Een stoffige bedoening

Anton Milh
Vrijdag na de vijfde week van Pasen

Een stoffige bedoening
Hand, 18,1-11

Hierna verliet hij Athene en ging hij naar Korinte. Daar ontmoette hij Aquila, een uit Pontus afkomstige Jood, die kort tevoren met zijn vrouw Priscilla uit Italië was gekomen, omdat Claudius had verordend dat alle Joden Rome moesten verlaten. Hij kwam bij hen, en omdat zij hetzelfde vak hadden bleef hij bij hen wonen en werken; ze waren namelijk leerbewerker van hun vak. Iedere sabbat sprak hij in de synagoge en probeerde hij Joden en Grieken te overtuigen.

Toen Silas en Timoteüs uit Macedonië waren aangekomen, wijdde Paulus zich geheel aan de verkondiging, om tegenover de Joden te getuigen dat Jezus de Messias is. Maar gezien hun tegenstand en godslasterlijke taal schudde hij het stof van zijn kleren en zei tegen hen: ‘Uw bloed kome neer op uw eigen hoofd; ik heb er geen schuld aan; van nu af aan ga ik naar de heidenen.’ Hij ging van de synagoge naar het huis ernaast, waar een zekere Titius Justus woonde, een godvrezende. De synagogebestuurder Crispus kwam met al zijn huisgenoten tot geloof in de Heer. Veel Korintiërs die hem hoorden geloofden eveneens en lieten zich dopen. ’s Nachts zei de Heer in een visioen tegen Paulus: ‘Wees niet bang, blijf spreken en zwijg niet.  Ik ben bij je; niemand zal een vinger naar je uitsteken om je kwaad te doen, want in deze stad behoren velen Mij toe.’
 



© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen van België 2019

webmaster@dominicains.tv

 www.aelf.org - www.rkbijbel.nl

0
Shares