Houd u ver van afgoderij en demonen

Rik Nuytten

1 Ko 10:14-22

Houd u dus ver, geliefden, van afgoderij. Ik spreek tot verstandige mensen: vorm uw eigen oordeel over wat ik ga zeggen. De beker van de zegening, die wij zegenen, geeft ons gemeenschap met het bloed van Christus. En het brood dat wij breken, geeft ons gemeenschap met het lichaam van Christus. Omdat het één brood is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allemaal hebben wij deel aan het ene brood. Kijk ook naar het Joodse volk: zij die de offers nuttigen, hebben bij hen immers deel aan het altaar. Ik zeg niet dat offervlees iets bijzonders is, of dat een afgod iets te betekenen heeft. Maar wel dat de heidenen offers opdragen aan demonen en niet aan God; en ik wil niet dat u gemeenschap aangaat met de demonen. U kunt niet uit de beker van de Heer drinken én uit de beker van de demonen; u kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heer én aan de tafel van de demonen. Of willen wij de Heer uitdagen? Zijn wij soms sterker dan Hij?

 Un seul corps

 

Focus op de essentie, hou je credo beperkt

Jef Schoenarts

1 Ko 9:19-27

Hoewel ik van niemand afhankelijk ben, heb ik me toch de slaaf gemaakt van allen, om zo veel mogelijk mensen voor Christus te winnen. Bij de Joden leef ik als Jood om de Joden te winnen. Met hen die onder de wet staan, leef ik als aan de wet onderworpen – hoewel zelf niet gebonden aan de wet – om hen die onder de wet staan, te winnen. Met de wettelozen werd ik als een wetteloze – hoewel niet zonder de wet van God en onderworpen aan de wet van Christus – om de wettelozen te winnen. Met de zwakken ben ik zwak geworden om de zwakken te winnen. Ik ben alles wat je maar wilt om in elk geval een paar mensen te redden. En ik doe alles voor het evangelie om er ook zelf deel aan te krijgen. U weet het: alle hardlopers in het stadion rennen om het hardst, maar slechts één wint er. Ren dan om te winnen! Atleten ontzeggen zich alles. Zij doen dat om een vergankelijke krans te winnen, wij doen het voor een onvergankelijke. Ik loop dan ook niet zomaar wat, ik ben geen bokser die in de lucht slaat. Ik hard mijzelf en houd mij onder strikte tucht om niet, na voor anderen gepredikt te hebben, zelf verworpen te worden.

 L'art de l'humilité

 

Omdat het einde der tijden op ons afkomt

Antoinette Van Mossevelde

1 Ko 10:1-13

Vergeet dit nooit, broeders en zusters: onze vaderen verbleven allemaal onder de wolk en trokken allemaal door de zee; zij zijn allemaal in Mozes gedoopt door de wolk en de zee; zij aten allemaal hetzelfde geestelijk voedsel en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank, want zij dronken uit een geestelijke rots die met hen meetrok, en die rots was Christus. Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad; immers, zij werden in de woestijn geveld. Voor ons zijn deze gebeurtenissen een les om niet naar het kwade te verlangen, zoals zij deden. Dien geen afgoden, zoals sommigen van hen gedaan hebben. Het schriftwoord zegt: Het volk ging zitten om te eten en te drinken, en stond op om te spelen. Laten wij geen ontucht plegen, zoals sommigen van hen: op één dag vielen er drieëntwintigduizend doden. En laten wij de Heer niet tarten, zoals sommigen van hen gedaan hebben: slangen brachten hen om.  En mopper niet tegen God, zoals sommigen van hen gemopperd hebben: de verderver bracht hen om. Wat hun overkwam is voor ons een voorbeeld; het werd te boek gesteld als een waarschuwing, omdat het einde der tijden op ons afkomt. Daarom, wie meent te staan, moet oppassen dat hij niet valt. U hebt nog geen enkele beproeving doorstaan die de menselijke maat overschrijdt. God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u boven uw krachten beproefd wordt. Mét de beproeving bepaalt Hij ook de uitkomst, zodat u haar kunt doorstaan.

 La fidélité dans l'action de grâces

 

De vrij-blijvende apostel

Annemie Deckers

1 Ko 9:11-18

Als wij in u een geestelijk gewas gezaaid hebben, is het dan te veel gevraagd als wij van u stoffelijke steun verwachten? Als anderen zulke aanspraken op u hebben, dan wij toch zeker! Maar wij hebben van dit recht geen gebruik gemaakt, en willen liever alles verduren dan de prediking van Christus’ evangelie belemmeren. U weet dat zij die de tempeldienst verrichten, leven van de tempel, en dat zij die aan het altaar dienen, hun deel ontvangen van het brandoffer. Zo heeft de Heer ook bepaald dat de verkondigers van het evangelie van het evangelie moeten leven. Maar zelf heb ik hiervan geen gebruik gemaakt. Ik schrijf u dit alles waarachtig niet om dat voorrecht voor mij op te eisen; ik zou liever sterven dan die eer te verliezen! Dat ik het evangelie predik, is voor mij niets om me op te beroemen: ik kan niet anders. Wee mij als ik het evangelie niet verkondigde! Als ik het uit eigen beweging zou doen, dan had ik recht op loon; maar ik doe het niet uit eigen beweging, het is een taak die mij is toevertrouwd. Wat is dan mijn loon? Dat ik het evangelie kosteloos verkondig en geen gebruik maak van het recht dat het evangelie mij geeft.

 Vous avez reçu gratuitement

 

Ik zou zelf niet vrij zijn?

Marcel Braekers

1 Ko 9:1-10

Ben ik geen vrij man? Ben ik geen apostel en heb ik Jezus onze Heer niet gezien? En u bent toch mijn werk in de Heer? Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. Dit is mijn antwoord aan mijn critici.  Hebben wij niet het recht om te eten en te drinken? Hebben wij niet het recht om een christenvrouw mee te nemen, zoals de andere apostelen en de broers van de Heer en Kefas? Of zijn Barnabas en ik de enigen die verplicht zijn te werken voor hun levensonderhoud? Welke soldaat betaalt ooit zijn eigen soldij? Wie plant een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie weidt een kudde zonder de melk van de kudde te gebruiken? Dit zijn niet enkel menselijke overwegingen, de wet zegt precies hetzelfde, of niet soms? In de wet van Mozes staat immers: Een dorsende os mag men niet muilbanden. Bemoeit God zich hier werkelijk met de ossen, of gaat het eigenlijk over ons? Natuurlijk, met het oog op óns staat er geschreven dat de ploeger moet ploegen en de dorser moet dorsen in de hoop zijn deel te ontvangen.

 Sagesse de la persévérance

 

De kennis van de liefde

Michael-Dominique Magielse

1 Ko 8:1-13

Wat nu het offervlees betreft: ‘Wij allen bezitten de gave van de kennis’, maar kennis alleen leidt tot eigenwaan; het is de liefde die opbouwt. Als iemand kennis meent te bezitten, weet hij nog niet op de juiste wijze te kennen. Maar wie God liefheeft, die wordt door Hem gekend. Wat dus het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld geen afgod bestaat en dat er geen God is behalve de Ene. Want ook al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op aarde – en in deze zin zijn er vele goden en heren –  toch is er voor ons maar één God, de Vader, uit wie alles voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles er is, en door wie wij leven.  Maar niet allen bezitten die kennis. Sommige mensen waren tot voor kort nog zo gewend aan afgoderij, dat ze vlees dat aan goden is geofferd, nog altijd als zodanig beschouwen; en hun geweten, zwak als het is, wordt erdoor besmet als zij het eten.  Voedsel brengt ons niet dichter bij God; wij verliezen er niets bij als wij het niet eten, en als wij het wel eten, worden wij er niet beter van.  Maar zorg ervoor dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. Als zo iemand u, die daar geestelijk boven staat, in een afgodstempel aan een maaltijd ziet deelnemen, zal hij er dan, met zijn zwakke geweten, niet toe aangezet worden om ook offervlees te gaan eten?  Dan gaat ten gevolge van uw beter inzicht de zwakke verloren, een broeder voor wie Christus is gestorven. Door zo te zondigen tegen de broeders, en hun angstvallige geweten te kwetsen, zondigt u tegen Christus. 13 Daarom, als mijn voedsel aanstoot geeft aan mijn broeder, zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, want ik wil mijn broeder geen aanstoot geven.

 Vérité de l'amour

 

Toch een voordeel?

Patrick Lens

1 Ko 7:32-40

Ik zou willen dat u zonder zorgen was. Wie niet getrouwd is, heeft zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. Maar de getrouwde heeft zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen; zijn aandacht is verdeeld. Een ongetrouwde vrouw en een ongetrouwd meisje dragen zorg voor de zaak van de Heer; zij willen heilig zijn naar lichaam en geest. De getrouwde vrouw wijdt haar zorgen aan aardse dingen en wil haar man behagen. Dit alles zeg ik voor uw eigen bestwil, niet om uw vrijheid aan banden te leggen; het gaat mij alleen om de eerbaarheid en een onverdeelde toewijding aan de Heer. Als iemand meent dat hij zich onbetamelijk jegens zijn meisje gedraagt, omdat zijn verlangen te heftig wordt en de dingen hun loop moeten hebben, laat hem dan doen wat hij wil: laten zij trouwen, daar steekt geen kwaad in. Maar als hij het voor zichzelf zeker weet en, vrij van dwang, meester is van zijn eigen keus, en als hij voor zichzelf besloten heeft haar maagdelijkheid te respecteren, dan handelt hij uitstekend. Met andere woorden: wie met zijn meisje trouwt doet goed, wie haar niet trouwt doet beter. Een vrouw is aan haar man gebonden zolang hij leeft. Is haar man ontslapen, dan is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, maar alleen met een christen. Toch is zij gelukkiger als zij ongehuwd blijft; althans zo denk ik erover, en ook ik bezit de Geest van God, vind ik.

 Il n'y a plus ni homme ni femme

 

Een andere bucket list

Marie-Ann De Cocker

1 Ko 7:25-31

Voor de ongehuwden heb ik geen gebod van de Heer, maar ik geef mijn mening, die door de ontferming van de Heer betrouwbaar is. Ik houd dit voor het beste. In onze zware tijden is het voor een mens het beste zo te leven: bent u aan een vrouw gebonden, zoek dan geen scheiding; bent u niet aan een vrouw gebonden, zoek dan geen vrouw.Maar als u wel trouwt, zondigt u niet, en ook het meisje dat trouwt, doet geen zonde. Alleen halen zulke mensen zich beslommeringen op de hals, en dat zou ik u willen besparen. Ik bedoel dit, broeders en zusters: de tijd is kort. Laten daarom zij die een vrouw hebben, doen alsof zij er geen hadden; zij die huilen, alsof zij niet huilden; zij die zich verheugen, alsof zij niet verheugd waren; zij die kopen, alsof zij geen eigenaar werden. Zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan, want de wereld die wij zien, gaat voorbij.

 Lettre à Paul, une voix de femme

 

Vrij worden ? Hoezo ?

Mark Butaye

1 Ko 7:18-24

Was iemand besneden toen hij geroepen werd, dan moet hij het niet laten verhelpen; was iemand onbesneden, dan moet hij zich niet laten besnijden. Het gaat er niet om of men besneden is of onbesneden, het gaat alleen om het onderhouden van Gods geboden. Laat iedereen blijven zoals hij bij zijn roeping was! Bent u als slaaf geroepen, laat het u niet verdrieten; en zelfs als u vrij kunt worden, blijf dan toch liever slaaf. Want de slaaf die door de Heer geroepen wordt, is een vrijgelatene van de Heer; en omgekeerd is hij die als vrij man geroepen werd, een slaaf van Christus. U bent gekocht en de prijs is betaald. Word geen slaven van mensen. Broeders en zusters, laat dus iedereen voor God blijven in die staat waarin hij werd geroepen.

 Souriez… On ne bouge plus !

 

Een Messiascomplex

Anton-Marie Milh

1 Ko 7:10-17

De gehuwden beveel ik, of liever niet ik, maar de Heer: de vrouw mag niet scheiden van haar man. Is zij toch gescheiden, dan moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen. Evenmin mag de man zijn vrouw verstoten. Tegen de overigen zeg ik, niet de Heer: wanneer een broeder een niet-gelovige vrouw heeft en die stemt erin toe bij hem te blijven, dan mag hij haar niet verstoten. En wanneer een vrouw een niet-gelovige man heeft en die stemt erin toe bij haar te blijven, dan mag zij haar man niet verstoten. Met de vrouw is de niet-gelovige man geheiligd, en met de man de niet-gelovige vrouw; anders waren ook uw kinderen onrein, terwijl zij integendeel heilig zijn. Wil echter de niet-gelovige partij scheiden, laat haar dan scheiden; de broeder of zuster is in zo’n geval niet gebonden; God heeft ons tot vrede geroepen. Trouwens, hoe weet u, vrouw, of u uw man kunt redden, en u, man, hoe weet u of u uw vrouw kunt redden? Voor het overige moet ieder blijven leven zoals de Heer het voor hem beschikt heeft en zoals God hem heeft geroepen. Zo schrijf ik het in alle gemeenten voor.

 L'appel de Dieu

 

U bent niet van uzelf

Jef Schoenaerts

1 Ko 6:12-20

‘Alles is mij geoorloofd.’ Ja, maar niet alles is goed voor mij. ‘Alles mág ik.’ Ja, maar ik moet mij door niets laten knechten.  ‘Het voedsel is er voor de buik en de buik voor het voedsel, en God zal aan allebei een eind maken.’ Het lichaam is er echter niet voor de ontucht, maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, Hij zal ook ons laten opstaan door zijn kracht. U weet toch dat uw lichamen lichaamsdelen zijn van Christus? Zou ik dan van die lichaamsdelen van Christus lichaamsdelen van een hoer maken? Dat nooit! Of weet u niet dat hij die met een hoer omgang heeft, één met haar wordt? De Schrift zegt immers: Die twee zullen één zijn. Maar wie zich met de Heer verenigt, is met Hem één geest. Vlucht weg van ontucht. Elke andere zonde die een mens bedrijft, gaat buiten het lichaam om; maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam. U weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont, die u van God hebt ontvangen. U bent niet van uzelf. U bent gekocht en de prijs is betaald. Eer God dus met uw lichaam.

 Tout est permis

 

“Het is goed te trouwen” Wat met ascetische krachtpatsers?

Bernard De Cock

1 Ko 7:1-9

In antwoord op wat u geschreven hebt: ‘Het is goed voor een man geen vrouw aan te raken.’ Ja, maar met het oog op de gevallen van ontucht is het beter dat iedere man zijn eigen vrouw heeft en iedere vrouw haar eigen man. De man moet aan zijn vrouw geven waarop zij recht heeft, en evenzo de vrouw aan haar man. Niet de vrouw heeft de beschikking over haar eigen lichaam, maar haar man; evenmin heeft de man te beschikken over zijn eigen lichaam, maar zijn vrouw. Wijs elkaar niet af, tenzij u het onderling goedvindt om u voor een bepaalde tijd aan het gebed te wijden; kom daarna weer samen. Anders zou de satan van uw gebrek aan zelfbeheersing gebruik kunnen maken om u te verleiden. Dit laatste is bedoeld als tegemoetkoming, niet als bevel. Ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf, maar ieder heeft nu eenmaal van God zijn eigen gave ontvangen, de een deze, de ander die. Tegen de ongehuwden en weduwen zeg ik: het is goed voor hen als zij blijven zoals ik. Maar als zij zich niet kunnen beheersen, laten zij dan trouwen. Het is beter te trouwen dan te branden.

 Corps accord

 

Barmhartigheid

Michael-Dominique Magielse

1 Ko 6:1-11

Is het waar dat sommigen van u hun recht gaan zoeken bij de onrechtvaardigen, en niet bij de heiligen, als zij een kwestie hebben met een medechristen? Weet u dan niet dat de heiligen over de wereld zullen oordelen? En als het oordeel over de wereld bij u berust, zou u dan niet bevoegd zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken? Weet u niet dat wij over engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan over alledaagse zaken! Voor alledaagse geschillen laat u hen die in de gemeente niet in tel zijn zitting houden? Om u te beschamen zeg ik dit. Is er onder u niet één verstandig man die tussen broeders uitspraak kan doen? Moet dan de ene broeder tegen de andere procederen, en dat nog wel ten overstaan van ongelovigen? Dat u tegen elkaar processen voert, is al treurig genoeg. Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen? Maar u pleegt zelf onrecht, zelf berokkent u schade, en nog wel aan broeders. Weet u niet dat zij die onrecht plegen, geen deel zullen hebben aan het koninkrijk van God? Maak uzelf niets wijs! Hoerenlopers, afgodendienaren, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, dieven, uitbuiters, dronkaards, lasteraars, oplichters, zij zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar nu bent u schoon gewassen; u bent geheiligd, u bent gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.

 Sanctifiés par le Seigneur

 

Grote schoonmaak

Annemie Deckers

1 Ko 5:8-13

Wij moeten ons feest vieren, niet met de oude zuurdesem, de zuurdesem van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid. In mijn brief schreef ik al dat u niet moest omgaan met mensen die zich aan ontucht overgeven. Natuurlijk bedoelde ik niet alle ontuchtigen ter wereld, of uitbuiters, oplichters en afgodendienaren in het algemeen. Dan zou u de wereld moeten verlaten. Nee, wat ik bedoel is dat u niet moet omgaan met elke zogenaamde christen die erop los leeft of hebzuchtig is, of met een afgodendienaar, lasteraar, dronkaard of oplichter. Met zo iemand moet u zelfs niet eten. Ik heb toch niet te oordelen over de buitenstaanders? U oordeelt zelf immers ook alleen over mensen uit uw eigen kring. Over de anderen zal God wel oordelen. Verwijder die boosdoener uit uw midden.

 L’Eglise est-elle une secte ?

 

Heikele probleemsituaties

Antoinette Van Mossevelde

1 Ko 5:1-8

Men hoort algemeen spreken van ontucht onder u, en wel van de soort die zelfs bij de heidenen niet voorkomt: dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader. En daar bent u ook nog trots op? Was maar liever in de rouw gegaan! Dan zou de man die zoiets heeft bedreven uit uw midden verwijderd zijn. Ik voor mij, hoewel lichamelijk afwezig, maar in de geest aanwezig, heb reeds, alsof ik bij u was, het vonnis geveld over hem die dat heeft durven doen: in de naam van onze Heer Jezus en met zijn kracht moet u in een bijeenkomst waarbij ik in de geest aanwezig ben, die man uitleveren aan de satan, tot ondergang van zijn lichaam, maar tot redding van zijn geest op de dag dat de Heer komt. Uw zelfvoldaanheid staat u niet fraai. U weet toch dat een beetje zuurdesem genoeg is om het hele deeg zuur te maken? Doe de oude zuurdesem weg, om vers deeg te worden. U moet zijn als ongezuurde broden, want ook ons paaslam is geslacht: Christus.

 L'audace de l'humilité

 

Het gaat weer eens over de kerk

Patrick Lens

1 Ko 3:4-8

Als de een zegt: ‘Ik ben van Paulus’, en de ander: ‘Ik van Apollos’, bent u dan niet al te menselijk? Wat zijn Apollos en Paulus eigenlijk? Niet meer dan dienaren die u geholpen hebben om tot het geloof te komen, en wel ieder op zijn eigen manier, zoals de Heer het ons vergund heeft: ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei. Noch hij die plant betekent iets, noch hij die begiet, maar alleen God, die de wasdom geeft. Wie plant en wie begiet staan op één lijn, al ontvangt wel ieder loon naar eigen inspanning.

   Unité dans la diversité

 

Papfles

Mark Butaye

1 Ko 3:1-3

Maar het was mij destijds niet mogelijk, broeders en zusters, tot u te spreken alsof u reeds geestelijk was en geen zondig leven meer leidde. In Christus was u nog zo onnozel! Melk moest ik u geven, geen vast voedsel; dat kon u nog niet verdragen. Zelfs nu kunt u het niet, 3 want u leidt nog altijd een zondig leven. Of is het geen uiting van een zondig leven en van kleinmenselijk gedrag, dat er onder u jaloersheid en ruzies bestaan?

   Les spirituels et les charnels

 

Gelijk aan Christus

Bernard De Cock



1 Ko 2:13-16

En daarover spreken wij, geestelijke gaven uitleggend aan geestelijke mensen, met woorden die ons niet door menselijke wijsheid maar door de Geest zijn geleerd. Van nature aanvaardt de mens niet wat komt van de Geest van God; het is dwaasheid voor hem, hij kan het niet vatten, want het kan alleen beoordeeld worden in het licht van de Geest. Een geestelijk mens kan alles beoordelen, maar over hem oordeelt niemand. Wie kent de gezindheid van de Heer? Wie kan Hem raad geven? Wij echter hebben de gezindheid van Christus.

   Dieu existe !

 

De gave van inzicht

Annemie Deckers



1 Ko 2:9-12

Hierover zegt de Schrift: Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben. Ons heeft God dat geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorgrondt alles, zelfs de diepste geheimen van God. Wie van ons mensen kent iemands wezen? Alleen zijn eigen geest. Zo kent alleen de Geest van God het wezen van God. Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt. Zo weten wij alles wat God ons in zijn genade gegeven heeft.

   La source des sources

 

Plaats maken voor een andere wijsheid

Jan Degraeuwe



1 Ko 2:1-8

Wat mijzelf betreft, broeders en zusters, toen ik u het geheim van God kwam verkondigen, deed ik dat niet met vertoon van welsprekendheid of geleerdheid. Ik had mij voorgenomen u niets anders bij te brengen dan Jezus Christus, die gekruisigde. Bovendien voelde ik mij toen zwak, onzeker en angstig. Het woord dat ik u verkondigde, overtuigde niet door geleerde woorden, maar het getuigde van de kracht van de Geest: uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God. Over wijsheid spreken wij wel onder de ingewijden, maar dat is niet de wijsheid van deze wereld of van de machten van deze wereld, die onttroond zullen worden. Maar wij verkondigen Gods geheimnisvolle wijsheid, het verborgen plan dat door God van alle eeuwigheid af is ontworpen, en bestemd is voor onze verheerlijking. Geen van de machten van deze wereld heeft ervan geweten. Als zij ervan geweten hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.

   Craintif et tremblant

 

  • 1
  • 2



© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen van België 2019

webmaster@dominicains.tv

 www.aelf.org - www.rkbijbel.nl