenis ervan compleet ontgaat aan wie het onder ogen krijgt. Nochtans had ze het hart van ons geloof eigenlijk goed samengevat.

De Paastijd doet in ons het hele mysterie herleven dat het kruis uitbeeldt. In de Paasnacht lazen we het boek Exodus, over hoe de Heer de roep van zijn volk hoorde en het bevrijdde uit Egyptische slavernij. Deze bevrijding voltrok zich echter niet zonder enige moeite. Het volk Israël zou nog heel wat beleven alvorens aan te komen in het Beloofde Land.

Op zijn beurt beleeft Christus de doortocht van de nacht voor zijn executie, in pijn, terwijl hij het gewicht van het kwaad en de zonde van de wereld draagt. Hij neemt ten volle de condition humaine op zich. Het kruis is teken van marteling, maar ook instrument van bevrijding. Er is geen bevrijding zonder doortocht van het lijden. Het kwaad en het lijden zijn er vandaag nog steeds… maar Christus heeft ze overwonnen. Hem navolgend, mogen we de doortocht maken van slavernij naar de vrijheid van de kinderen Gods.

Marianne Goffoël
Bruxelles

Du fils de l’esclave à la liberté d’enfant de Dieu

 

Ik moet opnieuw weeën doorstaan vanwege u

Mijn kinderen, ik moet opnieuw weeën doorstaan vanwege u, totdat u de gestalte van Christus hebt aangenomen.  Graag zou ik op dit ogenblik bij u zijn en een andere toon tegen u aanslaan, want ik ben ten einde raad met u. Zeg me, u die zo graag onder de wet wilt staan, luistert u wel naar de wet?
Ga 4, 19-21


Antoinette Van Mossevelde

23-50

Wanneer een man spreekt over weeën die hij moet doorstaan dan kan hij ongetwijfeld op verscherpte aandacht rekenen. Het is wel heel merkwaardig dat Paulus binnen manifest patriarchale culturen hier een vrouwelijk beeld gebruikt om over zijn eigen relatie met de gemeenten in Galatië te spreken.  Vrouwen doorstaan weeën om nieuw leven te baren. Wanneer Paulus weeën doorstaan heeft en opnieuw moet doorstaan dan getuigt hij van de onverbrekelijke, vitale band tussen hemzelf en de gemeente van de Galaten. Hij herinnert hen eraan dat het door hem, door zijn arbeid is dat die gemeenschap het licht zag, dat zij het leven kregen. En net zoals de band moeder-kind onuitwisbaar is, zo is ook de relatie van Paulus met de Galaten. Wanneer hij tegen hen uitvaart, hen uitscheldt en furieus is over het pad dat ze zijn opgegaan, dan gebeurt dit mede dank zij de aard van hun relatie, die onverbreekbare verwantschap.   Evenwel, zoals een vrouw geen nieuw leven ‘maakt’ maar draagt en op de wereld zet, zo ‘maakt’ ook Paulus de gemeenschap in Christus niet. Hoe toegewijd hij er ook voor gewerkt heeft en hoezeer hij haar blijft dragen.   

Christelijke geloofsgemeenschappen blijven een wisselwerking van mensen onderling, van volgehouden engagement en van genade. Want het is Christus zelf die in de kring van gelovigen geboren wil worden. Het is Gods liefde die aan het licht wil komen in de wijze waarop we ons onderling tot mekaar verhouden. Een liefde die ons vrij maakt en die we leerden kennen  in de persoon van Jezus van Nazareth.   Dit gebeurt en kan elke tijd opnieuw gebeuren in de messiaanse gemeenten waarin iedereen meetelt. Gemeenschappen die geen onderscheid maken tussen Jood en Griek, besneden en niet besneden, slaaf en vrije,  man en vrouw. Dat zijn gemeenschappen die de gestalte van Christus aannemen.

Antoinette Van Mossevelde
Gent

Vous que j'enfante dans la douleur

 

De Apostel eerst verwelkom, daarna in de steek gelaten

U prees uzelf gelukkig; wat is daarvan overgebleven? Want het is een feit: als het mogelijk was geweest, had u uw ogen uitgerukt om ze mij te geven. En nu zou ik uw vijand geworden zijn omdat ik u de waarheid zei? Zij ijverenvoor u, maar niet met goede bedoelingen. Zij willen u van mij vervreemden opdat u ijvert voor hen. Het is mooi als men altijd ijvert voor een goede zaak, maar dan ook altijd, en niet alleen als ik bij u ben.
Ga 4, 15-18


Raphaël Devillers

22-50

In deze passage kunnen we Paulus’ verdriet raden. Hij liet zich zeker zover meeslepen dat hij die Galaten "dom" noemde die het geloof dat hij hen had aangekondigd, opgaven. Maar diep van binnen heeft hij nog steeds zijn genegenheid voor hen: hij noemt ze "broers" en binnenkort zal hij ze herkennen als "zijn kinderen".   

Hij lijdt aan hun verlies van genegenheid jegens hem. Hij herinnert hen aan zijn eerste bezoek aan hun huis tijdens zijn tweede reis na het Concilie van Jeruzalem (Handelingen 16:6). Terwijl hij van plan was naar het Westen te gaan, werd hij door een ziekte geïmmobiliseerd in het land der Galaten. Hij roept met ontroering het welkom op dat ze hem gaven: "Je zou je ogen hebben uitgestoken om ze aan mij te geven". Is dit een beeld om hun radicale toewijding uit te drukken of had Paulus last van purulente oftalmie? In ieder geval hebben de Galaten hem prachtig ontvangen en verzorgd.   

Maar nadat hij vertrok, kwamen er enkele predikers die Paulus’ boodschap wilden rechtzetten. En ongetwijfeld hebben ze zijn persoon aangevallen, waarbij ze hem ervan beschuldigden geen deel uit te maken van de groep van Jezus' apostelen en dwalingen in het Evangelie in te hebben ingevoerd. Daarom herinnerde Paul vanaf de openingsaanspraak van zijn brief en verder nogmaals aan zijn titels.    Hier schrijft hij met emotie: Denk aan de vreugde waarmee je vervuld was toen ik langskwam, en de gretigheid die je me liet zien toen ik er weerzinwekkend uitzag. En hij uit deze bewonderenswaardige kreet: "Ben ik je vijand geworden omdat ik je de waarheid vertel? ».   

Veel apostelen en herders van onze gemeenschappen zouden in dezelfde geest kunnen zuchten. Ze worden gewaardeerd om hun vriendelijkheid, hun welsprekendheid, hun hulpvaardigheid. Maar als ze in naam van het Evangelie de inertie, het gebrek aan vrijgevigheid en inzet van de gemeenschap aan de kaak stellen, dan wordt er in de gelederen gemopperd. En sommigen besluiten zelfs om naar een andere dominee te gaan die hun slapheid zal strelen.    

Een christelijke gemeenschap is niet gebouwd op sympathie en identieke overtuigingen, maar "op de waarheid van het Evangelie". En het verplicht tot "broederschap".

Raphaël Devillers
Luik

L’Apôtre accueilli puis délaissé

 

Word als ik : een slaaf?

Word zoals ik, want ik ben aan u gelijk geworden; broeders en zusters, ik smeek u erom. U hebt mij in niets tekort gedaan.  U weet toch: lichamelijke ziekte was de aanleiding dat ik u indertijd het evangelie verkondigd heb,  en hoewel mijn toestand een beproeving voor u was, hebt u geen spoor van minachting of afkeer getoond. Integendeel, u hebt me opgenomen als een bode van God, als Christus Jezus zelf.
Ga 4, 12-14


Patrick Lens

21-50

Paulus zegt: “Word als ik.” Zonet heeft hij gesproken over het slavenbestaan. Als je niet leeft volgens de Geest, leef je volgens de wet. Je leeft van moeten en mogen, maar niet van de vrijheid. Sommige Galaten willen terugkeren naar de wet, naar de afhankelijkheid van reinheidsvoorschriften, bijzondere dagen. Ook nu zijn er mensen die kiezen voor afhankelijkheid: de sterren, horoscopen… Maar die zorgen niet op een persoonlijke wijze voor ons. Integendeel, wij moeten voortdurend met hén rekening houden, zorgen dat we niets verkeerd doen, alle rituelen stipt uitvoeren. Maar de wet is een bewaker, zegt Paulus, of het nu gaat over de oude joodse wet of alle mogelijke esoterie of horoscopen. Een bewaker: iemand die controleert, maar niet om ons geeft. Het wordt een slavernij. Paulus kiest ervoor om zich door God te laten leiden. Dat is ook niet altijd comfortabel: de enige reden waarom Paulus bij de Galaten kwam, was omdat hij ziek geworden was, en hij was hen tot last. Maar leiding is iets anders dan slavernij: het is je bewust overgeven aan God, ook al snap je niet altijd wat zijn plan is. Maar Paulus heeft in zich de Geest die hem doet uitroepen: Abba! Vader! Hij voelt zich kind van God, en voor een kind wordt gezorgd, ook al moet hij door het leven gaan en zijn volwassen verantwoordelijkheid op zich nemen. Met God kan je praten; zijn liefde voor ons is verzekerd, ook al moet je soms door het donker. Word als ik: een slaaf? Nee, een geliefd kind dat vrije toegang heeft tot God en soms kan stampvoeten en boos zijn. Maar bij God kan je altijd terecht. Je zal altijd de nodige moed en vertroosting krijgen van de Heilige Geest om je weg te gaan. Je zal  soms wel een beetje moeten zeuren: maar doet niet elk kind dat?

Patrick Lens
Brussel

Deviens comme moi: un esclave?

 

Abba

En dit is het bewijs dat u zonen bent: God heeft de geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader! U bent dus geen slaaf meer, maar zoon; en als u zoon bent, dan ook erfgenaam, door toedoen van God. Vroeger echter, toen u God niet kende, hebt u goden gediend die geen echte goden zijn. Nu echter, nu u God hebt leren kennen, of liever, door God bent gekend, hoe kunt u zich nu weer keren tot die zwakke en armzalige machten? Wilt u nogmaals hun slaven worden? U houdt zich aan bepaalde dagen en maanden, tijden en jaren … Ik ben bang dat ik me tevergeefs voor u heb afgetobd.
Ga 4, 6-11


Pierre-Paul Boulanger

20-50

In dit fragment brengt Paulus ons in herinnering dat we kinderen van God zijn. Bestaat iets ongelooflijkers dan zich kinderen van God te noemen?!

Zoals met elk kind-zijn verloopt ook het goddelijke kind-zijn in etappes. Diegenen die ooit ouder werden, herinneren het zich misschien. Naar het beeld van Gods liefde ontplooit dit geluk zich in fases. Aanvankelijk heeft men een bepaald beeld van het kind dat nog geboren moet worden. Een projectie van onze persoonlijke verbeelding. Vervolgens voelt men het kind bewegen, eerst de moeder, dan de vader. Maar op dit moment kan van een echte relatie nog geen sprake zijn. Het kind zit ‘opgesloten’ in de baarmoeder.

Bij de geboorte gaat het er meteen anders aan toe: de ouders geven hun kind een naam, spreken over hem of haar als ‘zoon’ of ‘dochter’. Dit wordt zelfs met onuitwisbare inkt ingeschreven in het geboorteregister: de staat erkent het zoon- of dochterschap, de bevestiging van de relatie tussen de ouders en het kind.

Dit is een beetje wat Paulus zegt wanneer hij bedoelt dat God ons als eerste gekend heeft. Het gaat om een onuitwisbare erkenning van het kind als zoon of dochter.

Zo is het ook met de liefde van de ouders voor hun kind. In de loop van zijn kindertijd, na deze liefde gevoeld te hebben, komt het moment waarop het kind ‘abba’ of ‘mama’ zegt. In de taal, door het woord, wordt dit kind-zijn dus ingeschreven, met alle betekenissen die het oproept. Wederzijds vertrouwen, gegeven en ontvangen vrijheid. Het is de onophoudelijk en onmeetbaar gegeven liefde die het kind in staat stelt om liefde als erfdeel in ontvangst te nemen. Dat is wat Paulus bedoelt wanneer hij zegt dat we de Geest – de liefde van Christus – ontvangen hebben, die ons ‘Abba’ doet zeggen.

God heeft ons willen kennen. De eerste om ons vaderlijke liefde te schenken. De eerste om ons zoon of dochter te noemen. En in alle vrijheid mogen wij Hem ‘Abba’ noemen.

Pierre-Paul Boulanger
Luik

Abba 

De volheid van onze tijd

Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer van alles is; maar hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip dat door zijn vader is bepaald. Zo waren ook wij slaven zolang we onmondig waren, onderworpen aan de machten van de kosmos. Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen zouden krijgen..
Ga 4, 1-5


Zr Mary Amatha Müller

19-50

In de geschiedenis van het heelal kunnen we heel wat ‘grote’ momenten onderscheiden:  de Schepping, de Uittocht uit Egypte, de Menswording, de Verlossing. Te midden van die grote momenten is er de volheid, de vervulling van de tijd, toen God ons zijn Zoon heeft gezonden. Maar er bestaat ook een volheid, een vervulling van onze eigen tijd: ons doopsel, een groot moment van bekering of inzicht in iets belangrijks, het moment waarop Jezus ons heel nabijkomt en onze levens voorgoed verandert. Hij komt op dit eigenste moment, het ‘nu’ van ons leven om ons te redden en ons op te voeden als kinderen van God. Die identiteit van ons, als kinderen Gods, wordt dikwijls vergeten of raken we kwijt, zodat we net als slaven leven, ‘onderworpen aan de machten van de kosmos’, verslaafd aan allerhande tijdelijke pleziertjes die nooit genoeg zijn om aan onze oneindige verlangens te voldoen.

Op de lijst met grote tijdsmomenten wordt er een soms vergeten: de Parousie of de Wederkomst van Christus, wanneer ‘alles in allen’ zal zijn (1 Kor 15,28). Wij leven in de tijd tussen de Verlossing en de Wederkomst. Een tijd die is als een lege bladzijde, en die in ieder van ons de vraag oproept: wat wil jij neerschrijven? Hoe zal je nu als zoon of dochter van de Hemelse Koning leven? Het nu, het heden, is de volheid, de vervulling van onze tijd, en daarom vragen we ook aan de Vrouw uit wie de Zoon geboren werd voor ons te bidden op de twee belangrijkste momenten van ons leven: ‘nu, en in het uur van onze dood. Amen.’

Zr Mary Amatha Müller
Sittard (Nl)

Une révolution

Een revolutie

Want allemaal bent u in Christus gedoopt, met Christus bekleed. Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus. Maar als u bij Christus hoort, dan bent u ook nageslacht van Abraham, erfgenamen overeenkomstig de belofte.
Ga 3, 27-29


Myriam Tonus

18-50

Paulus verlegt in zijn lofzang op de bevrijding zoveel mogelijk de grenzen. Het zijn niet langer alleen de religieuze verplichtingen waarvan we zijn bevrijd, maar ook van elke verdeeldheid die bestaat in alle samenlevingen die zonder meer de macht van sommige mensen over andere rechtvaardigen. In de tijd van de apostel wordt iedereen geacht zijn plaats in te nemen: mannen en vrouwen, slaven en vrije mannen, Joden en niet-Joden. De verhoudingen worden namelijk gekenmerkt door overheersing : de man is het hoofd van de vrouw (Paulus zal zich dit herinneren in zijn brief aan de Efeziërs), de meester heeft gezag over de slaaf, een Jood is superieur aan een niet-Jood. Dit kan niet ter discussie worden gesteld, en niemand denkt eraan om het aan te vechten. En hier lijkt Paul al deze verschillen met één woord te wissen! Betekent dit dat in Christus alle mensen hetzelfde zijn? Helemaal niet.

Paulus prijst herhaaldelijk de diversiteit in de gemeenschappen. Wat hij hier verkondigt is niets minder dan het einde van relaties van overheersing. Met andere woorden, hij zet gelijkheid aan de horizon. Nog geen gelijkheid van rechten: in de eerste eeuw zijn we nog steeds in zeer hiërarchische vormen van de samenleving. Maar om te beweren dat ongelijkheden in status niet langer het gedrag van macht en overheersing kunnen rechtvaardigen is echt revolutionair!  Dat agape - die onvoorwaardelijke liefde gebracht door Christus - circuleert tussen man en vrouw, meester en slaaf, Jood en heiden, dat is zoveel als de orde van de wereld omver werpen. En dit is wat Paulus zelf in praktijk brengt in zijn leven: hij zet zijn vrouwelijke medewerkers op het voorplan (jawel !); hij beschouwt Onesimus, een weggelopen slaaf, als zijn broer; zijn dierbare gemeenschappen bestaan uit bekeerde heidenen. Zelf bevrijd door Christus, verkondigt hij nu de bevrijding onder de mensen. De ongehoorde aard van deze verkondiging blijft brandend actueel !.

Myriam Tonus
Dampremy

Une révolution

Een bron van vreugde

Vóór de komst van het geloof stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. Want u bent allemaal kinderen van God door het geloof, in Christus Jezus.
Ga 3, 23-26


 Tommy Vandendriessche

17-50

Voor hedendaagse oren klinkt het woord ‘wet’ misschien onsympathiek? Heeft het er mee te maken dat we veel nadruk leggen op individualiteit? We beseffen dat wetten noodzakelijk zijn maar enthousiast worden we er niet van.  Het lijkt alsof Paulus ons bevestigt in dit aanvoelen. Om te begrijpen wat Paulus wilde uitdrukken moet je zijn geschriften echter in één grote beweging doorlezen. Zijn gedachtengang ontvouwt zich vaak dialectisch waarbij hij het ene moment iets beweert, om daarna het  tegendeel te beweren om uiteindelijk tot een conclusie te komen op een dieper niveau. 

In het evangelie lezen we dat het Jezus helemaal niet te doen was om de Wet af te schaffen, maar wel om ze te vervullen (Mt. 5, 17-19). Het woord ‘wet’ geeft ook niet helemaal weer wat in de Schrift verstaan wordt onder Thora. Thora kan je vertalen als ‘wet’ maar ook als ‘levenonderrricht’, ‘richtingaanwijzer’, ‘weg ten leven’. De Thora wordt  in psalmen, op lyrische wijze, bezongen als een bron van vreugde: “(…) zoeter dan honing, dan honing zo uit de raat.” (Ps. 19, 11)

Wat motiveert Paulus, met beide voeten in de overlevering van het Eerste Testament, dan toch om  zo’n harde woorden uit te spreken over de Wet? Merk wel op dat Paulus later in de Galatenbrief (5,14) zal schrijven: ‘Want de hele Wet is vervat in dit ene woord: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” En dit is een haast letterlijke citaat uit het boek Leviticus in het Eerste Testament (Lev. 19,18). Het gaat dus om een verstaan van de Wet op een dieper niveau. De Thora is een weg ten leven. Wie op weg gaat neemt risico’s, de risico’s van de liefde.  Hiervoor kun je geen levensverzekering afsluiten. Die woorden mogen we lezen als tot ons gericht.

Tommy Vandendriessche
Roeselare

Une source de joie


 

Voor een levend geloof

Waartoe dient dan de wet? Die is erbij gekomen met het oog op de overtredingen, tot de komst van het nageslacht op wie de belofte betrekking heeft. Ze is uitgevaardigd door engelen door tussenkomst van een middelaar. Maar een middelaar vertegenwoordigt meer dan één persoon, God echter is één. Is de wet dan in strijd met de beloften van God? Dat nooit! Als er een wet gegeven was die het leven kon schenken, dan zou de gerechtigheid inderdaad voortvloeien uit de wet. Maar de Schrift heeft alles opgesloten onder de zonde, zodat de belofte gegeven wordt aan hen die geloven, en wel op grond van het geloof in Jezus Christus.
Ga 3, 19-22


 Claude Sélis

16-50

Ik denk, beste zusters en broeders, dat jullie te veel plaats inruimen voor de Wet. Vooral aangezien jullie die Wet eigenlijk herleid hebben tot een aantal verplichtingen en verboden. Ik begrijp die afwijking best. Het begint steeds met de beste intenties. Jullie willen de Wet ernstig nemen. En daarvoor willen jullie dat de priesters haar vertalen in concrete voorschriften. Zo weten jullie zeker wat te doen of laten om God welgevallig te zijn, zonder zelf nog te hoeven nadenken. Zou ik durven stellen dat de Wet voor jullie eigenlijk een mechanisme is geworden, enerzijds voor een zuiver geweten, anderzijds tot zonde? Dat is echter niet de geest van de Wet die Mozes gegeven heeft. Zijn bedoeling was God aanwezig te stellen onder jullie, in de hele gemeenschap. Vanzelfsprekend voltrekt zich dat in concrete gedragingen. Maar een zuiver formalistische benadering verdraait het van Gods aanwezigheid in de wereld tot een tentoonspreiden van het eigen kunnen.

Bovendien, beste zuster en broeders, hebben jullie die Wet (uiteindelijk maar een tekst) nog wel nodig sinds jullie de Blijde Boodschap van Jezus Christus ontvangen hebben? Sinds jullie de genade te beurt viel een Persoon te ontmoeten, Jeuzs Christus, die de vervulling is van de oude belofte van een verbond met God, en niet zomaar een bemiddelaar ervan, zoals Mozes? Die Jezus vraagt niet een telefoonboek aan voorschriften te respecteren maar om zijn Boodschap te beleven, in geest en waarheid, in alle reeds gekende maar ook in nog onbekende omstandigheden. De wereld kan grondig veranderen binnen enkele decennia, a fortiori binnen enkele eeuwen, als het God belieft. Wat zal de levende trouw aan de basiswaarden van het Evangelie van Jezus Christus betekenen in die nieuwe omstandigheden ? Ziedaar de uitdaging waarvoor wij geplaatst zijn en geplaatst zullen worden!

Claude Sélis
Brussel

 Pour une fidélité vivante


 

Door een belofte

Broeders en zusters, een voorbeeld uit het dagelijkse leven: ook onder de mensen kan niemand een rechtsgeldig testament tenietdoen of wijzigen. Nu zijn de beloften aan Abraham gedaan en aan zijn nageslacht. (Het woord staat in het enkelvoud, niet in het meervoud: ‘en aan uw nageslacht’, en dat nageslacht is Christus.) Ik bedoel dit: een door God bekrachtigd testament wordt niet ontkracht door de wet die vierhonderddertig jaar later is gekomen, zodat de belofte zou komen te vervallen. Als de erfenis afhankelijk was van de wet, dan zou ze het niet zijn van de belofte. Maar God heeft juist door een belofte Abraham zijn genade betoond.
Ga 3, 15-18


 Marcel Braekers

15-50

Paulus laat ons een staaltje rabbijnse argumentatiekunst zien. De centrale idee is dat Gods belofte om zich met de mensen en hun geschiedenis te verbinden niet alleen voor de Joden was bestemd maar voor alle volkeren. De Joden steunden hun uitverkiezing op het feit dat ze de 10 Woorden via Mozes hadden gekregen en in de verdere tijd probeerden die te onderhouden. De Belofte van God gaat echter terug op Abraham die zoveel eeuwen eerder leefde. Daarbij, zo zegt Paulus, deed God die belofte aan Abraham ‘en zijn nageslacht’. Dat is enkelvoud, dus God deed die belofte niet aan een volk maar aan één persoon. Dat kan voor hem alleen Christus zijn. Voor ons misschien een wat vreemde redenering maar typisch rabbijns om op basis van één detail (het woord ‘nageslacht’) een hele redenering op te bouwen.

Voor Paulus was de belofte belangrijker dan de Wet en gaf ze aan de Wet zelfs een eigen betekenis. Belofte en Testament zijn hier synoniem. God tekende een testament met Abraham en alleen God kan dat testament wijzigen, niet mensen. De redenering is wat ingewikkeld, maar wat Paulus wil aantonen is dat de Joden hun chauvinisme van uitverkoren volk moeten opgeven. Via Christus, de erfgenaam van Abraham, is er genade of zegen voor heel de wereld. Dat is voor hem het fantastische, want er is nu een uitweg waarbij alle volken en alle rassen kunnen delen in dezelfde liefde, in dat universele verbond. Paulus overstijgt zo alle bekrompen nationalisme en particularisme en toont een nieuwe weg van grenzeloze liefde.

Marcel Braekers
Brussel

Door een belofte 


 

Hoe heerlijk de vrijheid van de liefde te herwinnen!

Trouwens, dat niemand door de wet bij God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk, want: De rechtvaardige zal door het geloof leven. Welnu, de wet gaat niet uit van het geloof, maar: Hij die deze dingen doet zal daardoor leven. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door zelf voor ons een vloek te worden – want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die hangt aan het hout – opdat in Christus Jezus de zegen van Abraham over de heidenvolken zou komen, opdat wij de beloofde Geest zouden ontvangen door het geloof.
Ga 3, 11-14


 Marianne Goffoël

14-50

Paulus behandelt hier opnieuw zijn favoriete thema: het contrast – of zelfs de onherleidbare tegenstelling – tussen Wet en geloof, een nogal categorieke manier om de zaak voor te stellen. Enkel het geloof brengt leven.

Deze twee begrippen, geloof en Wet, stellen elke gelovige voor een doortocht, een ‘Paasgebeuren’ dus, in zekere zin. Het gaat om de overgang van een uiterlijke houding, bepaald door de Wet, naar een innerlijke houding, bepaald door het geloof, een overgang van de ‘letter die doodt’ naar de ‘Geest die levend maakt’ (2 Kor 3,6).

Paulus maakt echter een onderscheid tussen wet en geboden, twee begrippen die dicht bij elkaar liggen. Waarom dit onderscheid? Dit is een duidelijke verwijzing naar het Evangelie, waar Jezus spreekt over ‘een nieuw gebod’ (Joh 13,34), namelijk het dubbelgebod van de liefde.

Wat is nu het verschil tussen wet en geboden? Het dubbelgebod van de liefde tot God én tot de naaste verbindt ons op innige wijze met Christus en met de anderen (Lc 10,26). En dit gebod is innerlijk, grift zich in ons hart.

Zoals de psalmist zingt: ‘Verhard uw hart niet, luister heden naar zijn stem’ (Ps 95,7-8). Laten we in ons hart plaats ruimen voor God, de tijd nemen Hem te beluisteren; laat ons de Messias verwelkomen door de ander te onthalen, onze broeder, door kleine, alledaagse gebaren van liefde. Laat ons de doortocht van dood naar leven maken, van een terugplooien op onszelf en onze eigen noden naar de openstelling voor anderen, en het zal niet aan gelegenheden ontbreken om de Gezalfde te ontmoeten.

Op dit pad zal de Geest ‘onze leidsman naar de volle waarheid’ zijn (Joh 16,13). Roepen we Hem aan gedurende deze hele Paastijd, onderweg naar het hoogfeest van Pinksteren.

Marianne Goffoël
 Brussel

Quel bonheur de recouvrer la liberté de l’Amour !


 

Hij die u de Geest verleent

Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u machtige daden verricht, doet Hij dat omdat u de wet onderhoudt of omdat u gelovig luistert? Neem nu Abraham: Hij heeft God geloofd en het werd hem als gerechtigheid aangerekend.U ziet dus: mensen die geloven, dat zijn kinderen van Abraham. En aangezien de Schrift voorzag dat God de heidenvolken zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend, zodat de mensen die geloven gezegend worden, samen met Abraham, de gelovige. Want alle mensen die zich op de werken van de wet verlaten, hebben een vloek op zich geladen. Er staat immers geschreven: Vervloekt is ieder die zich niet houdt aan alle voorschriften in het boek van de Wet, en ze niet volbrengt.
Ga 3, 5-10


 Antoinette Van Mossevelde

13-50

In een bijzonder vrije interpretatie van de Schriften neemt Paulus zijn lezers mee naar de stamvader van de joodse geschiedenis, Abraham. Vanuit de actualiteit overweegt hij die geschiedenis als een doorlopende lijn van belofte en zegen vanaf de aartsvader van gelovigen, via de Thora tot en met het evangelie van Jezus Christus. Dit evangelie bevrijdt mensen van de onmogelijke eisen van de wet die hen altijd in de schuld stelt. 

Abraham liet al het bekende en vertrouwde achter en ging op weg, vertrouwend op de belofte van zegen en een talrijk nageslacht. Tot op hoge leeftijd blijft hij kinderloos maar zijn vertrouwen in Gods belofte wankelt niet. En dit vertrouwen wordt niet beschaamd. De man die zonder toekomst leek wordt aartsvader van nazaten, talrijk als de sterren aan de hemel… Het verbond van God met Abraham is een verbond van God met al wie gelooft. 

Maar wat betekent dan toch dit vertrouwen in een onzichtbare, onkenbare God?  We mogen hiervoor in de leer bij vele generaties gelovigen die ons tonen dat het zinnig is te vertrouwen in een liefdevol mysterie, dat mij in het leven gewenst heeft en telkens weer tot leven roept.  

Iemand die mij beter kent dan ik mezelf en mij bemint ondanks mezelf. Die een betrouwbare ruimte is en nabijheid waarin ik vrij en toch geborgen bewegen kan, die mij uitnodigt achter te laten alles wat mij bezet houdt, om open te komen voor eeuwig leven, nu en in de toekomst. Die mij niet voor ongeluk, pijn of verdriet behoedt maar mij in ongeluk, pijn en verdriet blijft dragen. Die mij aanmaant te gaan ook al overvalt onzekerheid mij en overzie ik niet wat komt.  Misschien leren we in deze bijzondere dagen van onzekerheid, lockdown en pandemie, ons leven afstemmen op deze belofte van heil, van genezing en heelwording van onszelf en onze wereld.

 

Antoinette Van Mossevelde
Gent

Comment être stupides à ce point ?


 

Hoe kan je nu zo stom zijn?

Domme Galaten, wie heeft u behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk voorgetekend als gekruisigd? 2 Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt u de Geest ontvangen door de wet te onderhouden of door gelovig te luisteren? 3 Hoe kunt u zo dom zijn! U bent begonnen in de Geest, wilt u nu eindigen met het vlees? 4 Hebt u zo veel meegemaakt voor niets? Inderdaad, het zou voor niets zijn.
Ga 3, 1-4


 Raphaël Devillers

12-50

“Stommelingen!” Er zullen maar weinig parochianen zijn die zich op zo’n manier door hun pastoor laten berispen. Maar Paulus is diep verontwaardigd, verbijsterd door de ommekeer van de gemeenschap. Terwijl hij er alles aan deed om hen het beeld voor te houden van Jezus, de gekruisigde Christus, die de volledige en definitieve rechtvaardiging brengt voor iedereen die in hem gelooft, zijn er sommigen die teruggrijpen naar de oude praktijken van de Wet, de besnijdenis en andere gebruiken.

Ja, je moet werkelijk stom zijn om zo’n stap achteruit te zetten. Het brengt Paulus er zelfs toe zich af te vragen of de Galaten betoverd zijn geweest: “wie heeft u behekst?”

Ze zijn stom, ze lijden aan een gebrek aan inzicht, ze hadden het moeten begrijpen.

Want wat gebeurde er toen Paulus hen de Blijde Boodschap verkondigde, toen ze geloofden dat het heil een genadegave was van de gekruisigde én levende Christus? Dat was een geheel nieuwe ervaring: ze stelden vast dat dit geloof de deur opende voor de kracht van Gods Geest. Niet langer vroegen ze zich af of ze de Wet wel hadden nageleefd in al z’n details, niet langer trachtten ze hun hemel te verdienen door hun eigen prestaties, maar eindelijk ondervonden ze de werking van de Geest. Het geloof in Jezus wekte in hen een onverwachte vreugde op, die hen toestond nieuwe initiatieven te ondernemen. Bovendien maakte dit geloof komaf met de grenzen tussen Joden en heidenen: in Jezus konden allen samenleven als een volmaakte gemeenschap. In plaats van zelf iets te doen, moesten ze het gewoon aan zich laten gebeuren.

Paulus hamert er twee keer op: de Geest wordt niet gegeven door de werken van de Wet maar door het “gelovig luisteren” (ex akouès pisteôs). Het geloof wordt geboren en ontwikkelt zich door het beluisteren van het Evangelie en door het gelovige antwoord hierop. Dit maakt het essentiële belang van de verkondiging duidelijk, vóór de catechese.

Jezus rechtvaardigt ons, vergeeft ons, geeft ons zijn Geest, maakt ons tot kinderen van de Vader: dat is de Blijde Boodschap. Ze wordt het hart van ons bestaan.

Raphaël Devillers
Luik

Comment être stupides à ce point ?


 

In orde zijn

Want staande onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd.  Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.  Ik doe de genade van God niet teniet: als de wet ons kon rechtvaardigen, dan zou Christus voor niets gestorven zijn.’
Ga 2, 19-21


 Patrick Lens

11-50

Voor heel wat mensen is geloven: in orde zijn, met alle geboden, met alle verplichtingen, niets verkeerd doen. De meeste mensen doen zo hun best, soms in heel moeilijke omstandigheden. Ze stellen soms ook hoge eisen aan zichzelf. Het is nooit goed genoeg. Soms zijn we tegenover onszelf strenger dan de wet zelf. Paulus zegt: ik ben gestorven voor de wet, om te leven voor God. Geloven gaat voor alles om een relatie met God, accepteren dat God van je houdt, dat Hij zelfs een onvoorwaardelijke liefde heeft voor jou. Daarom mag je “sterven voor de wet:” niet dat de wet niet belangrijk is, maar zij mag niet het zwaartepunt worden in onze relatie met God. Bij God kan je altijd terecht, wat er ook gebeurd is.  “Met Christus ben ik gekruisigd:” Jezus werd veroordeeld; volgens de wet was Hij zelfs vervloekt. Maar God heeft Hem gerechtvaardigd. Jezus heeft zich overgeleverd tot in de dood op het kruis, om te laten zien hoe ver de liefde van God kan gaan. Waarom zou je dan nog vrezen? Als God zo ver gegaan is in zijn liefde, dan kan Hij ook onze zonden vergeven. M.a.w: je behaagt God, niet omdat je nooit een fout hebt gedaan in je leven – wie onder ons zou dit kunnen zeggen – maar omdat je op Hem vertrouwt en zelfs met je fouten naar Hem durft toe gaan. Als het alleen meer om de wet zou gaan, doe je de genade teniet: het is niet omdat je een foutloos parcours gereden hebt, dat je door God aanvaard bent. Je bent dat al. Daarom mag je datzelfde vertrouwen op God hebben als Jezus zelf. Door zijn Geest helpt Hij ons van binnen uit om te doen zoals Hij, met zijn kracht, zodanig dat je kan zeggen: “Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij.”


Patrick Lens

Brussel

Etre en règle


Buiten de wet staan

Zeker, wij zijn van geboorte Joden, geen zondaars uit de heidenen. Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden. Als wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder.
Ga 2, 15-18


 Michelle Lambrecht

10-50

Hoe kan ik me aanpassen aan het leven zoals het zich deze laatste maanden heeft aangediend, hoe kan ik mijn vrijheid beleven in deze opgelegde opsluiting? Mijn vrijheid waarvan ik placht te zeggen dat ze me doet beminnen wat ik moet beminnen, en dat ze me doet gaan waarheen ik moet gaan… Zoals elke goed burger respecteer ik de wetten, maar ik vraag me ook af op welke manier hier betekenis aan te geven. Sta ik wel in het plan van God? Deze vraag maakt het leven er niet duidelijker op, maar wel intenser in deze moeilijke tijden. Eerder dan overvallen te worden door angst vat ik moed en tracht ik me hiervan bewust te worden: alles is gerechtvaardigd. De stilte die me omringt – in tegenstelling tot de gebruikelijke herrie – wordt nu ook een innerlijke stilte die mijn geloof voedt. Ik tracht mijn leven levendig te maken, en deze Paastijd brengt me de vertroosting en het vertrouwen die ik nodig heb om voluit te leven overeenkomstig met wie ik ben, de Woorden van Christus volgend. Laat ons gepassioneerd zijn door Christus, in staat door te dringen tot de kern. Laten we alles achterwege wat ons verhindert ten volle samen te leven met Hem die betekenis geeft aan ons leven. We zijn Hem allemaal ergens op onze weg tegengekomen, op verschillende momenten, in verschillende omstandigheden, maar Hij heeft het bestaan van ieder van ons geheel veranderd, zelfs al werden we niet – zoals Paulus – op de grond geworpen. Velen onder ons kunnen het verschil aanduiden tussen het voor en het na van hun ontmoeting met Christus! Laat ons mateloos buiten de wet leven, dat wil zeggen buiten die wetten die ons misschien wel veilig houden maar die ons verstarren en een echte ontmoeting met Christus onmogelijk maken. De boodschap die de Apostel Paulus schreef aan de Galaten heeft ook twee millennia later nog actualiteitswaarde: laat ons doordringen tot het essentiële, ongehinderd, en laat ons vrij de vrijheid beleven van Hem die ons bevrijdt!


Michelle Lambrecht

Liège

Vivre au-dessus des lois


Het beeld van Petrus

 

Maar toen Kefas in Antiochië gekomen was, heb ik hem openlijk de waarheid gezegd, want hij bleek schuldig. Immers, voordat sommige mensen van Jakobus gekomen waren, at hij altijd samen met de heidenen, maar toen zij gekomen waren, begon hij zich terug te trekken en afzijdig te houden, bang voor de mannen van de besnijdenis. En ook de andere Joden waren net zo huichelachtig als hij, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen. Maar toen ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het evangelie afgingen, zei ik tegen Kefas waar ze allemaal bij waren: ‘Als jij, een geboren Jood, leeft als een heiden en niet als een Jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden?
Ga 2,11-14


Theresa Anne

9-50

Godzijdank voor het beeld van Petrus dat ons door de bladzijden van de Heilige Schrift getoond wordt! Wij mogen de door Jezus uitverkoren apostel leren kennen als een mens, net zoals wij, met alle onzekerheden, zwaktes en goede bedoelingen van dien.   Keer op keer wordt Petrus door angst bevangen en laat hij zijn handelen door vrees bepalen. In de Handelingen van de Apostelen (10,9-23) wordt ons verteld hoe Petrus een visioen kreeg van onreine dieren, zittend op een groot tafellaken dat naar beneden werd gelaten. Na dit visioen liet Petrus zijn oude gewoontes van koosjer eten achter zich. Inzake voedsel genoot hij voortaan van de “glorierijke vrijheid van de kinderen Gods” (Rom 8,21), totdat hij echter in Antiochië kwam, zoals we in Galaten 2,11-14 lezen. Strenge Joodse christenen liepen op hem toe en Petrus werd bang voor hen. “Wat zouden zij denken? Wordt wat ik doe als schandalig aanzien? Gaan de Joodse christenen door mijn gedrag de kerk verlaten?” Net als toen hij op het water liep, laat Petrus zijn focus afdwalen van Jezus (Mt 14,24-33). Zoals bij het kampvuur, toen hij zelfs verloochende Jezus te kennen, krijgen zijn angsten de bovenhand – maar niet het laatste woord! Paulus ziet dat Petrus door niet meer te willen eten met niet-Joodse christenen “niet recht op de waarheid van het Evangelie afging” (Gal 11,14). Door Petrus te vermanen, steekt Paulus zijn hand naar hem uit, zoals Christus op het meer. Petrus komt opnieuw tot inkeer: wat een bemoediging voor ons, te midden van onze eigen angsten en ons herhaaldelijk vallen! Door zijn eigen struikelen laat Petrus ons zien dat Jezus’ geduld met ons en ons strompelen oneindig is; Hij wil voor ons zorgen (1 Pe 5,7). Samen met Petrus kunnen we vertrouwen op de liefde en het grenzeloze geduld van Jezus (2 Pe 3,9).

Zr. Theresa Anne
Sittard (NL)

Le souci des petits


De zorg voor kleinen

 

en omdat zij de mij gegeven genade hadden erkend, hebben zij, Jakobus en Kefas en Johannes, de mannen van aanzien die als steunpilaren gelden, mij en Barnabas de hand der gemeenschap gereikt: wij zouden naar de heidenen gaan en zij naar de besnedenen. Wij moesten alleen de armen gedenken, en ik heb daarvoor dan ook mijn best gedaan.
Ga 2,8-9


Myriam Tonus

8-50

Het is nooit eenvoudig voor een instelling om het ‘andere’ op te nemen. Dat was zo in Paulus’ tijd, en zo is het in de onze. Paulus moet er de tol voor betalen, daar hij ervan wordt beschuldigd geen echte apostel te zijn, niet het ware Evangelie te verkondingen. Ervan beschuldigd dissident te zijn, in zekere zin. Maar zijn hardnekkigheid, geworteld in geloof, doet hem volhouden tot hij erkend wordt door de zuilen van de kerk. Deze erkenning zal gevolgen hebben die Petrus, Jacobus en Johannes niet kunnen voorzien. Voortaan is Paulus diegene die het Evangelie aan de volkeren verkondigt, die de Blijde Boodschap over de grenzen van het Jodendom tilt. Dit moeten we in rekening brengen: indien Paulus zijn missie had opgegeven, waren wij hier nu niet om erover te praten! Zijn brandend verlangen geen enkele beperking aan de verkondiging op te leggen doet het Woord weerklinken in de uithoeken der aarde. Wij mogen ons dochters en zonen noemen van deze game changer. Nee, het is nooit makkelijk voor een instelling het ‘nieuwe’ op te nemen. Trappen we vandaag niet in dezelfde val wanneer we spreken over hen die zich in de ‘marge’ of aan de ‘grenzen’ van de kerkgemeenschap bevinden, of wanneer we trachten onverschillig geworden jongeren terug te halen? Paulus, bezield door de Geest, moedigt aan ons niet in beslotenheid terug te trekken. De zorg voor kleinen en armen is de enige onbreekbare band tussen alle vormen van toebehoren aan een gemeenschap. Verder ontsnapt deze Geest aan al onze denkcategorieën, want niemand weet vanwaar hij komt, noch waarheen hij gaat…

Myriam Tonus
Dampremy

Le souci des petits


Een diepe verbondenheid met Jezus

Maar de mannen van aanzien – hoe belangrijk zij precies waren interesseert mij niet, voor God telt menselijk aanzien niet – hoe dan ook, mij hebben de mannen van aanzien niets opgelegd. Integendeel, omdat zij inzagen dat aan mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals dat voor de besnedenen aan Petrus – want Hij die Petrus kracht had gegeven voor de zending onder de besnedenen had mij kracht gegeven voor de heidenvolken
Ga 2,6-8


Tommy Vandendriessche

7-50

Paulus spreekt rechttoe rechtaan.  Niet als een bedaarde diplomaat maar onstuimig, passioneel, overtuigd van zijn zaak. Hij laat zich niet intimideren door maatschappelijk of religieus aanzien. Zijn gedrevenheid komt niet voort uit een gezwollen ego. Paulus’ ego is niet opgeblazen, maar opgevuld door God. Welke God? De God die is in het slachtoffer Jezus, de vervolgde, de gekruisigde, de zondebok. Je kunt wat Paulus schrijft niet los zien van zijn gegrepenheid door de persoon Jezus.

De ‘God van Jezus’ wordt door Paulus niet tegenover de ‘God van Israël’ gesteld. Eerder in de brief (1, 15-16) had hij al verwezen naar het roepingsverhaal van Jeremia: “Het woord van de HEER kwam tot mij: ‘Voordat ik u in de moederschoot vormde, koos ik u uit (…)’. De HEER: dat is de God van uittocht en bevrijding, ‘Ik zal er zijn’.

Je kunt Paulus’ vroegere leven niet omschrijven als Joods, in tegenstelling tot de manier waarop hij nu zou leven. De Jezusbeweging was toen nog geen zelfstandige godsdienst maar één van de stromingen binnen het Jodendom. Paulus bleef de God van zijn vaderen dienen, alleen op een andere manier.

Paulus beschrijft in de Galatenbrief een bijeenkomst in Jeruzalem met de vooraanstaande leiders van de christelijke gemeenschap. De Galatenbrief wordt beschouwd als de oudste schriftelijke bron van dit apostelconcilie. Op deze bijeenkomst wordt men het eens over een verdeling waarbij aan Paulus de verkondiging onder de heidenen (alle niet-joden) wordt toevertrouwd.

De teksten uit de beginperiode van het christendom schetsen een boeiend beeld van de grote diversiteit binnen de Jezusbeweging.

Is hier sprak van ‘eenheid in verscheidenheid’? Het is een eenheid die niet gebaseerd is op het diplomatische compromis  (hoe waardevol dit ook kan zijn) maar op een diepe verbondenheid met Jezus en met alle slachtoffers en zondebokken.

Tommy Vandendriessche
Roeselare

Un lien profond avec Jésus

 

De waarheid van het Evangelie behouden blijft...

Daarna, na verloop van veertien jaar, ben ik weer naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas, en ik heb ook Titus meegenomen. Ik ging op grond van een openbaring. En ik heb aan hen het evangelie voorgelegd dat ik aan de heidenvolken verkondig, aan hen, dat wil zeggen: in besloten kring aan de mannen van aanzien. Ik wilde er zeker van zijn dat ik niet voor niets werk of had gewerkt. Maar zelfs mijn metgezel Titus, een Griek, werd niet gedwongen om zich te laten besnijden. Maar wegens het feit dat er valse broeders binnengedrongen waren, die onze vrijheid wilden bespieden, die wij hebben in Christus Jezus, om ons in slavernij te brengen… Maar wij zijn geen moment voor hun druk opzij gegaan, om de waarheid van het evangelie bij u behouden te laten blijven.
Ga 2,1-5


Claude Sélis

6-50

Beste broeders,            

Zoals u zich wellicht herinnert, was ik al in Jeruzalem geweest om de leiders van de Gemeenschap te ontmoeten. Ik ben daar onlangs teruggekomen, met Barnabas en Titus, na jaren van prediking onder de heidenen. In Jeruzalem, ten overstaan van de Gemeenschap en opnieuw afzonderlijk ten overstaan van de notabelen, heb ik het Evangelie opnieuw verkondigd zoals ik het verkondigde aan al die nieuwe volkeren, zoals u. Ze waren een beetje verbaasd dat ik predikte voor mensen die niet uit het jodendom kwamen en ze vroegen zich af hoe deze mensen er iets van konden begrijpen. Hun grootste zorg was of deze mensen alle gebruiken en manieren van bidden van het Jodendom hadden overgenomen. Maar ik heb hen uitgelegd dat de boodschap van Jezus Christus onafhankelijk is van deze gewoonten, dat het Evangelie een boodschap is die voor iedereen kan aanspreken en heilzaam kan zijn voor iedereen. Uiteindelijk gingen ze akkoord en eisten ze bijvoorbeeld niet dat Titus, die jonge Griekse bekeerling die bij mij was, zou worden besneden. Dit kleine incident moet ons eraan herinneren, beste broeders, dat we moeten vasthouden aan het wezenlijke, aan de ware waarden van het Evangelie, en ons niet moeten laten insluiten in de menselijke gewoonten die eigen zijn aan dit of dat volk of aan een bepaald tijdperk. Het Evangelie bevrijdt ons van dit alles en het is deze vrijheid die we moeten behouden om ons te laten uitdagen, buiten al deze gewoontes en routines om, door wat het diepste van het Evangelie is.

Claude Sélis
Bruxelles

Afin que demeure la vérité de l'Evangile

 

God is mijn getuige

Maar toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mijheeft geroepen door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen,toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen,  zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar naar Damascus teruggekeerd. Pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven. Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer. Ik schrijf u de zuivere waarheid. God is mijn getuige. Daarna ben ik naar het gebied van Syrië en Cilicië gegaan, zonder dat de christengemeenten van Judea mij persoonlijk hadden leren kennen.  Zij wisten alleen van horen zeggen: degene die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij vroeger wilde uitroeien.  En zij verheerlijkten God om mij.
Ga 1,15-24


Marcel Braekers

5-50

We vinden het tegenwoordig heel gewoon dat mensen hun intimiteit zomaar publiek maken. Dat was zo niet in de Oudheid, er was veel meer schroom om zijn gevoelens te tonen en zeker om zichzelf te kijk te zetten. Paulus moest daarom wel een heel ernstige reden hebben om zichzelf voor te stellen zoals hij in dit fragment doet. Die heeft hij wel degelijk: hij beschrijft hoe hij meer dan de meeste van zijn volksgenoten een gepassioneerde aanhanger van de Wet was en daarin zover ging dat hij tot het christendom bekeerde volksgenoten aangaf en ze de dood injoeg. Zo beschrijft hij heel concreet en persoonlijk wat het strikt navolgen van de Wet kan teweeg brengen. Schijnbaar gevoelloos maar daarom des te aangrijpender. Daarbij vermeldt hij dat hij vanaf de moederschoot door God was uitverkoren en stelt hij zich in de lijn van de grote profeten die dat ook zegden. Het maakt zijn gedrag alleen nog verschrikkelijker. En toch schrijft hij dit alles in een sober relaas dat daarom des te sterker treft.

Maar Paulus heeft er een bedoeling mee: hij wil zo scherp in het licht plaatsen wat het verschil is tussen de Wet volgen en leven vanuit de Geest. Overrompeld door de liefde en kracht van de verrezen Christus is hij een ander mens geworden. Elke bladzijde van zijn brieven getuigt ervan: voortaan zijn alle mensen gelijk, alles zal voorbij gaan maar alleen de liefde blijft overeind, leven en sterven worden relatief in dit perspectief, enz. God, die mij reeds in de moederschoot heeft geroepen, heeft mij met zijn genade getroffen via de persoon van Jezus de Christus. Het maakte een even radicale houding los als in zijn Wettische periode. Paulus gaat niet naar Jeruzalem en sluit zich niet aan bij de gegroeide geloofsgemeenschap, maar vertrekt naar Arabië waar hij begint te missioneren. Veel later begint hij te beseffen dat een gemeenschap en ordening belangrijk zijn en keert hij terug naar Jeruzalem. Of had hij ook nood aan informatie en wilde hij van Petrus horen hoe die aardse Jezus wel had geleefd?

Marcel Braekers
Heverlee

Je le déclare devant Dieu


 

Alle wegen leiden naar... Damascus

U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorouders. Maar toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen
Ga 1,13-16a


Marianne Goffoël

4-50

Het ontbrak de catechisten van weleer - en misschien zelfs nu nog - niet aan verbeeldingskracht om ons deze plotselinge ommekeer van Paulus op de weg naar Damascus, waarop hij zinspeelt in de passage van zijn brief aan de Galaten, te doen begrijpen.  Hij was zo van streek dat hij van zijn paard viel! 

Schilders, vanaf de 12e eeuw, plaatsten zich ook in dit kielzog om deze oogverblindende bekering af te beelden... Het verslag over Saul - dat was zijn naam "vroeger" - vertelt ons : "Een licht uit de hemel omhulde hem plotseling in zijn helderheid. Hij viel op de grond" (Handelingen 9). 

Het beeld dat de catechisten van vroeger naar voren brachten, spreekt voor zich. De verklaring ligt natuurlijk niet in een fysieke val, maar in een zeer spirituele, zeer innerlijke val. Van je paard vallen is van hoog af vallen! Alleen de grote heren reden vroeger op zulke paarden... Saul werd daarom in zijn trots neergeslagen en viel van heel hoog af dankzij dat licht dat hem omhulde in zijn helderheid, deze persoonlijke ontmoeting met God.  

Hij valt van zijn zekerheden - die verbrijzeld zijn. Hij, die de tradities van zijn vaders in ere moest houden door de Kerk van God te vervolgen, valt in de nederigheid die God groot maakt. Hij gaat een andere soort relatie aan. Hij gaat van vechten tegen anderen naar vechten tegen zichzelf. Hij gaat van de dood naar het leven, hij staat weer op, net als Christus.  Saul was de naam van een koning... Hij zal binnenkort, als hij aan zijn nieuwe missie begint, "Paulus" heten, wat betekent "klein, nederig, zwak". We zijn allemaal geroepen om deze ervaring te ondergaan, op de een of andere dag... En deze ervaring, hoe donderend of stil ook, zal voor altijd een stichtingsmoment zijn, dat ons nu - onweerstaanbaar - zal aanzetten tot het verkondigen van het Evangelie van Christus om ons heen.

Marianne Goffoël
Bruxelles
Beeld : Caravaggio : La Conversion de saint Paul - Santa Maria del Popolo (Rome) - © Wikipédia

Tous les chemins mènent... à Damas

 

Zoek ik soms de gunst van de mensen?

Tracht ik nu de mensen te winnen of God? Zoek ik soms de gunst van de mensen? Als ik die zocht, zou ik geen dienaar vanChristus zijn. Ik verzeker u, broeders en zusters, het evangelie dat door mij is verkondigd, is niet door mensen uitgedacht. Wantook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus.
Ga 1,10-12


Antoinette Van Mossevelde

3-50

‘Hoe kun je, nog volhouden dat het mij te doen is om de gunst van de mensen? Ik heb toch iedereen die een ander evangelie verkondigt, vervloekt!’ 

Het evangelie dat Paulus brengt is toegankelijk voor mensen zonder dat ze hiermee de Thora van wetsgetrouwe joden moeten volgen. De besnijdenis noch de voedselwetten zijn voorwaarden om een mens van de weg van Jezus van Nazareth te worden.     Niet omdat het  daardoor ‘gemakkelijk’ zou zijn om die weg te gaan. De Jezusbeweging heeft niets te maken met het zoeken naar goedkoop succes.  De smadelijke kruisdood moge dat duidelijk stellen.  Het gaat erom dat die vrijheid behoort tot het wezen van het evangelie van Jezus Christus.      

De gerechtigheid die de Thora beoogt wordt uiteindelijk niet bereikt met het strikte opvolgen van de voorschriften. Het door God beloofde heil komt niet door de farizeese wetsvervulling.  Jezus’ optreden legde voortdurend bloot hoe een rigide wetsvervulling discriminerend kon zijn en onderdrukkend. Hoe wetten verkeren in het tegendeel van wat ze beogen.   Door Gods genade wordt de mens gerechtvaardigd, niet door zijn eigen prestaties. Dit vertrouwen in God is belangrijker dan alle werken waarop wij ons kunnen beroepen. Slechts in dit geloof kan de mens echt vrij worden. Vrij van alles wat hem bindt aan zichzelf en aan zijn afgoden, vrij van alles wat niet God is. Die vrijheid heeft Paulus in Christus ontdekt. Een vrijheid die ons vrijmoedig tegenover God leert te staan.   Toch hebben deze vrijheid en vrijmoedigheid niets vandoen met vrijblijvendheid. Integendeel. Ze staan in dienst van een solidaire liefde die zich onvoorwaardelijk richt tot elke mens, zonder onderscheid. Geen wetgeving, geen voorschriften, geen regels staan in de weg om wie in nood is bij te staan.      

In dienst treden van Christus is bevrijd worden van de drang om mensen te behagen. Die vrijheid ontdekte Paulus in Jezus Christus en hij zal haar onvermoeibaar blijven bepleiten, hoeveel kritiek en verwijten hij daarmee ook over zich heen haalt.

Antoinette Van Mossevelde
Gent

Est-ce à des hommes que je cherche à plaire ?

 

Er is geen ander evangelie

 

Ik sta er verbaasd over dat u zo spoedig afvalt van hem die u riep tot de genade van Christus, en overgaat naar een ander evangelie; maar er ís geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar al zouden wijzelf of een engel uit de hemel u een ander evangelie verkondigen dan het evangelie dat wij u verkondigd hebben: hij zij vervloekt! Wat wij vroeger hebben gezegd zeg ik nu opnieuw: als iemand u een ander evangelie verkondigt dan u ontvangen hebt: hij zij vervloekt!
Ga 1,6-9


Raphaël Devillers

2-50

Gewoonlijk laat Paulus zijn openingsgroet volgen door een woord van dank. Hier pakt hij de Galaten echter meteen hard aan, door een ironische toon aan te slaan die zijn boosheid doet doorschemeren. ‘Ik sta er verbaasd over dat u zo spoedig afvalt van hem die u riep tot de genade van Christus, en overgaat naar een ander evangelie.’ De zaak is dus bijzonder ernstig.

Na het vertrek van Paulus zijn er mannen langsgekomen die de gemeenschap ondersteboven hebben gehaald, door – tegen Paulus in – te verkondigen dat men absoluut moest teruggrijpen naar de besnijdenis en de voorschriften van de Thora. Paulus is woest, niet zozeer omdat deze boodschap ingaat tegen zijn persoonlijke ideeën, maar wel omdat ze ingaat tegen het hart van het geloof zoals dit hem op weg naar Damascus werd geopenbaard, en dat hij aan het begin van zijn brief als volgt samenvat: Jezus is de gezalfde, de Zoon van God, hij heeft zich aan de dood overgeleverd om ons vergeving van zonden te schenken en zijn Vader heeft hem doen verrijzen. Door de gave van de Geest staan we in een nieuwe wereld. Geen verdere toevoeging nodig. Dit is het Evangelie. Het échte Goede Nieuws.

Blind vertrouwen op enkele handelingen, goede werken opstapelen om ‘z’n hemel te verdienen’… dit is gewoonweg een omdraaiing van de logica van het Evangelie. In het geval van de Galaten is het gevaar des te groter, omdat de verkondigers na Paulus hebben ingespeeld op hun vroomheid en oude religieuze praktijken.

In zijn woede uit Paulus een verschrikkelijke bedreiging. Hij zegt: indien een mens, of een engel, of indien zelfs ik u ooit een andere boodschap zou verkondigen dan dit Evangelie, hij weze vervloekt. Dit wil zeggen dat Gods verdoemenis over hem zou komen en dat hij uitgesloten zou worden uit de gemeenschap. Paulus overdrijft niet: het gaat per slot van rekening om het Evangelie. Wat zou Paulus vandaag zeggen tot de menigte die de vervulling van onmiddellijke verlangens, luxe, reisjes, zelfontplooiingsmethodes of esoterische leerstellingen tot Evangelie heeft genomen?

De brief aan de Galaten stelt de focus van ons geloof in op het essentiële.

Raphaël Devillers
Luik

Il n’y a qu’un Évangile

Genade en vrede

Ik , Paulus, apostel, niet vanwege mensen en ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader die Hem uit de dood heeft opgewekt, en alle broeders die bij mij zijn, aan de gemeenten van Galatië: genade voor u en vrede vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus, die zich heeft gegeven voor onze zonden, om ons te ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, volgens de wil van onze God en Vader, aan wie de heerlijkheid zij tot in alle eeuwigheid. Amen.
Ga 1,1-5


Patrick Lens

1-50

Dit jaar verloopt Pasen in mineur.  “De broeders die bij mij zijn”: niet iedereen  kan dit zeggen vandaag. “Ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld”: dat zouden we vorig jaar misschien niet graag gehoord hebben. Maar ondertussen kunnen we ons er wel iets bij voorstellen. We leven echt in moeilijke situatie en daarom kunnen we het misschien wel beter verstaan. Maar welke houding moet je daarin aannemen? Paulus is apostel, niet vanwege een mens, zelfs niet vanwege zichzelf. Paulus is gegrepen door een Verrezene. Dat was misschien het laatste waaraan hij zich had verwacht. Voor christenen is Pasen zo vanzelfsprekend geworden. Maar limietervaringen kunnen ons helpen om na te denken over wat heel fundamenteel is: welke toekomst kunnen wij verwachten? Jezus is heel eenzaam de weg voorgegaan, de nauwe doorgang, het niets. En zijn Vader heeft Hem uit de dood opgewekt. Eigenlijk een onmogelijke boodschap. Maar misschien ook de enige die er nu rest.

Er zullen paaseieren zijn, geen eucharistie. Sommigen onder ons zullen vandaag alleen blijven. Gelukkig is er internet. We kunnen elkaar vandaag alleen maar genade en vrede toewensen. Maar misschien is het precies dit wat we nu nodig hebben: genade, de kracht om door te zetten en moed te houden, de weldoende nabijheid van God. De vrede volgt daaruit: het heeft te maken met aanvaarding van wat er zich hier en nu aandient, maar ook met de gedachte dat God niet anders kan dan het goede voor ons willen. Dat heeft Hij laten zien in zijn Zoon, die zich heeft gegeven voor onze zonden, maar die door de Vader is opgewekt en in kracht gesteld, ook vandaag! Na het duister van de dood is Hij opnieuw bereikbaar.

Zalig Pasen!

Patrick Lens
Brussel

Persévérer et garder courage

 



© Dominicains de Belgique 2020
© Dominicanen van België 2020

webmaster@dominicains.tv

 www.aelf.org - www.rkbijbel.nl