Pinksteren is banaal

Patrick Lens

1 Ko 16:10-24


Wanneer Timoteüs komt, zorg er dan voor dat hij zich bij u thuis voelt; hij doet het werk van de Heer, evengoed als ik; niemand mag hem minachten. Zorg dat hij veilig en wel naar mij kan terugreizen, want de broeders en ik wachten op hem. Wat onze broeder Apollos betreft, ik heb hem dringend verzocht met de broeders mee te gaan naar u, maar hij weigerde beslist om nu al te vertrekken; hij zal gaan zodra het hem gelegen komt. Blijf waakzaam, sta vast in het geloof, wees moedig en sterk. Laat alles bij u gebeuren met liefde. Ik heb nog een verzoek aan u, broeders en zusters: u weet dat Stefanas en zijn gezin de eerste bekeerlingen van Achaje zijn en dat zij altijd klaarstaan voor de heiligen. Aanvaard dan ook van uw kant de leiding van zulke mensen en van allen die hun werk en moeite delen. Ik verheug mij over de aanwezigheid hier van Stefanas, Fortunatus en Achaïkus; zij hebben voor mij het gemis van u vergoed, zij hebben mijn zorgen verlicht, en daarmee ook de uwe. Houd zulke mensen in ere. De gemeenten van Asia laten u groeten. Veel groeten in de Heer, van Aquila en Prisca en van de gemeente bij hen aan huis. Alle broeders groeten u. Groet elkaar met de heilige kus. Deze groet schrijf ik met eigen hand: Paulus. Wie de Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt. Maranatha! De genade van de Heer Jezus is met u, en mijn liefde is met u allen in Christus Jezus.

 Que tout se passe chez vous dans l’amour

 

Solidariteit en mystiek

Jan Degraeuwe

1 Ko 16:1-9

Wat de inzameling voor de heiligen betreft: volg de regel die ik voor de gemeenten van Galatië heb vastgesteld. Elke eerste dag van de week moet ieder van u naar vermogen iets opzij leggen en het opsparen; anders beginnen de inzamelingen pas wanneer ik kom. Als ik bij u ben zal ik degenen die u daarvoor geschikt acht, met brieven naar Jeruzalem sturen om uw gaven te overhandigen. En als het van belang is dat ik zelf ook ga, kunnen zij met mij meereizen. Ik kom bij u wanneer ik in Macedonië geweest ben. Macedonië bezoek ik terloops, maar bij u zal ik als het kan langer blijven, en misschien wel de hele winter. U kunt mij dan voorthelpen wanneer ik verder reis. Het is niet mijn bedoeling u deze keer maar in het voorbijgaan te bezoeken; nee, ik hoop enige tijd bij u te blijven, als de Heer het toelaat. Maar tot Pinksteren blijf ik nog in Efeze, want de deur staat hier wijd open voor mijn werk, ook al zijn er veel tegenstanders.

 Solidarité !

 

Breien tot gedaanteverandering

Marie-Ann De Cocker

1 Ko 15:50-58

Ik bedoel dit, broeders en zusters: vlees en bloed kunnen geen deel krijgen aan het koninkrijk van God: het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid. En nu vertel ik u een geheim: wij zullen niet allemaal sterven, maar wel allemaal van gedaante veranderen, opeens, in een oogwenk, bij de laatste trompet; want de trompet zal weerklinken en de doden zullen verrijzen in onvergankelijkheid, en wij zullen van gedaante veranderen. Want dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid. En wanneer dit vergankelijke met onvergankelijkheid is bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid, dan zal het woord van de Schrift in vervulling gaan: De dood is verslonden, de overwinning is behaald! Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel? De angel van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank: Hij geeft ons de overwinning door onze Heer Jezus Christus. Daarom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar, aldoor druk bezig met het werk van de Heer; u weet toch dat uw inspanning dankzij Hem niet vergeefs is.

 La Vie vivante !

 

Herschapen worden

Bernard De Cock

1 Ko 15:35-49

Maar, zal wellicht iemand vragen, hóé verrijzen de doden? Met wat voor lichaam komen ze terug? Dwaze vraag! Ook wat je zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt, en wat je zaait is maar een korrel, bijvoorbeeld van tarwe of iets dergelijks, en het heeft nog niet de vorm die het zal krijgen. God geeft er een vorm aan zoals Hij het heeft gewild, en wel aan elk zaad zijn eigen vorm. Ook is niet elk soort vlees hetzelfde: er is verschil tussen het vlees van mensen en dat van dieren, van vogels en van vissen. En er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen, maar de glans van de hemelse is anders dan die van de aardse. De stralen van de zon zijn anders dan die van de maan, en die van de sterren zijn weer anders; zelfs de ene ster verschilt van de andere in schittering. Zo is het ook met de opstanding van de doden: wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; wat gezaaid wordt in oneer, verrijst in glorie; wat gezaaid wordt in zwakte, verrijst in macht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Als er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. Dit is de zin van wat er staat geschreven; de eerste mens, Adam, werd een levend wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. Maar niet het geestelijke komt het eerst; het natuurlijke gaat eraan vooraf, daarna komt het geestelijke. De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel. Op die eerste mens van aarde lijken alle aardse mensen, op de hemelse mens zullen alle hemelingen lijken. En net zoals wij het beeld van de aardse mens hebben gedragen, zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse mens.

 Oxymore

 

#YOLO

Anton-Marie Milh

1 Ko 15:29-34

Wat hebben trouwens zij die zich voor de doden laten dopen hieraan? Als er helemaal geen doden verrijzen, waarom laten zij zich dan nog dopen voor hen? En wijzelf, waarom zouden wij ons elk ogenblik aan gevaren blootstellen? Dagelijks heb ik de dood voor ogen, broeders en zusters, zo waar als ik mij beroem op u, in Christus Jezus onze Heer. Wat baat het mij dat ik in Efeze om zo te zeggen met wilde beesten gevochten heb? Als de doden niet verrijzen, laten we dan maar eten en drinken, want morgen gaan we dood. Maak uzelf niets wijs: ‘Slecht gezelschap bederft de goede zeden.’ Word weer nuchter en bezonnen, en zondig niet meer. Sommigen hebben blijkbaar geen besef van God. Tot uw schande moet ik dit zeggen.

 Donner consistance à notre foi

 

Opstaan in dit leven

Mark Butaye

1 Ko 15:19-28

Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe is het dan mogelijk dat sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat? Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet opgestaan. En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg. Dan blijken wij zelfs van God een vals getuigenis te hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus heeft opgewekt, wat Hij niet heeft gedaan, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen. Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen, en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde. Dan zijn ook die mensen verloren die in Christus ontslapen zijn.

 Le triomphe final

 

Ik ben de verrijzenis en het leven

Michaël-Dominique Magielse

1 Ko 15:12-18

Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe is het dan mogelijk dat sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat? Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet opgestaan. En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg. Dan blijken wij zelfs van God een vals getuigenis te hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus heeft opgewekt, wat Hij niet heeft gedaan, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen. Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen, en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde. Dan zijn ook die mensen verloren die in Christus ontslapen zijn.

 Parler de résurrection

 

Christus als plaatsbekleder van ons allen

Marcel Braekers

1 Ko 15:1-11

Broeders en zusters, ik wijs u nog eens op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat u hebt aanvaard, waarop u gegrondvest bent en waardoor u ook gered wordt, tenminste als u zich houdt aan de bewoordingen waarin ik het u verkondigd heb; anders zou u het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. In de eerste plaats heb ik u doorgegeven wat ik zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften; en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn; sommigen echter zijn gestorven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. Het laatst van allen, als aan een misgeboorte, is Hij ook verschenen aan míj. Ik ben immers de minste van de apostelen, niet waard om apostel te heten, want ik heb de kerk van God vervolgd. Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn genade voor mij is niet vruchteloos geweest. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen; dat wil zeggen, niet ik, maar de genade van God met mij. Maar zij of ik, wat maakt het uit? Dit verkondigen wij, en dit hebt u geloofd.

 Crois-tu cela?

 

Hou je bek !

Patrick Lens

1 Ko 14:27-40

Wat het spreken in talen betreft, laat dit geschieden door twee of hoogstens drie mensen, om beurten; en één moet uitleg geven. Is er niemand om het uit te leggen, dan moeten zij in de bijeenkomst zwijgen, maar spreken voor zichzelf en voor God. Van de profeten mogen er twee of drie het woord voeren, en de overigen moeten het beoordelen. Wanneer een andere aanwezige een openbaring krijgt, moet de eerste zwijgen. U kunt ieder op uw beurt profeteren, zodat allen iets kunnen leren en troost ontvangen. De geesten van de profeten zijn ondergeschikt aan de profeten zelf, want God is geen God van wanorde, maar van vrede. Zoals in alle gemeenten van de heiligen moeten de vrouwen in uw bijeenkomsten hun mond houden. Het is hun niet toegestaan het woord te nemen; zij moeten ondergeschikt blijven, zoals trouwens de wet voorschrijft. Willen zij iets te weten komen, dan moeten zij er thuis hun man maar naar vragen; een vrouw hoort nu eenmaal niet in de gemeente het woord te voeren. Is Gods woord soms van u uitgegaan? Is het alleen tot u doorgedrongen? Als iemand profetische of andere gaven meent te bezitten, moet hij ook inzien, dat wat ik u schrijf een gebod is van de Heer. Wie dit verwerpt wordt zelf verworpen. Dus, broeders en zusters: streef ijverig naar de profetie, zonder het spreken in talen te beletten. Maar laat alles fatsoenlijk en in goede orde geschieden.

 Parole et prophétie

 

Duidelijke taal graag!

Annemie Deckers

1 Ko 14:20-26

Broeders en zusters, wees niet kinderlijk in uw oordeel; blijf klein als het om slechtheid gaat, maar wees in uw oordeel volwassen mensen. In de wet staat: Door mensen met een onverstaanbare tongval en in een vreemde taal zal Ik spreken tot dit volk, maar zelfs dan zullen zij niet naar Mij luisteren, zegt de Heer. Spreken in talen is dus een teken, niet bestemd voor de gelovigen, maar voor de ongelovigen; de profetie daarentegen is niet bestemd voor de ongelovigen, maar voor de gelovigen. Wat zal er dus gebeuren als buitenstaanders of ongelovigen binnenkomen, terwijl heel de gemeente bijeen is en allen tegelijk in talen spreken? Zullen zij niet zeggen dat u gek bent? Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of buitenstaander binnen, dan wordt hij door allen terechtgewezen, door allen beoordeeld en worden zijn verborgen gedachten blootgelegd; dan zal hij zich ter aarde werpen, hij zal God aanbidden en belijden dat God werkelijk in uw midden is. Samenvattend, broeders en zusters: telkens wanneer u bijeenbent, en de een komt met een psalm, de ander met een onderrichting, weer een ander met een openbaring, of spreekt in talen of geeft er uitleg van, draag er dan zorg voor dat alles dient tot opbouw van uw gemeente.

 Une parole audible pour notre temps

 

Niet met de natte vinger

Mark Butaye

1 Ko 14:7-19

Het is ermee als met muziekinstrumenten, bijvoorbeeld een fluit of een citer. Als die geen duidelijk onderscheiden tonen doen horen, hoe kan men dan weten wat er op de fluit of citer gespeeld wordt? En als de trompet een onherkenbaar signaal geeft, wie zal zich dan gereed maken voor de strijd? Zo is het ook met u: als u met uw tong geen verstaanbare taal spreekt, hoe kan men dan begrijpen wat u zegt? Uw woorden verwaaien in de wind. Er zijn in de wereld ik weet niet hoeveel talen, en geen enkele kan zonder klanken. Maar als ik de betekenis van een klank niet ken, blijf ik voor de spreker een vreemde, en hij voor mij. Ook u moet dus, als u zo op geestelijke gaven gesteld bent, zien uit te blinken in dingen die de gemeente tot nut zijn. Daarom moet hij die in talen spreekt, bidden om de gave van de vertolking. Wanneer ik in tongentaal bid, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand heeft er geen deel aan. Kortom: ik moet bidden met mijn Geest maar ook met mijn verstand, en Gods lof zingen met mijn geest maar ook met mijn verstand. Als u een zegenbede uitspreekt onder invloed van de Geest, hoe kunnen dan toevallig aanwezige buitenstaanders amen antwoorden op uw dankzegging? Zij weten niet eens wat u zegt. U spreekt dan wel een mooi dankgebed uit, maar een ander wordt er niet door gesticht. Ik heb, God zij dank, meer dan wie ook van u de gave om in talen te spreken, maar ik wil in de bijeenkomst van de gemeente liever vijf woorden spreken met verstand, om anderen te onderrichten, dan duizend in tongentaal.

 L'indicible

 

In talen spreken en profeteren

Bernard De Cock

1 Ko 14:1-6

Maak vooral werk van de liefde. Maar streef ook naar geestelijke gaven, allereerst naar de profetie. Wie in talen spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God; niemand begrijpt hem, onder invloed van de Geest uit hij Gods geheimen. Maar wie profeteert, spreekt voor mensen: opbouwend, vermanend en troostend. Wie in talen spreekt, bouwt aan zichzelf; wie profeteert, bouwt aan de gemeente. Ik gun u allen van harte het spreken in talen, maar ik heb liever dat u profeteert. Een profeet is meer waard dan iemand die in talen spreekt, behalve wanneer deze laatste ook uitleg geeft, zodat de gemeente erbij gebaat is. 6 Stel, broeders en zusters, dat ik bij u kom en in talen spreek. Wat hebt u daaraan, als ik mij niet tevens tot u richt met geopenbaarde kennis of profetische onderrichting?

 J’ai fait souvent ce rêve étrange et pénétrant

 

Als de liefde ons streven doordesemt…

Jef Schoenaerts

1 Ko 13:8-13

De liefde vergaat nooit. De gave van de profetie, ze zal verdwijnen; het spreken in talen, het zal verstommen; de kennis, ze zal ooit hebben afgedaan. Want ons kennen is stukwerk, en stukwerk ons profeteren. Maar wanneer het volmaakte komt, heeft het stukwerk afgedaan. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; nu ik volwassen ben, heb ik het kinderlijke achter mij gelaten. Nu kijken wij nog in een spiegel, we zien raadselachtige dingen, maar straks zien we van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik nog slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals ik zelf gekend ben. Deze drie dingen blijven altijd bestaan: geloof, hoop en liefde; maar de liefde is het voornaamste.

 Qu'est-ce qui reste?

 

Alles mag?

Anton-Marie Milh

1 Ko 10:23-33

‘Alles is geoorloofd.’ Ja, maar niet alles is heilzaam. ‘Alles mág.’ Ja, maar niet alles is opbouwend. Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken maar dat van anderen. Alles wat in de vleeshal wordt verkocht mag u eten, zonder uit gewetensbezwaar navraag te doen. 26 Want aan de Heer behoort de aarde en al wat zij bevat. Wanneer een ongelovige u uitnodigt en u besluit te gaan, eet dan gerust alles wat u wordt voorgezet, zonder uit gewetensbezwaar navraag te doen. Maar als iemand u zegt: ‘Dit is aan de goden gewijd vlees’, eet er dan niet van, ter wille van degene die u er opmerkzaam op maakte, en omwille van het geweten. Ik bedoel nu niet uw eigen geweten, maar dat van die ander. Want waarom zou ik mijn vrijheid onderwerpen aan het oordeel van andermans geweten? Als ik onder dankzegging iets gebruik, hoe kan iets waarvoor ik God dank zeg mij dan worden kwalijk genomen? Of u dus eet of drinkt, of wat dan ook doet, doe alles tot eer van God. Geef geen aanstoot, noch aan Joden noch aan Grieken noch aan Gods kerk. Ook ik tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn, en zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van anderen, opdat allen gered worden.

 Cas de conscience(s)

 

Een andere bucket list

Marie-Ann De Cocker

1 Ko 7:25-31

Voor de ongehuwden heb ik geen gebod van de Heer, maar ik geef mijn mening, die door de ontferming van de Heer betrouwbaar is. Ik houd dit voor het beste. In onze zware tijden is het voor een mens het beste zo te leven: bent u aan een vrouw gebonden, zoek dan geen scheiding; bent u niet aan een vrouw gebonden, zoek dan geen vrouw.Maar als u wel trouwt, zondigt u niet, en ook het meisje dat trouwt, doet geen zonde. Alleen halen zulke mensen zich beslommeringen op de hals, en dat zou ik u willen besparen. Ik bedoel dit, broeders en zusters: de tijd is kort. Laten daarom zij die een vrouw hebben, doen alsof zij er geen hadden; zij die huilen, alsof zij niet huilden; zij die zich verheugen, alsof zij niet verheugd waren; zij die kopen, alsof zij geen eigenaar werden. Zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan, want de wereld die wij zien, gaat voorbij.

 Lettre à Paul, une voix de femme

 

Vrij worden ? Hoezo ?

Mark Butaye

1 Ko 7:18-24

Was iemand besneden toen hij geroepen werd, dan moet hij het niet laten verhelpen; was iemand onbesneden, dan moet hij zich niet laten besnijden. Het gaat er niet om of men besneden is of onbesneden, het gaat alleen om het onderhouden van Gods geboden. Laat iedereen blijven zoals hij bij zijn roeping was! Bent u als slaaf geroepen, laat het u niet verdrieten; en zelfs als u vrij kunt worden, blijf dan toch liever slaaf. Want de slaaf die door de Heer geroepen wordt, is een vrijgelatene van de Heer; en omgekeerd is hij die als vrij man geroepen werd, een slaaf van Christus. U bent gekocht en de prijs is betaald. Word geen slaven van mensen. Broeders en zusters, laat dus iedereen voor God blijven in die staat waarin hij werd geroepen.

 Souriez… On ne bouge plus !

 

Barmhartigheid

Michael-Dominique Magielse

1 Ko 6:1-11

Is het waar dat sommigen van u hun recht gaan zoeken bij de onrechtvaardigen, en niet bij de heiligen, als zij een kwestie hebben met een medechristen? Weet u dan niet dat de heiligen over de wereld zullen oordelen? En als het oordeel over de wereld bij u berust, zou u dan niet bevoegd zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken? Weet u niet dat wij over engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan over alledaagse zaken! Voor alledaagse geschillen laat u hen die in de gemeente niet in tel zijn zitting houden? Om u te beschamen zeg ik dit. Is er onder u niet één verstandig man die tussen broeders uitspraak kan doen? Moet dan de ene broeder tegen de andere procederen, en dat nog wel ten overstaan van ongelovigen? Dat u tegen elkaar processen voert, is al treurig genoeg. Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen? Maar u pleegt zelf onrecht, zelf berokkent u schade, en nog wel aan broeders. Weet u niet dat zij die onrecht plegen, geen deel zullen hebben aan het koninkrijk van God? Maak uzelf niets wijs! Hoerenlopers, afgodendienaren, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, dieven, uitbuiters, dronkaards, lasteraars, oplichters, zij zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar nu bent u schoon gewassen; u bent geheiligd, u bent gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.

 Sanctifiés par le Seigneur

 

Grote schoonmaak

Annemie Deckers

1 Ko 5:8-13

Wij moeten ons feest vieren, niet met de oude zuurdesem, de zuurdesem van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid. In mijn brief schreef ik al dat u niet moest omgaan met mensen die zich aan ontucht overgeven. Natuurlijk bedoelde ik niet alle ontuchtigen ter wereld, of uitbuiters, oplichters en afgodendienaren in het algemeen. Dan zou u de wereld moeten verlaten. Nee, wat ik bedoel is dat u niet moet omgaan met elke zogenaamde christen die erop los leeft of hebzuchtig is, of met een afgodendienaar, lasteraar, dronkaard of oplichter. Met zo iemand moet u zelfs niet eten. Ik heb toch niet te oordelen over de buitenstaanders? U oordeelt zelf immers ook alleen over mensen uit uw eigen kring. Over de anderen zal God wel oordelen. Verwijder die boosdoener uit uw midden.

 L’Eglise est-elle une secte ?

 

Heikele probleemsituaties

Antoinette Van Mossevelde

1 Ko 5:1-8

Men hoort algemeen spreken van ontucht onder u, en wel van de soort die zelfs bij de heidenen niet voorkomt: dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader. En daar bent u ook nog trots op? Was maar liever in de rouw gegaan! Dan zou de man die zoiets heeft bedreven uit uw midden verwijderd zijn. Ik voor mij, hoewel lichamelijk afwezig, maar in de geest aanwezig, heb reeds, alsof ik bij u was, het vonnis geveld over hem die dat heeft durven doen: in de naam van onze Heer Jezus en met zijn kracht moet u in een bijeenkomst waarbij ik in de geest aanwezig ben, die man uitleveren aan de satan, tot ondergang van zijn lichaam, maar tot redding van zijn geest op de dag dat de Heer komt. Uw zelfvoldaanheid staat u niet fraai. U weet toch dat een beetje zuurdesem genoeg is om het hele deeg zuur te maken? Doe de oude zuurdesem weg, om vers deeg te worden. U moet zijn als ongezuurde broden, want ook ons paaslam is geslacht: Christus.

 L'audace de l'humilité

 



© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen van België 2019

webmaster@dominicains.tv

 www.aelf.org - www.rkbijbel.nl