Het dwaze mensengelijk


Annemie Deckers
Het dwaze mensengelijk
Hoofdstuk 4

De kwade , weinig tactvolle toon waarmee Paulus zijn brief begonnen is,  maakt plaats voor zijn teleurstelling en verdriet. Die “domme Galaten” noemt hij nu “mijn kinderen”.

Paulus verstaat het niet: jullie waren goed begonnen,  eindelijk waren jullie bevrijd van die heidense krachten die jullie verknechtten. Je was niet langer slaaf maar kind van God, je bent nu door Hem gekend en je mag hem Abba, Vader, noemen. Maar zodra er roepers komen die menen het beter te weten, laat je je verleiden om je opnieuw te onderwerpen aan een verknechtende macht, de wet van de Joden.

Het is duidelijk: geloven is niet een voor eens en altijd verworven bezit. Geloven is een groeiproces dat niet voor iedereen op dezelfde wijze verloopt.

De eerste stappen in het christendom zijn misschien niet moeilijk maar als christen groeien tot volwassenheid, daar gaat het om. Daarom spreekt Paulus als een geestelijke vader over barensweeën.   Het doet hem pijn te zien dat de Galaten die al geboren  zijn in Christus de volheid van Christus nog niet bereikt hebben. En dat kan maar als ze de gestalte van Christus aannemen, als ze Christus in zich laten groeien en zich zo ontwikkelen tot wie ze werkelijk zijn.

Geloven is een groeiproces dat tijd en misschien ook wel pijn kost. Want leven volgens het evangelie is niet gemakkelijk en wie dat wel gemakkelijk vindt, maakt zichzelf iets wijs.

Het gaat er immers niet om wetten en regeltjes te volgen. Die kunnen ons misschien wel doen geloven dat we het doen zoals het moet maar vanuit wie leef ik dan? Bij Jesaja lezen we: “Dit volk eert Mij wel met de lippen maar zijn hart is ver van Mij. En zijn vrees voor Mij is niet  meer dan wet van mensen die door mensen wordt aangeleerd” (Jes.29, 13).

Dat is wat Paulus zijn Galaten en ons wil voorhouden: het gaat niet om regeltjes van mensen navolgen, het gaat over afstand nemen van mijn ego om Christus in mij te laten wonen en om vanuit Hem te leven. Niet ik maar Hij zal in mij werken.

En als ons dat lukt,  zullen we elkaar vinden in het hemelse Jeruzalem, onze moeder. Geen toekomstige ideale stad maar een gemeenschap waarin we hier en nu als vrije mensen kunnen samen leven als kinderen van één Vader.

Niet eenvoudig maar ik vertrouw in Gods woord:  “Ik geef je mijn Geest die je zal leiden als je onzeker bent en je overeind houden als je struikelt”.

Annemie Deckers
Genk